Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie.
Browsing articles in "De Voorzitter aan het woord"

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-3

 

Theologie en maatschappij

 

Mijn column in Ophef van juni 2017 onder de kop ‘Theologie en maatschappij’ eindigde ik met een kritische sneer naar Frits de Lange. Ik had erop gewezen dat kritische theologie tegenwoordig meer cultuurkritisch is dan maatschappijkritisch. Zo kwam ik uit bij De Lange, die ‘met culturele argumenten de hemel afschaft’. Maar ‘waar blijft dan Gods Rijk?’, vroeg ik.

Ik baseerde mijn kritiek op het essay van De Lange in Trouw over het thema van zijn boek ‘Heilige onrust’, nu heb ik het boek erbij gepakt (zie de rubriek ‘Nieuwe boeken’ in hetzelfde nummer van Ophef). Ik verbaas me over zijn onkritische gelijkschakeling van hemel en hiernamaals (tot in het register toe), met afwijzing van beide. Ik begrijp zijn boek als een minimal theology (137), die niet van het geleefde leven weg wil gaan: alleen daar ligt de zin van het leven. Vandaar zijn voorliefde voor het joodse boven het Griekse (136): het eerste is aardsgericht, het tweede zweeft op de vleugels van Plato weg van de aarde, naar een andere werkelijkheid.

Heel goed, maar ik denk er dan bij: wij zijn met het joodse geloven verbonden door Jezus. Die mis ik in het boek van De Lange. Jezus’ primaire boodschap is dat Gods Rijk nabij is, vlakbij, aan te raken, te doen. Is dat niet een voor zijn tijd en omstandigheden geactualiseerde verwoording van het Joodse ‘het leven van de eeuw die komt’, waar De Lange als invulling van het Joodse geloof in het eeuwige leven naar verwijst (ook blz. 136)? Dat Rijk van de Messias kan elke seconde onze werkelijkheid binnentreden, zegt Jezus. Het ligt niet in een verre toekomst, niet na onze dood in een hemels hiernamaals; met wat Jezus in gang heeft gezet is het vlakbij gekomen, als vervulling van profetische verlangens naar vrede en gerechtigheid. Zo ontdekken we onze eigen eenvoud, als pelgrims. Maar die wordt gevuld door wat vanuit de toekomst van Jezus op ons toe komt.

 

Deze discussie over De Lange werd aangescherpt door de kritische tegenstem van Wilken Veen in de genoemde boekbespreking. Daar is de VTM voor, met vooral haar blad Ophef. De VTM is allereerst een vereniging van schrijven, lezen en discussiëren. Het bestuur heeft gezocht naar de mogelijkheden om als vereniging een eigen rol te spelen in het veld van kerk en samenleving, als aanvullende kritische partner van geestverwante organisaties, binnen en buiten de kerk. Maar dan moeten er leden zijn die dit kunnen en willen dragen. We hebben geprobeerd die leden daarvoor te motiveren en te activeren, maar moeten vaststellen dat dat niet of nauwelijks lukt.

De verenigingsvorm zit ons ook dwars. Die vorm past niet meer bij deze tijd van ‘meet ups’ en platforms. We moeten misschien naar een andere vorm zoeken om kritische stemmen te faciliteren.

Deze voorlopige conclusie willen we graag in iets uitgewerkte vorm voorleggen aan de leden van de VTM. Hoe kunnen we Ophef, theologenreeks en website toekomstbestendig maken? Welke vormen zijn daarvoor nodig? En wie dragen die vormen? En: waar kunnen we bij aansluiten? Wat zien jongere theologen in ons?De ledenvergadering wordt gehouden op vrijdagmiddag 10 november, van 14.00 – 17.00 u., in het gebouw van de EUG, Oudegracht 33, Utrecht (loopafstand van Utrecht CS). We hopen veel leden te kunnen begroeten.

 

Harry Pals    

 

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-2

 

Theologie en maatschappij

 

Wordt dit een kabinetsformatie die hoopvol stemt? Een nieuwe regering moet de tijd lezen en de hoop van de burgers verstaan. Essentieel is: mensen willen mee mogen doen in de samenleving. Dat is de wens van hen die bang zijn voor globalisering en van hen die er gretig op inspelen. Daarvoor moeten gedurfde keuzes gemaakt worden, zonder zich achter de buitenwereld te verschuilen: de miljarden die bedrijven niet betalen aan belasting innen; de omslag naar duurzaamheid die ook grote bedrijven lucratief gaan vinden doorzetten; de werkdruk die alom tot uitval leidt spreiden; in onderwijs en zorg de uitvoerders ruimte geven; compassie met gevluchte mensen en diplomatie in het buitenlandbeleid voorrang geven. Geen uitruilend kruidenierskabinet willen we, maar een regering met lef en hoop. Wie schrijft zo’n programma en welke partijen doen dan mee?

