Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook
Browsing articles in "Archief Ophef"

Ophef nr. 4 2018

Redactioneel

Wat een jaar! Met dat we bedacht hadden, dat we 2018 als herdenkingsjaar tot thema zouden maken voor dit laatste nummer, kwam er van alles boven. Vijftig jaar na mei ’68, maar ook vijftig jaar na 10 december 1968, de sterfdag van Karl Barth, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog op 11 november 1918, tweehonderd jaar na 5 mei 1818, de geboortedag van Karl Marx en ook vierhonderd jaar na 13 november 1618, de openingsbijeenkomst van de synode van Dordrecht.

Er viel dus veel te herdenken, en omdat we aan alle hierboven genoemde data aandacht besteedden, kwamen er ook heel wat artikelen binnen. We beginnen met een artikel van Bart Voorsluis over mei ’68. Achter de uitdrukking “1968 revolutiejaar” plaatst hij een vraagteken en legt dat uit in zijn artikel, dat voor velen van ons wellicht herkenning op zal roepen.

Dan wordt er in drie artikelen aandacht besteed aan Karl Barth. Het leerhuis Amsterdam wilde aan de vooravond van het Barth-jaar ook haar steentje bijdragen, maar wilde het vooral hebben over de ‘politieke Barth’, omdat ze er niet zonder meer van uitging, dat die in de andere herdenkingen voldoende aan de orde zou komen. Dus lezingen van Dick Boer over de Tambacher Rede uit 1919 (volgend jaar honderd jaar en wellicht reden om er als vereniging dan nog eens bij stil te staan) en van ondergetekende over Theologische Existenz heute. Bart Vijfvinkel interviewde Theo Witvliet, die nog college heeft gelopen bij Barth, en dat worden er steeds minder, die daar nog over kunnen vertellen. Over Marx gaat het in de Heftig aan het slot (of dat kenmerkend is voor de mate, waarin Marx geleidelijk aan in de marge is gekomen?) en Adriaan Deurloo heeft het in zijn poëtische bijdrage over 1918. Ook is er aandacht voor de herdenking van de synode van Dordrecht. Maar Ophef zou Ophef niet zijn, als dat niet ook een wat dwars artikel was. Geen halleluja over het daar genomen besluit een Nederlandse Bijbelvertaling te maken (die Statenbijbel en niet Synodebijbel heet, want de “hoogmogende heren Staten-Generaal” waren beslissend voor de synode zoals eertijds Constantijn de gang van zaken tijdens het concilie van Nicea bepaalde), maar aan de remonstrantse predikant Tjaard Barnard gevraagd om over de synode te schrijven vanuit het gezichtspunt van de Remonstranten, die toen uit de kerk en ten dele ook uit het land werden gezet, ook wanneer zij nooit enig strafbaar feit hadden gepleegd.

Ook naast dit themagedeelte nog heel wat. Op 14 september van dit jaar hield Desanne van Brederode in de Keizersgrachtkerk te Amsterdam de eerste Jacoba van Tongeren-lezing. Wij mochten die van haar afdrukken in Ophef en daar zijn we blij mee, want het was en is een indrukwekkend verhaal. Ja, en toen kwam Jan Offringa met zijn gedachte, dat Jezus voor christenen in plaats van de tora was gekomen. Wat moet je daar nou van zeggen, behalve dat je het er volstrekt niet mee eens bent? Hanneke, Douwe van der Sluis en ik praatten erover met Bart, die het gesprek optekende. Misschien is dat het belangrijkste, dat erover gepraat wordt! Hanneke van der Korst zorgde ook voor de exegetische bijdrage. In deze adventstijd een preek over Ruth, als buitenlandse werkneemster. Wessel ten Boom gaat verder met zijn reeks “Dichters bij de dood van God”, nu een tweede artikel over Martinus Nijhoff, gewijd aan misschien wel zijn beroemdste gedicht: Awater. Ook enigszins in het kader van de Barth-herdenking schreef Karel Blei een mooi boek over Barth. Jaap van Slageren besprak het voor ons. Jaco Zuurmond was zo aardig om het prekenbundeltje te bespreken, dat ik samenstelde ter gelegenheid van mijn vijfenzestigste verjaardag en zelf besprak ik ook nog een viertal boeken in mijn rubriek “Nieuwe boeken”. Harry Pals, onze voorzitter, schreef tenslotte zijn vaste column.

Hopelijk strijkt de penningmeester zijn hand over het hart, want deze Ophef is te dik, maar het is ook wel een speciale Ophef, want de laatste die uitgegeven wordt door Leen en Dullyna van den Herik van uitgeverij Narratio. Zij gaan met pensioen en de uitgeverij stopt. Zolang als Ophef bestaat (vanaf de eerste jaargang in 1994) werd het door Narratio uitgegeven, die daarvoor ook al de laatste drie jaargangen van Opstand uitgaf. De vriendschappelijke en betrokken wijze waarop ze dat deden was meer dan voorbeeldig. Sinds jaar en dag verschijnen alle nummers op tijd. Leen, Dullyna en Anneke Streng, die al jaren de opmaak verzorgt, we zijn jullie buitengewoon veel dank verschuldigd. Het ga jullie goed!

Bij dit nummer is een flyer ingesloten met het verzoek om in te tekenen op een bundel met artikelen van Wessel ten Boom uit Ophef en In de Waagschaal, die hem hopelijk op zijn zestigste verjaardag of daaromtrent kan worden aangeboden. Dat hij waarschijnlijk de auteur is met de meeste bijdrages aan Ophef, hoef ik niet eens na te rekenen.

Het volgende nummer, dat eind maart 2019 verschijnt zal worden uitgegeven door Skandalon. Goede feestdagen en een strijdbaar nieuw jaar.

Wilken Veen

 

Inhoud

1.   Redactioneel

      Wilken Veen

2.   Revolutiejaar 1968?

      Bart Voorsluis

3.   De christen in de maatschappij in onze tijd

      Dick Boer

4.   Theologische existentie als vorm van verzet

      Wilken Veen

5.   Als je Barth leest krijg je plezier in theologie

      Interview door Bart Vijfvinkel

6.   Remonstranten en de herdenking van de Synode

      Tjaard Barnard

7.   Jacoba van Tongeren

      Dessanne van Brederode

8.   Onopgeefbaar verbonden met Israël

      Interview door Bart Vijfvinkel

9.   Ruth, Naomi en Boaz: een idyllisch verhaal over onbaatzuchtige solidariteit?

      Hanneke van der Korst

10. Mijn heer AWATER neemt de plaats in van God

     Wessel ten Boom

11. Boekbespreking: Karel Blei, Karl Bart en zijn theologische weg door de tijd

     Jaap van Slageren

12. Boekbespreking: Wilken Veen, Doe dit en je zal leven

     Jacco Zuurmond

13. Nieuwe boeken

     Wilken Veen

14. Theologie en maatschappij

      Harry Pals

15. HEFTIG – Karl Marx in vol ornaat

      Willemien Roobol

 

Ophef nr. 3 2018

Redactioneel

Met een andere blik, een themanummer over patriarchaat. We vonden het in de redactie een heel goed idee (en daar staan we nog helemaal achter), maar het aantal artikelen dat we daarover binnenkregen was wat minder dan gehoopt. In de eerste plaats is er de lezing van Hanneke van der Korst, een ander verhaal. Daaraan refereert ook de titel van dit nummer. Vrouwen kijken in de regel anders naar bijbelverhalen dan mannen. De vraag is of in de heersende receptie van de bijbel ook plaats is voor die andere blik en of die al niet op voorhand onschadelijk wordt gemaakt door de manier waarop de bijbel (hoofdzakelijk door mannen) vertaald is. Zij hield het verhaal voor Doopsgezinde vrouwen in Noord-Holland, maar we zijn ervan overtuigd, dat het voor meer vrouwen (en mannen) van belang is.

Vervolgens is er – ook oorspronkelijk een lezing – de bijdrage van Anne Claire Mulder. Over menselijke waardigheid en beeld van God, twee ‘concepten’, die, zoals Anne Claire uitlegt helemaal niet zo ver van elkaar afstaan. Ze heeft het over het begrip waardigheidsbekleedster (je bent wat, je stelt wat voor, je mag er zijn) en dat is misschien wel precies wat er bedoeld wordt als in de Schrift wordt gezegd, dat je bent geschapen in het beeld van God.

Willemijn Roobol hoorde een verhaal van Matthea Westerduin dat begint in het bed van de patriarch (Abraham in dit geval) en vroeg me of dat misschien iets was voor dit themanummer. En dat is het zeker. Gelukkig gaf ook Matthea Westerduin toestemming om haar voordracht op te nemen in Ophef.

En toen het toch ging over vrouwenbeelden en mannenbeelden en beeld van God, moest die roemruchte tekst uit Genesis ook maar eens goed uitgelegd worden. Douwe van der Sluis, als enige man in dit themagedeelte waagde zich eraan. De mens in Genesis 1 (als uitgangspunt dus) is ‘man en vrouw’ vat ik zijn uitleg maar samen en mij leek dat daar niet zo veel tegen in te brengen is.

Zoals gezegd het themagedeelte was wat aan de korte kant en omdat het zomer was (en wat voor zomer) kregen we verder ook niet veel artikelen opgestuurd. Daarom als een soort noodgreep een minithema ernaast, wel actueel: over de Wereldraad van Kerken die dit jaar zeventig jaar bestaat. Geen tijd meer om daarvoor auteurs te benaderen, dus gezocht in het eigen archief. Een artikel van twee jaar geleden over Dietrich Bonhoeffer en Willem Adolf Visser ’t Hooft (de oprichter en jarenlang de eerste algemeen secretaris van de wereldraad), dat ik twee jaar geleden schreef voor Kontekstueel en een interview, dat ik ruim twintig jaar geleden (sic) hield met C.L. Patijn (de voorzitter van één van de zes secties bij de oprichtingsassemblee in Amsterdam in 1948) voor Horizon, het blad van de Hervormde Gemeente te Amsterdam. Inderdaad, erg oud, maar het geeft wel een originele kijk, uit de eerste hand, op die oprichting.

Die twee verhalen vindt u na het gedicht van Adriaan Deurloo, die zoals u weet, nadat alle Zwerfvuil van Johannes Diepersloot was opgeveegd, die plaats in Ophef heeft ingenomen en ons steeds hoopt te voorzien van een gedicht.

In dit nummer ook nog twee andere gedichten, ingezonden door Wessel ten Boom, die in het volgend nummer verder zal gaan met zijn verhaal over Martinus Nijhoff.

Als altijd ook mijn Nieuwe boeken. Ik probeer jullie daarin te informeren over nieuwe boeken, waarvan ik denk dat ze voor jullie, als VTM’ers of lezers van dit blad, interessant zijn, maar het is natuurlijk een volstrekte illusie dat ik in staat zou zijn alle interessante boeken uit de afgelopen periode te overzien, laat staan ze te lezen, dus was ik heel blij, dat drie boeken, die mij ontgaan waren of die – zoals het geval was met het boek van Zuurmond – pas op het allerlaatste moment verschenen, besproken werden door drie mede-redacteuren. En als afsluiting de column van onze voorzitter, die afgelopen zondag (9 september) in de Janskerk te Utrecht afscheid nam, omdat hij na veertig jaar dienst aan diverse kerkgemeenschappen met emeritaat gaat. Hieronder treft u de aankondiging van de VTM-ledenvergadering en verderop ook nog twee aankondigingen van boekpresentaties, waar we graag de aandacht op vestigen.
Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.   Redactioneel

      Wilken Veen

2.   Een ander verhaal? Vrouwen lezen de bijbel

      Hanneke van der Korst

3.   Waardigheid doorstroomt en omhult je. Beeld van God ben je

      Anne Claire Mulder

4.   De verdoezelende werking van ‘joods-christelijk’ en ‘Abrahamitisch

      Matthea Westerduin

5.   “Mannelijk en vrouwelijk schiep hij hen

      Douwe van der Sluis

6.   Een vermakelijk voorval in de woestijn van Engedi

      Adriaan Deurlo

7.   Dietrich Bonhoeffer en Willem Visser ’t Hooft

      Wilken Veen

8.   Interview met C.L. Patijn

      Wilken Veen

9.   Nieuwe Boeken

      Wilken Veen

10. En nog drie nieuwe boeken besproken door

      Willemien Roobol

      Marino Camarasa

      Bart Vijfvinkel

11. Twee gedichten van Wessel ten Boom

12. Theologie en maatschappij

      Harry Pals

13. Vakliteratuur bij Narratio

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ophef nr. 2 2018

Redactioneel

 

Voor u ligt een boekennummer van Ophef. Niet het eerste boekennummer, maar voor een club van bevlogen liefhebbers van het woord, zal dat niet verbazen. God in de literatuur (was het niet al eens boekenweekthema, anders wordt het dat zeker wel een keer). Ooit vanzelfsprekend – zoekt u maar eens naar middeleeuwse literatuur waarin God of religie afwezig is – maar ook een hele periode allerminst voor de hand liggend. Toen Komrij zijn zoveelste druk van duizend en één gedichten samenstelde, was voor hem duidelijk dat hij onmogelijk om Ida Gerhardt, één van onze meest vooraanstaande dichteressen ooit, heen kon. En dus ging hij op zoek naar die gedichten van Gerhardt waarin zo min mogelijk religie aan de orde was (moet nog een hele klus zijn geweest). Ik vermoed dat dit in komende drukken anders zal zijn (al bespeurde ik dat nog niet in de eerste druk die door Ilja Leonard Pfeiffer was samengesteld).
God in de literatuur dus. Het spits wordt afgebeten door de voorzitter van onze vereniging, Harry Pals, die het heeft over De trooster van Esther Gerritsen. Een extra argument om misschien wel te mogen spreken van een ‘comeback van God’ in de literatuur is overigens, dat dit boek, evenals een heel aantal andere boeken die in deze Ophef besproken worden, heel goed verkocht en in de kritieken opvallend positief besproken werden. Daarna komt Harm Dane met twee boeken. Om de bespreking van Oz had ik hem uitdrukkelijk gevraagd, maar hij bood ook een bespreking van Coetzee aan, met de mededeling, dat ik die natuurlijk ook voor later kon bewaren, maar ja, dit is een boekennummer en wanneer we weer een boekennummer maken? ‘Uitzichtloosheid’ noemde Harm Dane het eerste artikel, het tweede noemde hij ‘Ontsnappingskunstenaar’, twee titels met een hoog Kafka-gehalte. Zonder de godverlatenhoud van stille zaterdag geen Pasen en de kinderjaren van Jezus worden eindeloos opnieuw geleefd zonder dat er iets nieuws ontstaat. Het is de condition humaine die in al zijn rauwheid wordt neergezet.

Over Marilynne Robinson werd in de Zaanstreek een leerhuis gehouden en Hanneke van der Korst, die in de Zaanstreek woont, vroeg Kok Klever om hiervan verslag te doen. Afgezien van het feit, dat het een mooi verslag is, vond ik het ook heel zinnig om dit artikel in Ophef te hebben, omdat het verschijnsel ‘leesclub’ (mensen, in de praktijk vreemd genoeg vooral vrouwen, die samen een boek lezen en erover doorpraten) heel populair is. Het is misschien wel een reactie op een tijd, waarin het beeld (t.v., maar veel meer nog computer) het lijkt te winnen van het woord.

Zelf las en besprak ik de laatste roman van Franca Treur over het leven in een Zeeuws gereformeerde gemeente milieu en hoe daarop wordt teruggekeken. Waar de hoofdpersonen in Siebelinks boeken soms toch bijna freaks zijn, zijn het bij Franca Treur herkenbare personen en begrijp ik de oproep van Franca Treur in De Groene om toch vooral het gesprek tussen gelovigen (ook de gergemmers) en niet-gelovigen gaande te houden.

Marino Camarasa hield een interview met Andreas Wöhle. Andreas is Luthers predikant in Amsterdam en een groot liefhebber van (Duitse) literatuur. Er komt een geweldige waslijst auteurs tevoorschijn en ik geniet, want ik houd – net als Wöhle – van de klassieke Duitse literatuur. Tegelijk maakt het duidelijk dat Nederlanders anders omgaan met hun traditie. In Duitsland is het helemaal niet bijzonder om germanistiek en theologie te studeren, in Nederland hebben wij wel onze dichter-dominees, maar dat is toch, met alle respect, van een ander niveau. Wat zou er overblijven van die rijkdom aan Duitse literatuur als straks iedereen alleen nog maar Engels als tweede taal kent?

En dan is er een nieuwe rubriek. In de vorige Ophef stond het laatste Zwerfvuil van Johannes Diepersloot. Vijftien jaar lang veegde hij het voor ons bijeen en ik ben vast niet de enige geweest die er steeds van genoten heeft. Maar aan alles komt een eind en Johannes besloot ermee te stoppen. Het vinden van een columnist die soortgelijke stukjes zou kunnen schrijven, was natuurlijk onbegonnen werk en daarom besloten we dat het waarschijnlijk beter was om met iets heel anders te starten. We hebben toen Adriaan Deurloo (jawel, broer van) gevraagd om voor elke Ophef, zo mogelijk aansluitend bij het thema, een gedicht aan te leveren. Adriaan schrijft al zijn leven lang gedichten, het belandde nooit bij een uitgever, al heeft hij wel wat kleine bundels zelf geniet en uitgedeeld, maar ik ben steeds weer onder de indruk van de raakheid van zijn gedichten. Heel onmodern zweert Adriaan bij metrum en rijm om zijn gedachten onder woorden te brengen. Oordeelt u zelf, in dit nummer zijn eerste bijdrage: credo (want ja bij zo’n eerste optreden moet je wel je geloofsbrieven laten zien).