 

Hoe staat het met de formatie van een herboren VTM? Ik vind het een serieuze vraag of de VTM als eigenstandige organisatie een bijdrage kan leveren aan de vernieuwing van kerk en theologie en samenleving. Ik vind het moeilijk om een duidelijk eigen actueel profiel te presenteren dat aanspreekt.

Het ledenbestand van de VTM bestaat vooral uit 60-plussers. Het lijkt wel alsof het ons niet gelukt is het belang van op de samenleving betrokken theologie over te brengen op de generatie meteen na ons. Die was wel druk met gemeente- en parochiewerk, maar toch vooral aan de hand van individualistisch georiënteerde pastorale theologie en gemeenteopbouw-theorieën. De maatschappijkritische analytische insteek van Christenen voor het Socialisme en VTM ontbrak veelal. Misschien was het ook een noodzakelijke slingerbeweging dat de volgende generatie zich aan protestantse kant verenigde in een predikantenbeweging als Op Goed Gerucht, met een ‘liberale theologie’, open voor van alles.

De tijd van de grote verwachtingen is gesmoord in een neoliberale revolutie, die in de 90-er jaren onze samenleving overspoelde. In onze eigen hoekjes bleven wij stug doorgaan, maar gaandeweg voelden we toch wel het verlies dat insleet. Er was een soort linkse rouwverwerking ter zake van de houding tegenover socialisme en Oost-Europa, maar hebben we dat ooit breder en dieper gedaan? Misschien moeten we daar binnen de VTM nog eens mee bezig, en dan dicht op onze huid, dichtbij hoe we hiermee leefden en leven, evaluerend en vooruit kijkend. En dan uitkomen bij de vraag: wat is ons ‘erfgoed’ dat overblijft, dat we door willen geven? Waar streden we voor? En dan ook: waar zien we dit weer opduiken?

Ik zie in onze tijd zeker wel kritische theologie, maar die is meer cultuurkritisch dan maatschappijkritisch. Op dit gebied zijn er allerlei nieuwe (ook online) platforms – ik denk aan NieuwWij, de Nieuwe Liefde, de Theoloog des Vaderlands, Lazarus, kritische evangelicale theologen en bladen. Soms popt er zomaar even iets op: Occupy (met in de VS een sterk godsdienstige/theologische inbreng), de religieuze insteek van de Vluchtkerk, de leefgemeenschappen die her en der opduiken met radicale maatschappelijke inslag, een documentaire als ‘Hier ben ik’ (met Ad van Nieuwpoort).

Maar Frits de Lange die met culturele argumenten de hemel afschaft? – nee. Waar blijft Gods Rijk?

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-1

 

Theologie en maatschappij

 

In mijn bijdrage in het vorige nummer moest ik nog gniffelen om het onverwachte verlies van de heersende orde aan Trump c.s. Inmiddels is ook mij het lachen wel vergaan. Trump klaagt het heersende neoliberale vertoog in de parlementen en de media aan (vandaar dat hij wel moet werken met zijn ‘alternatieve feiten’, die buiten dat frame vallen). Maar hij is zelf een neoliberaal in overtreffende trap, die de overheid als een bedrijf wil runnen en collectieve voorzieningen tot onder het minimum wil terugdringen. Die vorm van bedrijfsvoering wordt gekenmerkt door de werkwijze van het investeringsfonds achter Kraft Heinz, het bedrijf dat Unilever wil(de) overnemen. Daar geldt als belangrijkste regel: houd werknemers scherp door consequent elk jaar de 10 % slechtst functionerende arbeidskrachten te ontslaan. Rauw kapitalisme dus, dat mensen tot concurrenten van elkaar maakt, opjaagt tot levensbedreigende prestaties en een verwoestende invloed heeft op ons samenleven. En Trump in het Witte Huis brengt deze drijfveer achter ons economische systeem onbarmhartig aan het licht.

 

Afgoderij, heet dit in het bijbels geloven. Bijbels gefundeerde theologie analyseert hoe deze afgoderij in de haarvaten van ons samenleven is doorgedrongen. Daar wil de VTM graag haar bijdrage aan leveren. We zoeken naar samenwerking met allerlei instellingen die kerk en samenleving verbinden. Ik ervaar dat als een taai, langdurig proces. Iedereen is druk, druk, druk – bezet door vele taken, VTM-leden ook. Tijd voor analyse en reflectie schiet er zomaar bij in. En wie zit er dan op kritische theologie te wachten?