Dick Boer wees mij erop, dat Theo Witvliet een ‘In memoriam’ had geschreven voor James Cone, misschien wel meer nog dan King de grondlegger van wat wij ‘black theology’ zijn gaan noemen. Dat mochten we vast wel overnemen. Dat was ook zo. Het lukt ons als kwartaalblad niet vaak om echt actueel te zijn, maar dit moest echt. Zelf had Dick Boer het boek van Andreas Pangritz over theologie en antisemitisme gelezen. Dat hoort natuurlijk niet meer bij het themagedeelte, maar bij de ‘overige stukken’ waarvoor we altijd ook graag plaats in willen ruimen. Toen René Süss zijn dissertatie over Luthers antisemitisme schreef, viel de hele Lutherse wereld (en niet alleen de Lutherse) over hem heen. Nu toont deze met recht zeer geleerde hoogleraar uit Bonn, vroegere assistent van Marquardt en samensteller van het verzameld werk van Gollwitzer, die promoveerde op één van de beste boeken die over Bonhoeffer werden geschreven, met een indrukwekkende hoeveelheid bewijsplaatsen en bijpassende literatuurlijst aan, dat René Süss volstrekt gelijk had en dat het antisemitisme van Luther niet een door de tijd en context waarin het geschreven werd bepaalde nevenlijn was, maar deel uitmaakte van de kern van zijn denken.

De reeks “Dichters bij de dood van God” is nog steeds niet afgerond. Ze ontstond in een aantal series voordrachten over dit onderwerp voor het Leerhuis Amsterdam en het grootste gedeelte hebben we nu, in acceptabele porties opgeknipt, in Ophef gepubliceerd. Dit keer schrijft Wessel ten Boom over Nijhoff. Een dichter die over dichters schrijft. Hans Groenewegen deed het voor ons en nu al weer heel veel jaren Wessel ten Boom. Dat Wessel ernstig ziek is, is nu een ieder dat in zijn eigen blad ‘In de Waagschaal’ heeft kunnen lezen, geen geheim meer. Het snijdt ons door het hart. Van Ophef – als opvolger van Opstand – was Wessel één van de grondleggers.

De term ‘hartstochtelijke theologie’ is van hem afkomstig en is nog steeds de ondertitel van ons blad. Hartstocht voor theologie, voor het nadenken en spreken over God en maatschappij, dat hoort bij ons blad, dat hoort ook heel erg bij Wessel, die we geen beterschap kunnen wensen, maar wel sterkte en geloof (maar daaraan ontbreekt het hem God zij dank niet).

Op verzoek van een buurman, die een filosofisch blad uitgeeft, schreef Greetje Witte een verhaal over Oikos, de kerkelijke ontwikkelingsorganisatie, die na vijfentwintig jaar ten onder ging en waarvoor Greetje al die jaren heeft gewerkt. Toen het af was stelde haar man Harry vast, dat het misschien ook wel wat voor Ophef was. En dat is het! Zo krijgen we soms de prachtigste artikelen in de schoot geworpen en we zijn er blij mee. Het is bijna vergeten, maar als het in de jaren zeventig en tachtig ging over progressieve politiek in de kerk ging het bijna altijd ook over ontwikkelingssamenwerking. Het was een onlosmakelijk onderdeel van linkse politiek en linkse theologie. Hoe dat gekomen is en vooral, hoe dat verloren is gegaan, daarover gaat Greetjes artikel.

Ook in dit nummer mijn rubriek ‘Nieuwe boeken’. Het zijn er maar drie. Het nieuwe boek van Martien Brinkman, Dicht bij het onuitsprekelijke, dat net is uitgekomen blijft liggen voor het volgende nummer, want daar wil ik wat meer tijd voor nemen.

Tenslotte is er de column van onze voorzitter, waarin hij wat meer uitlegt over de komende ledenvergadering, waarvoor u hieronder de uitnodiging vindt. Graag wens ik u een goede zomer met veel leesplezier. 

Wilken Veen

 

Inhoud

1.   Redactioneel

      Wilken Veen

2.   God als trooster bij imperfectie

      Harry Pals

3.   Uitzichtloos

      Harm Dane over Judas van Amos Oz

4.   Ontsnappingskunstenaar

      Harm Dane

5.   Waar komt de wind vandaan, en waarom gebeurt alles zoals het gaat?

      Kok Klever

6.   Franca Treur, een stem die gehoord mag worden

      Wilken Veen

7.   Over God en de wereld… en de literatuur

      Marino Camarasa in gesprek met dr. Andres Wöhle

8.   Credo

      Adriaan Deurloo

9.   In memoriam: bevrijdingstheoloog James H. Cone

      Theo Witvliet

10. Geen genade voor Joden

      Dick Boer

11. O zoontje in me, o woord ongeschreven

      Wessel ten Boom

12. Ontwikkeling blijft thuiswerk

      Greetje Witte Rang

13. Nieuwe Boeken

      Wilken Veen

14. Theologie en maatschappij

      Harry Pals

15. Vakliteratuur bij Narratio

 

 

 

Ophef nr. 1 2018 Namen en nummers

Redactioneel

 

Big data, algoritmes, data-technologie. We weten dat het bestaat, maar alfa’s zoals ik begrijpen daar helemaal niets van en de meesten van hen (ik sluit mijzelf daarbij niet uit) hebben de stellige indruk, dat ze daar ook helemaal niets van hoeven te begrijpen. Voor hun computers hebben ze een gebruiksaanwijzing (en als je mazzel hebt een zoon of dochter die er werkelijk iets van begrijpt en je kan redden uit soms acute nood) en verder zijn er de ‘help-functies’ en google waar je om het even welke vraag kunt stellen en in de meeste gevallen nog antwoord krijgt ook.

In 1968 zat ik in Zwolle op de middelbare school. In die tijd verrees in de buurt van mijn school een eerste computercentrum; als ik me goed herinner van de ABN. Je kon als scholier geld verdienen door het slaan van de daarvoor benodigde ponskaarten. In gigantische loodsen stonden gigantische spoelen, die bij elkaar niet meer data en rekenkracht konden bevatten dan ons mobieltje vandaag. Meer nog dan dat, het in de jaren tachtig bij CERN in Genève ontwikkelde internet. Iedereen waar ook ter wereld onmiddellijk bereikbaar. Mijn schoonzoon in Utrecht en een jonge wetenschapper in Seoul werken allebei aan een proefschrift over bijna hetzelfde onderwerp. Moeiteloos kunnen ze de meest ingewikkelde theorieën uitwisselen, waarvan ik overigens helemaal niets begrijp. Want dat de mogelijkheden inmiddels vrijwel eindeloos zijn, betekent nog niet dat iedereen hetzelfde gebruik kan maken van die mogelijkheden en even gemakkelijk toegang heeft.

Misschien is dat wel de belangrijkste uitdaging voor 2018. Naast de al bestaande tweedeling tussen eerste en twee-derde wereld, tussen rijk en arm, is er nu nog een tweedeling, die tussen de mensen die meedoen in de totaal vernieuwde en veranderde digitale maatschappij en degenen die dat niet doen, de digibeten. En het smartelijke is, dat die oude en nieuwe tweedeling grotendeels langs dezelfde scheidslijnen lopen. Diegenen die minder geld en mogelijkheden hadden, zijn  ook degenen die niet mee kunnen komen in de kennismaatschappij; ze hebben minder, ze kunnen minder en ze weten minder. Gesprekken tussen mensen aan weerszijden van de kloof vinden niet plaats of verlopen moeizaam. Ze spreken een andere taal, snappen niet waar de ander het over heeft, delen geen interesses met elkaar, kortom: de ene wereld dreigt twee werelden te worden. En dat is niet alleen de kloof tussen eerste en derde wereld, maar de derde wereld is ook aanwezig in de eerste wereld als een nieuwe onderklasse, zoals de eerste wereld in de derde aanwezig is als geïmporteerde bovenlaag. Is die kloof nog te dichten? Vergis u niet, dit op zijn beloop laten is geen optie, dat kan alleen maar leiden tot steeds grotere en steeds heviger conflicten. Dus om de paradox compleet te maken, moeten we vaststellen, dat in de afgelopen vijftig jaar de bereikbaarheid van de hele wereld gigantisch gegroeid is en dat tegelijkertijd de afstand tussen de bovenliggende en onderliggende partij alleen maar groter is geworden.

Bovenstaande misschien wat sombere ge­dach­­ten hebben meegespeeld bij het besluit van onze redactie om een themanummer over data-technologie te maken. Dat viel niet mee en we hadden ook gehoopt meer artikelen over dit onderwerp af te kunnen drukken, maar zoals de Ophef-auteurs niet zomaar verstand hebben van data-technologie, zo zijn de data-technologen niet zomaar Ophef-auteurs. Je moet ze vinden, je moet in kunnen schatten in hoeverre ze werkelijk een zinvolle bijdrage over dit onderwerp hebben en dan moeten ze ook nog bereid zijn (pro deo) voor je te schrijven! We beginnen dus met een interview (door Bart Vijfvinkel) met een absolute expert, de Maastrichtse hoogleraar Tsjalling Swierstra. Eindeloos veel beter dan ik het kan formuleren, legt hij uit wat de ethische kwesties zijn, die aan de orde komen door de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de data-technologie. Voor het Maastrichtse universiteitsblad Observant, schreef hij er een cynische column over, die we als Heftig over mochten nemen.

Is data-technologie, is de hele wereld van internet en multimedia een nieuwe religie? Daarover gaan de volgende twee bijdrages van Tiers Bakker, filosoof en redactielid van Ophef, en Arre Zuurmond, de ombudsman van de gemeente Amsterdam. Dicht daarbij aansluitend een soort column van de Vlaamse filosoof Lieven de Cauter, die een nieuwe term introduceert: ‘technopantheïsme’. Ik begrijp dat zo: in vroeger tijden, toen we van de meeste processen vrijwel niets begrepen, dachten we dat overal goden aan het werk waren. Rond de Verlichting kwamen we tot het inzicht, dat we met onze Rede alles konden begrijpen en werd de Rede de nieuwe godheid. Tegenwoordig is dat de techniek. Alles is techniek en techniek is alles. We geloven erin en we geloven er des te sterker in, wanneer we er minder van begrijpen, want dat maakt het pas echt geloof.

De nullen en de enen van onze digitale samenleving zijn relatief jong (vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw) maar getallen hebben altijd een zekere magie betekend, die werd er althans aan toegekend. Tellen betekent ook ‘controleren’, in je greep krijgen. Als keizer Augustus de hele wereld (zijn hele wereld) geteld en ingeschreven wil hebben, doet hij dat om zijn macht compleet te maken, belastingen op te kunnen leggen en bestuursmodellen te verfijnen. In de Schrift is er benul van het gevaar van deze (volks)tellingen. Dat is al aan de orde in het bijbelboek dat Numeri (getallen of tellingen) heet. Wout van der Spek gaat erop in. Daarnaast bestaat er ook zoiets als getallensymboliek. We vinden die al bij sommige Griekse filosofen, maar ook bij Joodse kabbalisten. Els van Swol legt ons uit, dat ook de grote Bach gebruik maakte van deze getallensymboliek.

Dat voor wat betreft het thema-gedeelte van deze Ophef. Daarnaast nog een keur van andere artikelen, waarvan één, nota bene de kortste, er uitspringt: het zwerfvuil. Meer dan vijftien jaar schreef Johannes Diepersloot voor ons zijn zwerfvuil, waarbij hij op Tucholsky-achtige wijze de draak stak met dikdoenerij en plechtig gepresenteerde kletskoek. Hij heeft heel wat bij elkaar geveegd in de loop der jaren. Vandaag vult hij de zestigste column met Zwerfvuil en vindt het wel welletjes. Johannes, we hebben genoten al die jaren. We respecteren je besluit (wat moeten we anders), maar wat ons betreft had je wel door mogen gaan. Hoe het ook zij: Bedankt!

Beatrice de Graaf, terrorisme-deskundige, schreef op verzoek van de synode van de PKN een studie over vrede en veiligheid, waarbij ze ook nadrukkelijk haar eigen geloof betrok. Greetje Witte-Rang, VTM-lid en lid van de theologische commissie van Kerk en Vrede schreef een uitvoerig commentaar, dat ze op ons verzoek aanbood ter publicatie.

In de rubriek ‘Nieuwe boeken’ van het vorige nummer gaf ik al kort aandacht aan het twaalfde boekje in de theologenserie van VTM, Coen Constandse over Friedrich-Wilhelm Marquardt. Bij de presentatie vorige herfst, hield Wessel ten Boom een toespraak, die wij hier graag afdrukken. Dus nu even geen poëzie-bijdrage maar dit artikel van Wessel.

Van langer geleden is het verhaal van Harm Dane over het recht van klagen. Het was ons al eens eerder door Harm aangeboden, maar toen was er geen plaats. Maar nu dan toch en we zijn er blij mee. Harm was lid van C.v.S. en vervolgens VTM vanaf het begin. Was bestuurslid van C.v.S., zette zich in voor WOEP (de Werkgroep Oost Europa Verkenningen van de NCSV, wie kent het nog), was de laatste algemeen secretaris van de Gereformeerde Kerken in Nederland, voordat die deel uit gingen maken van de PKN. Promoveerde als socioloog op een theologisch proefschrift aan de V.U. en was directeur van het Bezinningscentrum van de PKN. Wie zo veelzijdig is en relativerend kan denken, blijft niet steken in de vaststelling dat Nederland een land van klagers en mopperkonten is, maar denkt erover na en weet er zowaar iets zinnigs over te zeggen. Als u dus nog een prachtig verhaal hebt liggen, waarvan u denkt: misschien is het wat voor Ophef, stuur het in. Soms hebben we ruimte over en zijn blij met een artikel, ook als het niet aansluit bij ons thema. Tenslotte las ik weer een aantal nieuwe boeken, die ik graag bij u introduceer. Bij wijze van advertentie attendeer ik u tenslotte (hiernaast) op de cursus over Agamben, die Rinse Reeling Brouwer in Amsterdam geeft. Van harte aanbevolen. We leven niet in revolutionaire tijden, maar we blijven nadenken over onze samenleving, analyseren onze werkelijkheid en zoeken naar mogelijkheden van verzet tegen een oppermachtig lijkende neoliberale bovenlaag. Want ja, er komen ook weer verkiezingen aan (al geweest als u dit leest) en zelfs als die (wat helaas te verwachten is) niet brengen, wat we hopen, dan nog is niet alles verloren.

Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.    Redactioneel

       Wilken Veen

2.    Over de invloed van algoritmes Gesprek met Tsjalling Swierstra

       Bart Vijfvinkel

3.    Data theologie

       Tiers Bakker

4.    Moderne ict en religie?

       Arre Zuurmond

5.    Technopantheïsme

       Lieven de Cauter

6.    Numeri, het boek van de tellingen

       Wout van der Spek

7.    Mensen tot rede zingen – getallensymboliek bij Joh. Seb. Bach

       Els van Swol

8.    …zwerfVUIL…

      Johannes Diepersloot

9.    Heilige strijd: meer zelfreflectie is nodig

       Greetje Witte-Rang

10.  ‘Im Tiefsten um Israëls willen’: Marquardt in de 21e eeuw

       Wessel ten Boom

11.  Klagen

       Harm Dane

12.  Theologie en maatschappij

       Harry Pals

13.  Nieuwe boeken

       Wilken Veen

14.  Vakliteratuur bij Narratio

 

 

Ophef nr. 4 2017 Vluchtelingen

Redactioneel

 

Een themanummer over vluchtelingen. Dat moest wel het kerstnummer worden. We zullen het zowel over de theoretische (ethische) kant van het vluchtelingenvraagstuk hebben als over de praktijk ervan. We beginnen met een kritische kerstoverweging naar aanleiding van het al in 1981 verschenen boekje van Helmut Gollwitzer en Pinchas Lapide over Lucas 2, een vluchtelingenkind.
Daarna volgen drie verhalen die teruggaan op een al in februari gehouden studiedag van de G.H. ter Scheggetstichting over de ethiek van het vluchtelingenwerk. Drie auteurs die alle drie debuteren als schrijver in Ophef. De eerste is Martijn Stronks, filosoof en jurist, die me in antwoord op mijn vraag of ik zijn verhaal in Ophef mocht publiceren, zei, dat hij het een eer vond “in het blad van Hans Groenewegen” te mogen schrijven. Op 3 maart j.l. promoveerde hij op een studie over het begrip ‘tijd’ in het migratierecht, maar een week eerder hield hij voor ons zijn verhaal, waarin hij de lezing van Agamben verwerkt in zijn spreken over vluchtelingenrecht. Het volgende verhaal is van de Utrechtse filosofe en anthropologe Femke Kaulingfreks. Afgelopen maand nog haalde ze de Trouw met haar opmerking dar rapper Boef de James Dean van een nieuwe zwarte burgerbeweging is. In 2015 promoveerde ze op een studie over opstandige jongeren in de Parijse banlieues en in andere steden, Uncivil Engagements and unruly Politics, en vorige maand publiceerde ze Straatpolitiek. Het zal duidelijk zijn, zij onderzoekt het gedrag van jongeren en met name dat van allochtone jongeren. In het verhaal dat ze voor de studiedag hield, brak ze een lans voor criminele allochtone jongeren (u weet wel, waarvan iedereen vindt dat ze onmiddellijk uitgezet moeten worden), waarvan ze zegt, dat ze het recht hebben niet anders behandeld te worden dan andere jongeren die in de fout gaan, namelijk met een pedagogische benadering en een poging ze weer op het rechte pad te krijgen. De laatste van deze drie is Aad van Tilburg, ouder dan beide eerdergenoemden samen. Aad is lid van het Nederlandse Bonhoefferwerkgezelschap en ging in die hoedanigheid naar de internationale Bonhoeffer-conferentie van 2016 in Bazel. Daar leverde hij een bijdrage over Bonhoeffer en het vluchtelingenvraagstuk, die hij op mijn verzoek in een verkorte vorm in het Nederlands hield op genoemde studiedag. Zijn, nog verder ingekorte, tekst vinden jullie nu in deze Ophef.