We willen graag concreet meedoen en –denken. Pas dan kan kritische theologische inbreng haar waarde bewijzen. Dat betekent dat we bereid moeten zijn om het werkveld van bijvoorbeeld de grote stad, de nieuwbouwwijk, de bedreigde middenklasse, de middelbare leeftijders in te duiken en mee te verkennen, samen met wie daar werken. Heeft de verbinding van maatschappijanalyse en bijbelse theologie dan iets te bieden? Dat is voor mij een open vraag.

Vanuit het bestuur zoeken we naar goede mogelijkheden om de openbaarheid te zoeken en de sociale media te kunnen inzetten als discussieplatform

Meedenken van leden is bij dit alles zeer welkom.

 

Als deze bijdrage verschijnt is de verkiezingsuitslag in ons land bekend. Identiteit was een centraal woord in het jargon van onze politici op stemmenjacht. Daar bleek winst uit te halen, vooral als identiteit verbonden wordt met normaliteit en als die wordt gedefinieerd door anderen uit te sluiten. Maar identiteit is in de bijbelse traditie niet iets wat vanzelfsprekend in onszelf ligt, wat ieder wel zogenaamd ‘aanvoelt’. Het spreekt niet vanzelf, het moet ons toegesproken worden, we  hebben  de anderen en de Ander nodig: de ruimte van het verhaal dat wij niet onze eigen vrijheid bewerkt hebben, maar bevrijd werden tot vrijheid. Door dat te bedenken en te vieren worden en blijven we vrije mensen.

 

Harry Pals

 

P.S. In mijn column in het vorige nummer van Ophef heb ik de naam van één van de inleiders op de studiedag van VTM verhaspeld: de achternaam van Ariaan is niet Verbaan, maar Baan. Het spijt me dat dit gebeurd is.

 

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2016-4

 

Theologie en maatschappij

 

Eigenlijk moet ik er wel om gniffelen. De status quo verliest op alle fronten: Oekraīne-referendum, Brexit, Trump. Overal heerst wantrouwen richting leiders – en (denk ik dan) die hebben het er ook wel naar gemaakt. Een simpel pleidooi voor vertrouwen (Terlouw) is misplaatst, hoe welsprekend en meeslepend ook geuit. Bijbels geloof is ook gefundeerd wantrouwen in de machten – om bij het vertrouwen in een nieuw samen uit te komen. Van theologen mag een kritische analyse verwacht worden die gelovige mensen hierbij helpt.

 

Om kerk en samenleving daarin scherp te houden is de VTM er. Hoe kunnen we dat doen, met wie, via welke kanalen? Daarover ging het op 30 september, in de jaarvergadering van de vereniging, maar meer nog in de daarop volgende openbare studiemiddag. Aansluitend bij het in juni verschenen themanummer van Ophef hierover (‘VTM in beweging’) ging het over de vraag: waar en hoe kan er in deze tijd sprake zijn van maatschappijkritische theologie? Greetje Witte-Rang werkte tijdens de studiemiddag haar artikel in Ophef uit, en eindigde met vragen over de mogelijkheid van maatschappijkritiek: “(Ik merk) dat in onze kringen er in toenemende mate sprake is van een zekere radeloosheid: heeft het wel zin, die analyse? De financiële crisis is tot op het bot geanalyseerd, maar ècht ander beleid blijft uit. Klimaatverandering: idem. Wilders verslaat zijn duizenden. Wat doen wij fout? Waar zitten de aangrijpingspunten om veranderingen tot stand te brengen? Waar zijn de actoren? Veronderstelt maatschappijkritische theologie niet een gemeente waar die theologie geleefd wordt? Is daar nog iets van aan te treffen? Is zo’n gemeente nog mogelijk in het huidige culturele klimaat?“

De jonge(re) theologen Ariaan Verbaan en Udo Doedens gingen daar op in vanuit hun plaats in en visie op de kerk. Met kritische vragen als: zit deze tijd nog wel te wachten op maatschappijkritische theologie? Is er niet meer behoefte aan troost en het vertellen van de verhalen? De samenleving is geïndividualiseerd en dat komt onvermijdelijk terug in de geloofsbeleving. Om het vol te houden is kerk, met haar liturgie en prediking, meer dan ooit nodig, stelden zij.

De inleidingen leidden tot een spannende discussie. Over de rol die theologie en bijbelexegese speelden en spelen in de VTM en haar voorganger Christenen voor het Socialisme. En over de plaats van geloof en kerk in een geseculariseerde samenleving. In het VTM-bestuur concludeerden we dat we moeten zoeken naar verbindingen tussen werkvelden en de mensen die daarbij zijn betrokken en naar verdieping van de samenhangende theologische en maatschappelijke visie. We denken aan de pioniersplekken die de Protestantse Kerk promoot en faciliteert: welke missionaire visie zit daar achter? We proberen vanuit de VTM inbreng te leveren  bij de exposure-trainingen van het Kor Schippers Instituut, bij de reflectie op het werk in de grote steden (dienstencentra, straat- en buurtwerk) en bij een onderzoek naar de maatschappelijke betrokkenheid in evangelicale gemeenten. Er zijn of worden contacten hierover gelegd. Het zou interessant zijn om de visie van een dwarse en vrije denker als Peter Rollins hiervoor uit te werken en in te brengen.

 

Terug naar het begin. Maak onderscheid tussen de populistische leiders en verongelijkte mensen. Neem de onvrede serieus, er is echt wel reden om onvrede te voelen. Alsjeblieft geen verkiezingsstrijd met een front van ‘Wij tegen Wilders’, maar kritische analyse waar en waarom mensen onrecht wordt gedaan.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2016-3

 

Theologie en maatschappij

 

Ik was aan het begin van de vakantietijd een lang weekend in Duitsland. Tijdens een dagje Műnster wandelde ik door de mooie, goed geconserveerde kleine binnenstad. Ik zag de wreedheid van de geschiedenis: de kooien hoog aan de Lambertikerk, waarin de opstandige Wederdopers terecht- en tentoongesteld werden aan het volk (16e eeuw). En ik zag de beginnende vrede in de geschiedenis: een kleine eeuw later (1648) werd hier (in de statige Friedenssaal) de Vrede van Westfalen gesloten, die een eind maakte aan de onbeheersbaar geworden Dertigjarige Oorlog. Het was de eerste keer dat een oorlog niet op het slagveld werd beslist, maar aan de onderhandelingstafel – een mijlpaal dus! Op een grasveld aan de rand van de binnenstad zag ik tot mijn verrassing letters van bloemen die samen de woorden vormden: MUNSTER BEKENNT FARBE, ‘Műnster bekent kleur’, dezelfde leus waarmee wij ook in Utrecht samenwerken.

 

In deze samenleving waarin vrede wordt gezocht functioneert de theologie. Aan het eind van de maand waarin deze Ophef verschijnt organiseert de VTM – aansluitend bij haar ledenvergadering – een studiemiddag over de toekomst van de (maatschappij-)kritische theologiebeoefening (vrijdagmiddag 30 september 14.00 u. – Utrecht, Oudegracht 33). We zoeken een antwoord op de vraag: Maatschappijkritische theologie – waar gebeurt die? We gaan er van uit dat zo’n theologie er is, dat theologisch geschoolde mensen met o.a. die theologie als instrumentarium de maatschappij analyseren, kritiseren en proberen te veranderen. Dat gebeurt buiten en binnen instituten, buiten en binnen de kerk. Kunnen we de mensen die dat dragen bij elkaar brengen, bemoedigen, bijstaan? Kan de VTM een platform bieden voor deze theologische reflectie? Belangrijke vraag is dan ook: welke bondgenoten zien we hierbij? Trainings- en begeleidingsinstituten, opleidingen, leerhuiscentra. Kunnen we samenwerken aan een theologie die een theologie van de toekomst is, die een weg wijst in een onoverzichtelijke, versplinterde samenleving? In het volgende nummer van Ophef meer hierover.

Het vorige nummer van Ophef haalde weer eens de (kerk-)bladenrubriek van het dagblad Trouw. Daar werden wij met enige verbazing aangeduid als ‘een organisatie voor socialistische christenen die nog steeds bestaat’. Tja, we hebben de socialistische analytische traditie wel in ons pakket, maar noemen ons bewust niet meer zo. De zelfkritiek en relativering die in het nummer doorklinken worden gretig geciteerd. De Trouwredacteur heeft alleen maar anekdotisch gelezen, letterlijk ‘geplukt’, en de inhoud weggelaten. Het leest lekker, maar is wel een beetje goedkoop.

 

Terug naar Duitsland. Naast Műnster bezocht ik ook Osnabrűck. Ook die stad profileert zich als vredesstad, omdat die ook verbonden is met de onderhandelingen over de Vrede van Westfalen. In de St. Marienkirche (Evangelisch-Lutherisch) hoorde ik na een week van geweld (in Nice en Turkije) een goed bericht: van de zwaarden die tot ploegscharen omgeslagen zullen worden – een bevrijdend, emotioneel moment. Wat een zegen dat er zo’n plaats middenin de stad is, dat de prediker de lange lijnen van kerkelijke inzet voor vrede trok en de woorden van Jesaja neerzette als een onderbreking van onze reflex om in (tegen)geweld te gaan geloven.