Mirjam Huisman, werkzaam bij VluchtelingenWerk Nederland schrijft over het beleid van deze stichting en eindigt met een positief geluid van een vluchteling, die blij is in Nederland te mogen blijven. Renata Rotscheid werkt als (vrijwillige) juridisch medewerker bij Vluchtelingenwerk in Amsterdam. Zij beschrijft een werkdag en vooral de mensen die ze daarbij tegenkomt. Tenslotte is er nog het interview, dat onze redactrice Hanneke van der Korst hield met John van Tilborg, directeur van Inlia.

Naast het themagedeelte komt u nu weer alle vaste rubrieken tegen, het Zwerfvuil van Johannes Diepersloot, de column van de voorzitter van VTM, mijn rubriek Nieuwe boeken en tot slot een Heftig, ditmaal van Hanneke van der Korst. Ook al bijna een vast bestanddeel is het poëzie-artikel van Wessel ten Boom.
Dit keer het derde en laatste artikel over Fernando Pessoa. Wessel ten Boom schreef in dit Lutherjaar een soort reisboek met als titel: Van Luther tot Heidegger. Met een korte bespreking in Nieuwe Boeken zouden we hem tekort doen, daarom is Dick Boer gevraagd een meer uitvoerige bespreking van dit boek te schrijven.
Tenslotte: Op de laatste ledenvergadering, waarover jullie meer lezen in de column van de voorzitter, werd besloten dat VTM niet door zal gaan als een (slecht functionerende) vereniging die activiteiten organiseert, maar meer en meer als een soort netwerk van linkse theologen (al dan niet professioneel), die elkaar via Ophef, website en berichten op sociale media op de hoogte houden van relevante gebeurtenissen. In dat kader doe ik graag de aftrap en meldt dat in de Amsterdamse Thomaskerk (Prinses Irenestraat 34) op de dinsdagavonden 27 maart, 10 april en 24 april 2018 onder leiding van Rinse Reeling Brouwer een leeskring over de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben van start zal gaan. We beginnen met het lezen van Pilatus en Jezus (eerder besproken in Ophef). De avonden beginnen om 20.00 uur en je kunt je daarvoor bij mij (zie het colofon van dit blad) opgeven.
Wie ook iets kwijt wil in deze zin, kan zich in verbinding stellen met de secretaris van VTM (secretariaatvtm@gmail.com), dan zal hij het bericht verder verspreiden onder de leden van de vereniging.

Hiermee is opnieuw een jaargang Ophef afgesloten. In 2018 beginnen we alweer aan onze vijfentwintigste. Graag bedank ik eenieder die mee heeft geholpen aan de totstandkoming van ons blad en wens alle lezers goede feestdagen en een leerzaam en strijdbaar 2018.

Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.    Redactioneel

       Wilken Veen

2.    Een vluchtelingenkind

       Martijn Stronks

3.    Asielzoekers, gevaarlijke duivels of gelijkwaardige medemensen

       Femke Kaulingfreks

4.    Immanente gerechtigheid

       Aad van Tilburg

5.    Bijna veertig jaar Vluchtelingenwerk Werk in Nederland

       Mirjam Huisman

6.    Vluchtelingenwerk in Amsterdam

        Renate Rotscheid

7.    “Maak geen beloftes, gewoon DOEN”

       Hanneke van der Korst

8.    …zwerfVUIL…

       Johannes Diepersloot

9.    Niet ik maar Christus in mij

       Wessel ten Boom

10.   Een gevaarlijk scheren langs het duister en de afgrond van het Zijn

       Dick Boer

11.   Theologie en maatschappij

       Harry Pals

12.   Nieuwe boeken

       Wilken Veen

13.   HEFTIG

       Hanneke van der Korst

14.   Vakliteratuur bij Narratio

 

Ophef nr. 3 2017 Bé van Berlijn

 

Redactioneel

Wilken Veen

 

Voor u ligt een andere Ophef dan u van ons gewend bent. We maakten wel eens eerder een special (die voor Dick Boers vijfenzeventigste verjaardag in 2014 bijvoorbeeld), maar die werd door de redactie van Ophef gemaakt. Dit keer hebben we dit Ophef-nummer “uitgeleend” aan Willem van der Meiden (zelf in vroeger jaren ook redacteur van Ophef en haar voorgangster Opstand) om een special te maken over Bé Ruys ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag op 27 oktober a.s.

We hebben dit van ganser harte gedaan en zijn ook gelukkig met het resultaat in de wetenschap dat veel van onze lezers in de afgelopen decennia op de een of andere manier in contact zijn gekomen met het Hendrik Kraemer Huis in Berlijn en Bé Ruys als de verpersoonlijking van dat huis. Een verdere inleiding op de inhoud van dit nummer zal Willem van der Meiden formuleren.
Deze beslissing houdt in dat in deze Ophef ook alle ‘vaste’ rubrieken ontbreken: geen Nieuwe Boeken, geen Zwerfvuil, geen Heftig en geen column van de voorzitter van VTM, maar in nummer 4, dat rond de Kerst zal verschijnen, treft u het allemaal weer aan.
In de afgelopen zomer overleed op tweeënzestigjarige leeftijd Jeannette van Beuzekom. Jeannette was vrijwel vanaf het begin lid van Christenen voor het Socialisme en was daarvoor al actief in de NCSV. De meesten van ons moesten het bericht over haar dood in de krant lezen, dat wil zeggen in eerste instantie vermoeden en vervolgens erachter komen, dat het bericht over de vrouw die in Utrecht door ondervoeding was overleden wel Jeannette moest zijn. Velen van ons hadden in de laatste tien jaar geen of sporadisch nog contact met haar en weinigen van ons hadden weet van de weg die ze bewandelde. Wie een foto ziet van de broodmagere Jeannette uit haar laatste periode schrikt zich wezenloos en begrijpt niet, hoe dit zo ver heeft kunnen komen.

Wij denken terug aan de originele en strijdbare vrouw, die een wezenlijke bijdrage leverde aan verschillende werkgroepen van de NCSV en vervolgens aan C.v.S, waarbinnen zij zich vooral heeft ingezet voor de vrouwenstrijd. Toen de NCSV nog op Woudschoten de organisatie en administratie van C.v.S. deed, zat Jeannette daar samen met Willem van der Meiden een periode als secretaris. Voor Opstand en Ophef schreef ze meerdere artikelen (het laatste in 1997), waarin ze vrijwel altijd een uitgesproken en niet onomstreden standpunt innam. Aan het Ban de Baäls-project, waaraan zij de bijdrage over Anita Bryant (wie kent deze fervente anti-homo en antifeminisme-fanate nog) leverde, bewaarde ze haar beste herinneringen. Anders denken, anders leven, anders liefhebben, Jeannette probeerde steeds haar ideeën in praktijk te brengen. Haar gedachtenis zij ons tot zegen.

 

Verantwoording

Willem van der Meiden

 

De tekst van dit themanummer van Ophef over Bé Ruys berust voor een gering gedeelte op mijn eigen geschiedenis met en ervaringen in het Hendrik Kraemerhuis en in de DDR. In het Kraemerhuis logeerde ik enkele malen in de tweede helft van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Vanaf de tijd dat Dick Boer predikant was in Oost-Berlijn en Wessel ten Boom daar vicaris was, was ik daar regelmatig te gast op conferenties en op vriendenbezoek, doorgaans in Nederlandse gezelschappen.

Dit themanummer is het voorlopige eindproduct van oude plannen voor het schrijven van een biografie van Bé Ruys, eind jaren negentig van de vorige eeuw ter hand genomen door dr. E.D.J. (Dick) de Jongh. Hij voerde over een mogelijke biografie van Bé Ruys gesprekken met Nederlandse mensen die haar hadden meegemaakt en legde die schriftelijk vast. Ik heb er voor deze tekst dankbaar gebruik van gemaakt. Na enkele jaren nam dr. M.E. (Greetje) Witte-Rang het stokje over. Ook zij zag later geen mogelijkheid meer om een biografie te schrijven. Wel maakte ze een biografische tekst over Bé Ruys voor de bundel Bevlogen theologen van Paul Werkman en Rolf van der Woude (2012). Ook van die tekst heb ik graag gebruik gemaakt, evenals van tijdens haar leven verschenen interviews met Bé Ruys in verschillende tijdschriften en kranten.

Waar Dick de Jongh strandde op de controverse over de rol die Ruys heeft gespeeld in het Berlijn van de Koude Oorlog en over haar loyaliteit met de DDR, ook na de val van de Muur, liep Greetje Witte-Rang vast op de verschillende waardering voor Ruys’ inzet in Duitsland en Nederland en op de enorme tijdsinvestering die een biografie zou kosten vanwege de matige kwaliteit van de familiearchieven en het archief van het Kraemerhuis. Dick de Jongh had zijn gesprekpartners benaderd met de vraag: ‘Verdient Bé Ruys een biografie?’ Tal van respondenten zeiden daarop ‘ja’, enkele anderen zeiden pertinent ‘nee’. Na bestudering van wat voor me lag, gaf ik aan mijn opdrachtgevers ook zelf antwoord op deze vraag: ‘nee’. Mijn overwegingen waren de volgende:

1)   Bé Ruys heeft zelf zeer weinig opgeschreven en zij las ook niet veel. Ze was een mensenmens.

2)   Haar leven laat zich beschrijven in een onafzienbare reeks namen van mensen die zij ontmoette, met wie ze werkte en die haar inspireerden en die zij inspireerde. Zo zou een biografie het karakter krijgen van een personenregister.

3)   De archieven – zowel die van haar familie als die van het Kraemerhuis – zijn gebrekkig en de ontsluiting ervan zou veel tijd kosten en waarschijnlijk te weinig opleveren.

4)   Bé Ruys gaat leven in de ervaringen van mensen die haar goed hebben gekend.

5)   Voor een goede biografie moet ook stevig onderzoek worden gedaan in Berlijnse archieven en onder haar Duitse gesprekspartners.

Ik besloot na overleg met mijn opdracht­gevers – enkele Nederlandse vrienden van het Hendrik Kraemerhuis – me te beperken tot een biografische schets en ik besloot om vooral praktische redenen me te beperken tot Nederlandse gesprekspartners over Bé Ruys. Voor een sfeerbeeld van de beleving van mensen uit Berlijn die Bé Ruys ook ver na de Wende nog konden volgen en haar eerden en verzorgden verwijs ik graag naar het boekje uit 1996 met teksten van een van hen, de moedige DDR-theoloog Giselher Hickel, die zich na de Wende vragen stelt over de mislukking van het socialistische project en de lessen voor de toekomst: Theologie im Kontext der Wende – vom Wert der Erfahrung des Scheiterns, vrij vertaald: wat betekent het om als theoloog meegemaakt te hebben dat je politieke droom in duigen is gevallen? Het boekje – een bundel preken en voordrachten uit de eerste jaren na de val van de Muur – is een fraai staaltje van dezelfde soort contextuele theologie die ook levenslang de theologische existentie van Bé Ruys in Berlijn heeft gestempeld. Hickel werd na de Wende aan alle kanten door de nieuwe machthebbers tegengewerkt, weigerde verklaringen te tekenen bij de diaconie, waar hij werkte en koos ervoor niet te zwichten voor deze druk. Hij houdt zich sedertdien bezig met grafverzorging op het Dorotheenstädtischen Friedhof in het centrum van Berlijn. Een principieel mens.

Ook mijn project om deze biografische schets te maken stagneerde helaas vanwege gezondheidsperikelen, maar uiteindelijk kon ik eraan beginnen. Ik las veel en sprak en mailde nog met enkele mensen. Het tijdschrift Ophef – een blad dat met een van zijn voorgangers Opstand in mijn DNA zit – was zo vriendelijk om de ruimte te bieden voor een biografisch themanummer en het mocht zo uitkomen dat deze tekst kan verschijnen aan de vooravond van de 100ste geboortedag van Be Ruys op 27 oktober 2017. Die geboortedatum viel, zoals bekend, vrijwel samen met de Russische Oktoberrevolutie. Op die toevalligheid was Bé zelf trots, evenals op het feit dat haar Nederlandse Oecumenische Gemeente in Berlijn op dezelfde dag werd opgericht als de Duitse Democratische Republiek. Alles is toeval en niets is toevallig.

 

Ik dank mijn voorgangers Dick de Jongh en Greetje Witte-Rang voor hun inzet en voor het materiaal dat ze voor me achtergelaten hebben. Hieronder de lijst van gesprekspartners van Dick de Jongh in 1999 en die van mij in de laatste jaren:

 

Dick Boer, 18-3-’99 en 22-1-‘16

Wessel ten Boom, 19-4-’99 (schriftelijk) en 17-3-‘16

Karl Derksen († 2012), 8-2-’99

Jur ten Have († sterfjaar onbekend), 20-4-’99

Albert van den Heuvel, 3-2-’99 en 8-4-‘16

Auke Hofman, 17-3-‘99

Johanna Hooysma, 21-7-’17 (mail)

Wil Jacobs, 11-7-’17 (mail)

Pim Ligtvoet, 9-2-‘99

Wichert Hoekert († 2006), 7-4-’99

Rinse Reeling Brouwer, 9-2-’99 en 14-3-‘16

Ger van Roon († 2014), 5-4-’99

Bert ter Schegget († 2001), 20-4-’99

Kiki Schrier, 6-8-’17 (mail)

Rimco Spanjer, 15-4-‘99

Wilken Veen, 18-3-‘99

Els van Vemde, 27-29-7-’17 (mail en schriftelijk)

Rochus Zuurmond, 7-4-‘99

 

Bé Ruys (1917-2014) heeft zelf een uitvoerige autobiografische schets geschreven (of samengesteld uit bestaande teksten), die in 1997 gepubliceerd wordt in de feestbundel voor haar 80ste verjaardag, Der Geschichte ins Gesicht sehen. In een tekst van ruim honderd bladzijden kijkt ze terug op haar leven. Ze heeft een schrijfstijl die ze zelf locker zou noemen: opgewekt, opbeurend. Ze hijst zichzelf niet op een sokkel en heeft zeker ook aandacht voor de momenten waar het in haar leven en haar werk schuurt of zelfs niet goed gaat. Maar waar haar weg afwijkt van wat haar aanvankelijk voor ogen stond, zoekt ze de reden daarvoor gewoonlijk buiten zichzelf: onverwachte politieke gebeurtenissen en anderen die in gebreke blijven. De vorming en ontvouwing van haar eigen ideeën en denkbeelden presenteert ze als een ontwikkeling met een strakke logica en haar achtereenvolgende stellingnamen als consequent. Mogen de eerste hoofdstukken die haar leven beschrijven tot aan het kanteljaar 1961 nog met recht autobiografisch heten, in de latere hoofdstukken laat ze zich zelden meer in haar ziel kijken en is eerder sprake van een opsomming van activiteiten en ontmoetingen. Zo kijkt haar tekst niet echt ‘de eigen geschiedenis in het gezicht’, zoals de titel belooft, met een verwijzing naar een uitspraak van de Tsjechische theoloog Hromádka, en ik gebruik haar schets dan ook graag, maar omzichtig.

 

Natuurlijk was een gesprek met een bijna 100-jarige Bé Ruys voor deze bijdrage aan prachtig sluitstuk geweest. Maar Bé Ruys is in 2014 overleden en een gesprek met haar was de laatste jaren van haar leven niet meer mogelijk. Moge deze tekst een bijdrage zijn aan de nagedachtenis van een sprankelende, betekenisvolle, complexe en ook omstreden vrouw met een veelbewogen leven.

 

Inhoud

1.   Redactioneel

2.   Verantwoording

3.   Proloog

4.   Engelen

5.   De lokroep van de oecumene

6.   De oorlog die bleef

7.   Brandpunt van de Koude Oorlog

8.   Dialoog en verwijdering

9.   Pastor voor iedereen

10. De naglans van Amsterdam 1948

11. Een wig in de stad en grensverkeer

12. Verder naar het oosten

13. Bruggenbouwers

14. Golf van progressiviteit

15. Alles is politiek in Berlijn

16. Verpletterende lente

17. Toenaderingspolitiek

18. Sfeerbeelden van het werk

19. Loden tijd

20. De vredesbeweging in de schijnwerpers

21. In de gaten gehouden

22. Tulp

23. Bonbons en parfum

24. Altijd dialoog

25. Verharding

26. Diskrediet

27. Mannenvrouw

28. Pensioen

29. De val

30. Verwerking

31. Levensavond

32. Ten slotte

33. Gebruikte literatuur

Ophef nr. 2 2017 Na de verkiezingen

Redactioneel
“Na de verkiezingen”. Eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd, behalve dan die gigantische nederlaag van de PvdA, maar die had iedereen aan zien komen en was al maanden van tevoren voorspeld. Wilders scoorde wel weer (veel te) goed, maar ook veel minder dan hij zelf had gedacht en anderen gevreesd. Het meest opzienbarende (maar ook niet totaal onverwacht) was de grote overwinning van Jesse Klaver en Groen Links. Ik zeg het met opzet in die volgorde, want het is de vraag in hoeverre dit echt het succes van de partij was. De ‘meet-ups’ met Jesse Klaver, die verrassend goed werden bezocht, maakten duidelijk dat Klaver misschien wel de eerste Nederlandse politicus is, die gemerkt heeft dat de klassieke politiek met partijen en leden en kiezers op zijn eind loopt. Hij wil een ‘beweging’ van progressieve mensen tot stand brengen en dat lijkt hem behoorlijk goed te lukken, de partij wordt dan voorhoede of misschien zelfs alleen maar ‘instrument’ van de beweging. We zullen niet zeggen, dat hij het van Klaver heeft afgekeken, maar Macron heeft het in Frankrijk een nog veel groter succes opgeleverd en als we de peilingen moeten geloven lijkt het erop, dat hij met zijn beweging ‘En marche’ moeiteloos een absolute meerderheid bij de komende parlementsverkiezingen gaat halen.