 

Harry Pals

Bovenkant formulier

 

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2016-2

 

Theologie en maatschappij

 

Geen enkele activiteit is politiek neutraal. Dat geldt voor theologen net zo goed als voor journalisten en economen.

Ik herinner me nog mijn verbijstering toen ik enige tijd geleden hoorde: “Het fijne is dat het IMF volledig apolitiek is, dat maakt gewoon een economische analyse.” Met die uitsmijter besloot de Brusselse NOS-correspondent zijn verslag. Welke kwalificatie past hierbij: dom, naief, vals of slim? De IMF is de laatste decennia wereldwijd betrokken geweest bij koude saneringen in allerlei landen, die volgens een politiek, neoliberaal recept werden uitgevoerd. Maar de beeldvorming is dat dit economisch onvermijdelijk en gelegitimeerd is. En dit maakt onderdeel uit van de depolitisering van het openbaar bestuur. Aan onderzoeksinstanties als het CPB en financiële instellingen als de Nederlandsche en Europese Bank wordt een onafhankelijk gezag toegekend, waardoor politici niet anders kunnen dan… Maar deskundigheid is nooit neutraal. Het politieke debat wordt geneutraliseerd, vermeden. De democratie is de verliezer.

De vereniging VTM staat voor een theologie die bewust haar plaats middenin de samenleving wil innemen. Die ideologiekritisch allerlei tendensen in de samenleving analyseert en verwerkt in haar theologiseren. We willen niet vanaf een afstand wat roepen of ons beperken tot grootse analyses, maar ook graag (mede-)speler zijn binnen en buiten de gevestigde theologie en de kerken. Op de ledenvergadering van de VTM van 2015 is daarvoor een nieuwe koers uitgezet. Die is erop gericht om als VTM’ers onze kundigheid en ervaring zo concreet mogelijk in te zetten bij allerlei activiteiten op het grensvlak van geloof (kerk) en samenleving. We zijn er blij mee dat in dit themanummer de eerste voorlopige vruchten hiervan zichtbaar worden. Voor de verdere inbedding hiervan verwijs ik naar de in- en uitleiding bij het themagedeelte.

Het bestuur is verder bezig orde op zaken te stellen binnen de vereniging – gewoon heel zakelijk en weinig spectaculair. Er is een eigen emailadres voor contacten met de vereniging aangemaakt: secretariaatvtm@gmail.com. We werken aan een duidelijke taakomschrijving voor een redacteur Ophef online. We willen met onze vereniging duidelijk aanwezig zijn op internet, door stevige en inhoudelijke discussies te initiëren. Om te beginnen hebben we een Facebook-pagina aangemaakt: niet ‘VTM’ (dan kom je in België terecht), maar voluit ‘Vereniging Theologie en Maatschappij’. Kijk en like!

Terug naar het begin. Kunnen we terug naar het gezamenlijke, fundamentele gesprek over de koers van onze samenleving? Zou het lukken om fris en zonder taboes te kijken naar wat zich voordoet? Iedereen kan het zien en ervaren: er zijn massa’s overbelaste werkers in de zorg, het onderwijs en bij de overheid; daarmee gaat gepaard te weinig aandacht voor hulpzoekers, voor afhankelijke ouderen en jongeren. Dat aan de ene kant. Aan de andere kant zijn er honderdduizenden die zich vergeefs te pletter solliciteren en die graag hun capaciteiten zouden willen inzetten in de samenleving. Het is toch vreemd dat onze maatschappij dat niet op orde krijgt.  Een onderzoeksgroep van kritische economen kwam met het plan om ‘basisbanen’ te scheppen, ter ondersteuning van wie nu te hard moeten werken. Dat is goed voor iedereen. Ik hoop dat het over dit soort dingen zal gaan in de losbarstende verkiezingscampagnes.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2016-1

 

Theologie en maatschappij

 

We zaten met een groepje uit onze kerkgemeenschap bij elkaar. We vroegen ons af: hoe komt het dat wij een bezoekgroep hebben die meer bezoekers telt dan bezochten? Speelt het in onze tijd geldende mensbeeld een rol? In dat mensbeeld staat centraal de autonome, zelfstandig beslissende, individuele mens – een afgeleide van de veronderstelde homo economicus uit de neoliberale economie, de mens die rationele beslissingen uit eigenbelang zou nemen. Dat mensbeeld doet zich gelden in heel onze samenleving, ook in psychologische en therapeutische modellen en vooronderstellingen. Gevolg kan zijn dat we onze fundamentele menselijke kwetsbaarheid en het aangewezen zijn op elkaar negeren. Dan wordt het moeilijk een beroep op een ander te doen, omdat we daarmee onze afhankelijkheid toegeven.