Er is dus niet zo veel veranderd en de centrale thema’s van ‘voor de verkiezingen’ zijn ook die van ‘na de verkiezingen’. Ik zet ze even op een rijtje (en besef heel goed, dat daarmee zeker niet alles is genoemd): 1) De kloof tussen arm en rijk; 2) klimaat en duurzaamheid; 3) medisch-ethische vragen vooral rond euthanasie; 4) Hoe moet het met onze defensie, nu ons een nieuwe koude oorlog en een agressieve Poetin aan worden gepraat; 5) en natuurlijk de multiculturele samenleving. U zult het niet geloven: voor elk van deze onderwerpen hebben we een kundige auteur (m/v) gevonden, die er zijn/haar licht over laat schijnen. De eerste twee (Herman Noordegraaf over de kloof tussen arm en rijk en Henk Manschot over duurzaamheid) gaven een inleiding voor het Leerhuis Amsterdam Tenach en Evangelie in een reeks die heette “Voor de verkiezingen”. Zoals verwacht ook na de verkiezingen nog steeds actueel en daarom hebben ze op mijn verzoek hun inleiding omgewerkt tot een artikel. Had er geen euthanasiekwestie gespeeld, dan was er misschien al wel een nieuwe regering geweest, maar de Christen-Unie had al voor de verkiezingen aangegeven dat dit voor hen een breekpunt was en daarom was deelname van de CU aan de regering voor D’66 een breekpunt. Els van Wijngaarden deed er onderzoek naar en schreef een boek over ‘voltooid leven’. Het artikel dat ze erover schreef voor de Helling, het blad van Groen Links, mochten we overnemen. Dank daarvoor aan de auteur en aan Erica Meijers, de hoofdredacteur van De Helling. De prettige samenwerking met haar (Erica is ook lid van VTM), heeft ons al eerder mooie artikelen opgeleverd. Graag maakt Ophef van de gelegenheid gebruik Erica te feliciteren met haar benoeming als universitair hoofddocent diaconaat aan de PThU, waar ze de opvolger wordt van Herman Noordegraaf. In ‘Vredesspiraal’, het blad van Kerk en Vrede, werd een door Greetje Witte en Bram Grandia geschreven Open brief aan de formateur geplaatst met het oog op de te verwachten en te bestrijden excessieve verhoging van de defensie-uitgaven. Ook die bijdrage mochten we overnemen, waarvoor dank.

Tenslotte schreef Theo Salemink over de multiculturele samenleving en daarmee wordt het thema-gedeelte afgesloten. Maar de allereerste uitvoerige reactie op de verkiezingsuitslag kwam van Rinse Reeling Brouwer. Op 16 maart (één dag na de verkiezingen) werd in De Nieuwe Poort in Amsterdam een klein symposium belegd naar aanleiding van het verschijnen van de biografie van Miskotte. Rinse opende die bijeenkomst met een column, waarin hij aan de hand van citaten duidelijk maakte, hoe Miskotte gedacht zou hebben over de verschillende thema’s van de verkiezingen. Daarom is de tekst van deze column opgenomen als openingsartikel van het thema-gedeelte.

De uitleg die Douwe van der Sluis geeft van de fabel van Jotham heeft trouwens ook alles met politiek (voor en na de verkiezingen) van doen! Een exegese aan de hand van de rabbijnse uitleg en toegespitst op de actuele situatie in Israël.

Wout van der Spek preekte met Pinksteren over Numeri, een verrassende combinatie en een verrassende uitleg. Daarom ook bij ons te lezen.

Bart Vijfvinkel schreef over het laatste boek van Theo Witvliet (over Buber) en Wessel ten Boom, gaat verder met zijn verhaal over de Portugese dichter Pessoa. Er is Zwerfvuil en er is de column van onze voorzitter en zelf bespreek ik weer een vijftal recent verschenen boeken. Ik hoop dat u hiermee de zomer door kunt komen. Veel plezier ermee.

 

Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.  Redactioneel

     Wilken Veen

2.  Eerst christen, daarna pas Nederlander

     Rinse Reeling Brouwer

3.  Armoede en sociale uitsluiting

     Herman Noordegraaf

4.  Nietzsches zoektocht naar de aarde en naar een ‘aardse’ levensstijl

     Henk Manschot

5.  Oud en der dagen zat

     Els van Wijngaarden

6.  Open brief aan toekomstige formateur

7.  Dubbele loyaliteit

     Theo Salemink

8.  De fabel van Jotham

     Een exegese door Douwe van der Sluis

9.  …zwerfVUIL…

     Johannes Diepersloot

10. Numeri met Pinksteren, een lering

     Wout van der Spek

11. Kwaliteit van leven – Het humanisme van Martin Buber een bespreking

     Bart Vijfvinkel

12. Depersonalisatie

     Wessel ten Boom

13. Theologie en maatschappij

     Harry Pals

14. Nieuwe boeken

     Wilken Veen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ophef nr. 1 2017 Breukelman

Redactioneel

 

Was het thema in het vorige nummer wat spaarzaam bedeeld (al hoorde ik ook wel enthousiaste geluiden over zo’n mengelwerkje), nu ligt het omgekeerd en was er nauwelijks ruimte voor artikelen buiten het thema. Met trots mag ik dus deze Breukelman-special aankondigen.

Op 1 december 2016 werd in het Bijbels Museum een symposium gehouden ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van Frans Breukelman. Het was een geanimeerde en goed bezochte bijeenkomst, die ook wel iets van een reünie had. Al die dominees, die net als ik in de jaren zeventig naar Amsterdam (of nog eerder al naar Simonshaven) trokken om op de zaterdagen op de zolder van het Theologisch Instituut aan de Herengracht naar de voordrachten van Frans Breukelman te luisteren. Op hun eigen faculteiten knokten ze voor democratisering en eisten inspraak en werkgroepen, maar in Amsterdam zat je moeiteloos zes uur op je krent om naar de voorstelling van Frans Breukelman te luisteren. Waagde iemand het een vraag te stellen, dan werd hij bijna boos aangekeken door de medehoorders, want dat ging allemaal af van de tijd, die Frans nam om zijn Bijbelse Theologie uiteen te zetten. Ja het staat nu allemaal in 10 mooie delen in de boekenkast, maar ik heb ook de stencils nog en daarin weet ik nog steeds gemakkelijker de weg.

Terugkijken dus, maar niet alleen dat! We kregen toestemming om de op 1 december gehouden voordrachten af te drukken. Het betreft het verhaal van Geert Istendael, geen theoloog, maar een groot liefhebber van de taal en het verhaal, die de liefde van Frans voor die Bijbelse verhalen moeiteloos aanvoelde en duidelijk maakt, dat je helemaal niet gelovig hoeft te zijn, om dit fantastisch te vinden. Het tweede referaat was van Alex van Ligten, “Met Frans de kansel op”. Die titel is raak, want daar ging het al die dominees toch vooral om, dat ze moesten preken en wel wisten dat ze daar op zondagmorgen niet met een degelijk wetenschappelijk historisch-kritisch verhaal aan konden komen. Het moest ergens over gaan, het moest spannend zijn en je moest het idee krijgen, dat je een tekst nu echt begrepen had en hem daarom ook wel uit durfde te leggen. En dat vonden we bij Frans. De evidentie van de goede exegese, noemde hij dat: als je de verbanden eenmaal gezien had, begon het hele verhaal op te lichten. Rinse hield de feestrede en drukte dankbaar uit, wat we allemaal aan Frans te danken hadden. Leo van de Wetering, boekverkoper te Rotterdam, sprak een column uit over de Rotterdamse meester van de Amsterdamse school. Zijn column werd eerder al afgedrukt in In de Waagschaal. De andere verhalen pasten vanwege hun omvang niet in het format van IdW. We waarderen het ten zeerste, dat Wessel ten Boom, de hoofdredacteur van IdW, zijn lezers wees op onze Breukelman-special. We drukten omwille van de compleetheid toch ook die column opnieuw af. Tijdens het symposium interviewde Ad van Nieuwpoort twee promovendi, die over niet al te lange tijd hopen te promoveren op een studie over het werk van Breukelman, Gerard van Zanden en Marco Visser. De tekst van de interviews werd niet geregistreerd en zou misschien ook niet zo goed te volgen zijn geweest, daarom hebben we Gerard en Marco gevraagd of ze een bijdrage aan dit nummer wilden schrijven, waarin ze duidelijk maken waarover hun proefschrift gaat en ons alvast een voorproefje geven. Bart Vijfvinkel interviewde (niet tijdens het symposium, maar daarna) Nico ter Linden, die – zo kun je dat toch wel zeggen – heel veel Breukelmandukaten in kleingeld heeft gewisseld en daarmee voor een heel groot publiek toegankelijk heeft gemaakt. Tenslotte schreef Tiers Bakker een korte overweging bij misschien wel hèt kernwoord in de theologie van Breukelman: de NAAM. Hij vergelijkt Breukelmans benadering hiervan met die van de Franse filosoof Lazarus (what ’s in a name).

Naast dit uitvoerige themagedeelte was er eigenlijk alleen nog plaats voor de min of meer vaste rubrieken: Het Zwerfvuil van Johannes Diepersloot, dat bij ontstentenis van een exegese als zodanig gelezen kan worden. De volgende aflevering van Wessel ten Booms serie over ‘dichters bij de dood van God’, ditmaal over de Portugese dichter Pessoa. De column van onze voorzitter: theologie en maatschappij, mijn boekenrubriek en ter afsluiting in plaats van een ‘Heftig’ dit keer een ‘Opgemerkt’ van Bart Vijfvinkel, die eigenlijk ook best heftig is, zoals zijn heftigs ook meestal opmerkelijk zijn.

Leest u intussen niet over de advertentie voor een nieuwe penningmeester van VTM heen. Oproepen om vooral te gaan stemmen (bij voorkeur links denk ik nog steeds) hebben weinig zin meer en of ik u (ons) moet feliciteren of sterkte wensen zou ik niet weten. Goede paasdagen en veel leesplezier met Breukelman.

 

Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.  Redactioneel

     Wilken Veen

2.  De Bijbel als fictie

     Geert van Istendael

3.  Met Frans de kansel op

     Alex van Ligten

4.  Feestrede bij 100e geboortedag van Frans Hendrik Breukelman

     Rinse Reeling Brouwer

5.  Groeten uit Rotterdam

     Leo van de Wetering

6.  De ‘Nadere Reformatie’ van Frans Breukelman

     Gerard van Zanden

7.  Frans Breukelman over pars pro toto

    Marco Visser

8.  Verhalen, Gesprek met Nico ter Linden

     Bart Vijfvinkel

9.  Het geweld van de naam “Alleen de naamplaatsen zijn benoembaar ” Sylvain Lazarus

     Tiers Bakker

10. …zwerfVUIL…

     Johannes Diepersloot

11. Fernando Pessoa en de dood van God (I)

     Wessel ten Boom

12. Theologie en maatschappij

     Harry Pals

13. Nieuwe boeken

     Wilken Veen

14. Opgemerkt…

     Bart Vijfvinkel

15. Vakliteratuur bij Narratio

 

 

 

Ophef nr. 4 2016 Kunst en theologie

Redactioneel

 

Soms gaan de dingen anders dan gepland. Als Ophef 2016/4 hadden we een themanummer over kunst en theologie bedacht en daarvoor ook diverse auteurs gevraagd om een bijdrage te schrijven. We werken eigenlijk altijd volgens dit schema en bijna altijd lukt dat ook, maar dit keer bleken bijna alle gevraagde auteurs (m/v) geen tijd te hebben of om andere redenen niet in te gaan op ons verzoek. Uiteindelijk hielden we in samenhang met dit thema maar twee artikelen over, een bespreking van het werk van El Lissitzky door Hans Peter Gramberg, de nieuwe mens, een artistiek ideaal dat verdwenen is, maar wat nog steeds tot nadenken stemt, en een bespreking van het laatste boek van de Franse filosoof Alain Badiou, De filosofie van het ware geluk, door Tiers Bakker.

Verder is het een sprokkelnummer geworden, met allerlei artikelen, die niet samenhangen met het bovengenoemde thema, maar volgens ons toch zeer de moeite waard zijn. In de eerste plaats is dat het tweede deel van Anton Wessels pleidooi om Bijbel en Koran samen te lezen. Het was te lang voor de vorige Ophef en is daarom in tweeën geknipt. Wat eigenlijk ook in de vorige Ophef had moeten staan, maar door uw hoofdredacteur bij de samenstelling werd vergeten, is het interview van Willemien Roobol met Annego Hogenbrink en Annerien Groenendijk over drie trialoogavonden (ontmoetingen met Joodse, Islamitische en Christelijke vrouwen) in Alkmaar.

Erica Meijers publiceerde samen met anderen het boek Green Values. We kondigden het al aan in Ophef 2016/1, maar een serieuze bespreking was er nog niet van gekomen. Nu introduceert Erica het zelf met een lezing die ze erover hield in Dublin.

Zondag 4 december preekte Dick Boer over misschien wel het moeilijkste onderwerp uit de christelijke doctrina, de predestinatieleer. Ik was onder zijn gehoor en zo onder de indruk, dat ik toestemming vroeg deze preek af te drukken. Zware stuff voor onder de kerstboom, maar ook verhelderend, verlichtend zelfs!

In dit nummer het derde (sic) deel van Wessel ten Booms beschouwingen over Rainer Maria Rilke in het kader van een serie over ‘Dichters bij de dood van God’. Het is met elkaar een indrukwekkend essay geworden over de favoriete dichter van Miskotte. En juist van hem verscheen in september een nieuwe druk van het Bijbels ABC. Bij de presentatie ervan las Dieuwke Parlevliet een reeks “Bijbels ABC in verzen”, waarvan ik het mooiste koos om in deze Ophef op te nemen.

Als altijd zocht en vond Johannes Diepersloot Zwerfvuil. Je kunt maar opgeruimd aan het nieuwe jaar beginnen.

Hans-Dirk van Hoogstraten bespreekt het begin dit jaar verschenen boek van Jurjen Wiersma, Bevrijdingstheologie actueel en Bara van Pelt bespreekt Versjes van Dick Boer. Zelf bespreek ik ook nog een aantal boeken in mijn rubriek Nieuwe Boeken. Het was deze herfst een rijke oogst aan mooie nieuwe boeken. Mijn rubriek had minstens twee maal zo lang kunnen zijn, maar een aantal daarvan houdt u tegoed in het volgende nummer. Want ook een kerstnummer moet zijn grenzen kennen. Tenslotte dit keer geen Heftig, maar de vaste column van onze voorzitter: Theologie en Maatschappij.

Namens de redactie wens ik u graag goede feestdagen en een leerzaam en strijdbaar 2017.

 

Wilken Veen

 

Inhoud
1.   Redactioneel

      Wilken Veen

2.   El Lissitzky’s Nieuwe Mens

      Hans Peter Gramberg

3.   Christelijke iconen
      Tiers Bakker

4.   Bijbel en Koran samen lezen? (2)

      Anton Wessels

5.   Dit jaar zouden we het heel anders aanpakken…

      INTERVIEW door Willemien Roobol

6.   Ruimte voor hoop

      Erica Meijers

7.   Predestinatie, anders gelezen

      Dick Boer

8.   Hervonden hymne – Rilke en zijn nieuwe God

      Wessel ten Boom

9.   Het godswonder van de taal…

      Dieuwke Parlevliet

10. Versjes

      Bara van Pelt

11. Bevrijdingstheologie actueel

      Een boekbespreking door Hans-Dirk van Hoogstraten

12. …zwerfVUIL…

      Johannes Diepersloot

13. Nieuwe Boeken

      Wilken Veen

14. Theologie en maatschappij

      Harry Pals

15. Vakliteratuur bij Narratio

 

Pagina's:12345678910»

Nieuws

WAT IS VTM?

Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie.

Belangrijke activiteiten zijn de uitgave van het periodiek Ophef en het publiceren van theologische portretten.

Via Ophef wil de VTM het maatschappelijke en theologische debat stimuleren!

BENT U AL LID VAN DE VTM?

Heeft u zich al eens afgevraagd waarom u dat nog niet bent? Want dat kan heel makkelijk via: secretariaatvtm@gmail.com

 

WAAROM HEEFT U NOG GEEN ABONNEMENT OP OPHEF?

Dat geeft uren leesplezier voor een relatief klein bedrag. En het kan namelijk heel makkelijk! Stuur een mail naar secretariaatvtm@gmail.com