 

Het bestuur van de VTM is druk bezig om de plannen van de ledenvergadering uit te werken (zie Ophef 2015 nr. 4, blz. 79). Eerste contacten zijn gelegd: met een trainings- en met een ondersteuningsinstituut in de grote stad, en met iemand die een onderzoek doet naar de maatschappelijke betrokkenheid van evangelicale groeperingen. Een leidende vraag is hoe ervaringen opgedaan in de stedelijke samenleving ingezet en theologisch verwerkt worden. En kunnen leden van de VTM vanuit hun traditie en werkervaring hierin een bijdrage leveren?

Belangrijk is de taal die gehanteerd wordt. Die doet er toe, die vormt en kneedt mensen. In de Protestantse kerk klinkt momenteel bijvoorbeeld te pas en te onpas het woord missionair. Dat wordt nogal eens verbonden met het begrip kerkgroei (tot in de naam van de betreffende afdeling binnen het Dienstencentrum toe). Welke visie op gemeente en gemeenschap zit hier achter? En welke reflectie op tendensen in de samenleving? Schijnbaar ondoordacht worden begrippen als ondernemingszin en onafhankelijkheid bij nieuwe initiatieven voor de zg. pioniersplekken gebruikt. Waar blijft het bewustzijn te staan in een lange kerkelijke traditie? Waar blijft de bijbelse traditie als kritisch tegenover? Geleerd door de maatschappijkritische theorie en theologie van VTM hebben we hier wel iets in te brengen, denken we.

Het is de bedoeling dat het volgende nummer van Ophef een themanummer wordt, waarin verschillende terreinen besproken worden waar we ons op willen gaan richten.

 

Terug naar het begin. De Vlaamse ethicus Ignaas Devisch wijst erop dat er in personeelsadvertenties en in advertenties voor onthaasting en mindfulness dezelfde termen gebruikt worden: in beide wordt gezocht naar ‘doorgroeimogelijkheden’, naar ‘ontplooiingskansen’, naar ‘authenticiteit’. Wat zich aandient als compensatie voor ons jachtige bestaan zit kennelijk gevangen in dezelfde logica. De autonome mens moet op het werk en thuis aan zelfverwerkelijking doen. De link met het neoliberale mensbeeld is overduidelijk, voeg ik er aan toe.

Hiervoor worden ook elementen uit de christelijke traditie ingezet, bijvoorbeeld uit de kloosterlijke spiritualiteit. Zijn we ons er in de kerk van bewust wat we in onze woorden en begrippen allemaal meenemen aan vooronderstellingen? Ik denk aan begrippen als heelheid, persoonlijke ontwikkeling, eigen kracht, zelfregie – begrippen die in de emotie-industrie handelswaar worden. Kunnen we dit soort containerbegrippen in hun dubbelheid en complexiteit aan de orde stellen? De waarde ervan, maar ook het maatschappelijke misbruik ervan? Zouden we dat zowel analytisch scherp als persoonlijk toepasbaar kunnen doen? Behoefte kan in de kerk nooit een vanzelfsprekend uitgangspunt zijn, omdat in het geloof ons ego aangevochten wordt. Het gaat in de kerk niet om jou, maar om jouw menswording.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2015-4

 

Theologie en maatschappij

 

“Als de Protestantse Kerk het eigentijdse gebod ‘Gij zult zelf kiezen’ serieus neemt, valt er in de toekomst mogelijk terreinwinst te boeken.” Deze uitspraak is van de voorman van de kerk met de meeste ‘likes’ op Facebook – en daar is hij trots op, want: “Een digitale duim opsteken is het nieuwe dopen.” Beide aanhalingen zijn van Tom Mikkers, algemeen secretaris van de Remonstranten. Kiezen, altijd maar weer kiezen – van schoolkeuze en loopbaan via energieleverancier en autoverzekering voor hoogopgeleiden tot je eigen geluk – je moet het helemaal zelf kiezen en dus maken, en als er iets mis loopt en je onverhoopt ongelukkig bent is het je eigen schuld, want je eigen keuze. Dat is de mantra van onze tijd – gebaseerd op het neoliberale mensbeeld van de altijd calculerende mens. Maar ik wil de extra boterhammen en appel die ik aan mijn studerende zoon meegeef niet bij hem in rekening brengen – natuurlijk niet; maar zo wil ik ook niet in de samenleving staan en behandeld worden; ik wil in de eerste plaats meedoen als een mens die erkenning zoekt en geeft.

 

De VTM was in ledenvergadering bijeen (3 oktober 2015). Vooral grijze hoofden, van mensen die al bijna een leven lang theologie en maatschappij kritisch op elkaar betrekken. We vertelden elkaar op welke plaatsen we ons inzetten: nieuwe bewegingen, kerk, geestelijke gezondheidszorg, pioniersplekken, politieke partijen, vredesbeweging. Er is wel wat verschoven: we zien en zoeken onze plaats niet meer zozeer in oude instituties als politieke partijen en kerk, maar meer in vernieuwende initiatieven op de rand daarvan. Kunnen we iets bundelen, elkaar versterken, onze kritische kennis beschikbaar stellen?, vroegen we elkaar. We kwamen uit op kritisch meedenken rond de aanwezigheid van de kerk in de stedelijke samenleving, rond de nieuwe protestantse pioniersplekken (welke gemeentevisie geldt daar onuitgesproken?), rond de zichtbare maatschappelijke betrokkenheid van nieuwe evangelicale groeperingen, rond de mensvisie in de geestelijke gezondheidszorg. Tegelijk beseffen we dat niemand op onze bijdrage zit te wachten. Een taak van de VTM is in ieder geval ook om de theologische bijdrage van Christenen voor het Socialisme als erfgoed voor de huidige generaties te verhelderen en te bewaren. Maar niet onveranderd, dus ingaand op de bewegingen van de tijd, ook onszelf theologisch vernieuwend.

 

Terug naar het begin. Het debat over de plaats van de kerk is overal gaande. Stefan Paas en Erik Borgman (uit protestants orthodoxe oecumenisch katholieke hoek) schreven er prikkelende boeken over. Ze zijn het er voor alles over eens, dat de kerk welgemoed en zelfbewust afwijkend moet durven zijn, een minderheidsstandpunt moet durven innemen. Dat haar traditie haar verwijst naar de alternatieve gemeenschap van leerlingen. Het hoeft niet altijd leuk te zijn in de kerk, het hoeft ook niet altijd over ‘mij’, over mijn voorkeuren en keuzes, te gaan – het gaat over een bevrijdende boodschap, van een God die ons ziet, hoort, die dan ook afdaalt – naar Egypte, het ‘enge land’ van alle tijden, die in mensen aanwezig is en meereist. Die nieuw ontvangen vrijheid om een alternatieve minderheid te zijn vraagt om scherpe analyse van de maatschappelijke tendensen van zelfverwerkelijking en prestatiedruk, van de ‘bezetheid’ van mensen.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2015-3

 

Theologie en maatschappij

 

Ik doe de radio aan. Een reclame schettert me tegemoet: “Haal je wel alles uit jezelf?!” – een coachingsbureau… “Wat mag u niet missen in het komende seizoen?!” – een tv-programma… Van alle kanten worden de boodschappen met eisen op ons afgevuurd: jij moet het maken!

En daar scharrelt de theologie tussendoor. En ook de Vereniging voor Theologie en Maatschappij.

 

We zaten als groepje VTM’ers bij elkaar. Als theologen die hun vorming hebben gekregen in de sociale verhoudingen van de 20e eeuw, maar die langzaamaan gedwongen werden te gaan werken onder de marktverhoudingen van de 21e (de komende) eeuw. Dat ervaarden we als ‘bezet gebied’. We vroegen ons af: hoe hebben we het neoliberale klimaat ‘overleefd’? En wat kan de plaats van VTM zijn in deze tijd?

We hebben geprobeerd het leren (zelf leren en overdragen) vol te houden – dat is ook een vorm van actie: helder denken is op zich al een uitweg uit de bezetting van het denken. Je kunt het systeem niet veranderen, je kunt daarbinnen wel jezelf en anderen leren om vragen te stellen. En hoe was en is dat binnen de kerk? Weinig theologisch-analytisch gehoor, wel veel hartelijke bereidheid om zich ook in de samenleving in te zetten. De scherpe vragen van het bijbelse verhaal zijn eerder buiten de reguliere kerk te horen…

Jongeren hebben zich het neoliberale mensbeeld en wereldvisie toegeëigend, ze zijn bezig met de maakbaarheid van het zelf: ze weten zichzelf verantwoordelijk voor succes en falen. Het besef van verantwoordelijkheid voor het grotere geheel (zeg: het systeem) ontbreekt bij hen. Jongeren maken kennis met religie via de berichten over geweld – en angst voor dat geweld. Zij hebben een instrumentarium nodig om daarnaar te leren kijken.

We signaleren tegengeluiden: het toneelstuk ‘De verleiders’ (over de bankenfraude), de boeken van Piketty en Luijendijk, de afkeer van het cijfermatige rendementsdenken die groeit. Maar kennelijk is nu de tijd niet rijp om een grote oplossing te forceren. Deze ‘speldenprikken’ tonen in ieder geval aan dat mensen niet meer onnadenkend akkoord gaan met hoe het gaat – maar zonder dat er al een alternatief ontwikkeld is.

Wat is de plaats van de VTM hierin? VTM kan analyseren welke betekenis deze kleine bewegingen hebben. Is er een veranderingspraktijk in de maatschappij waar we bij kunnen aanhaken? We spreken het verlangen uit elkaar wakker te houden, daarmee de eenzaamheid te doorbreken. Laten we proberen om kleine opduikende bewegingen op waarde te schatten. We weten dat die ook vroeger plotseling uitkristalliseerden tot iets groters.

Het is daarom belangrijk om in beweging te blijven – dus ook: om in een beweging te blijven. Daarvoor is de VTM er. Daarover gaat het in de ledenvergadering op 3 oktober.

 

We lezen in onze kerk Prediker. Lekker postmodern: laten wijsheid en bezit samen opgaan, is de prettige boodschap in Nieuwe Bijbelvertaling en Bijbel in Gewone Taal (7:11). Het Hebreeuws stoort: het gaat over erfdeel, je familiedeel in het beloofde land, ontvangen om door te geven. Die verbondenheid door de generaties heen is wijsheid.

 

Harry Pals – met dank aan Anne Marie Booij

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2015-2

 

Theologie en maatschappij

 

Er zijn schilderijen gestolen en zoek gemaakt in Bulgarije – waarschijnlijk zijn ze verbrand. De journaallezer sluit het onderwerp af met een zin die duidelijk moet maken hoe erg het verlies is: “De schilderijen waren heel veel geld waard.” Zonder nadere reflectie wordt geld de maat van de waarde der dingen, ook van kunst. Het gaat niet meer om de intrinsieke, artistieke waarde van de schilderijen, maar om wat de markt er voor waarde aan toekent. Kunst is alleen van belang als ruilwaar.

 

De neoliberale logica werkt in al ons denken door. Joris Luyendijk verslaat zijn duizenden met het verhaal rond zijn boek over de Londense bankwereld ‘Dit kan niet waar zijn’. Hij komt overal mensen tegen die zeggen: het is wel waar, sterker nog: het gaat bij ons net zo! – in de gezondheidszorg, het onderwijs, het bedrijf. Het gaat daar steeds meer om meetbare doelen en opbrengsten. Op de universiteit schijnen ze ook net het rendementsdenken onthuld te hebben… Luyendijk eindigt zijn boek met het beeld van de lege cockpit: het bankwezen is als een vliegtuig zonder piloot in de cockpit. De Amsterdamse econoom Ewald Engelen laat iets anders zien: hij spreekt van de ‘financialisering’ van heel de samenleving (‘De Groene Amsterdammer, 23 april 2015). Onze taal is ‘geldspraak’ geworden, legt hij uit: alles wat wij samen doen en ons voornemen moet in termen van geld, van winst, van rendement worden verantwoord. Hij concludeert: schuld heeft de lege plaats van God ingenomen.

 

Onze samenleving is gebouwd op de religie van geld als God. Economie is geen hulpwetenschap meer, maar zijnsanalyse. De ‘homo economicus’ is ‘de ware mens’ – analyse en streven tegelijk, doorgedrongen tot in de haarvaten van onze samenleving.

Hier kan maatschappijkritische theologie verhelderen. En hier ligt een kerntaak voor de Vereniging voor Theologie en Maatschappij. Want die wil hen verenigen die werken aan een ‘sociaalkritische en politiek geëngageerde theologie’. Ik zou concluderen dat dus analyse van en kritiek op het neoliberale denken centraal zou moeten staan in onze activiteiten. Maar zijn we het daar in onze vereniging over eens?

Ik merk dat ik het moeilijker vind dan ik gedacht had om als voorzitter leiding te geven aan een revival van de VTM. Niet alleen vanwege het ontbreken van bestuursleden en geld. Ook vanwege het ontbreken van een duidelijke focus. Is het mogelijk om tastbare ervaringen met de macht van geld en markt te verdiepen naar het niveau van het werkzame mensbeeld erachter? Is het mogelijk concreet te maken hoe dit doorwerkt in de vanzelfsprekendheden in onze samenleving? En dat dit ook geldt voor wat de kerken als evangelie aanprijzen en vormgeven? Dus: is religiekritiek inzetbaar, hanteerbaar, werkzaam te maken? En hebben we iets bij te dragen aan het groeiende verzet in de samenleving tegen het verpatsen van onze menselijkheid aan anonieme rendementsmachten? Grote, al te grote vragen nog.

 

‘Geldspraak’ speelt ook een rol in de keuzes die de vertalers van de ‘Bijbel in Gewone Taal’ maakten. Zij maken van de ‘kostbare’ olie die Maria over de voeten van Jezus uitgiet handelswaar: “heel dure olie” (Johannes 12 : 3). De vertalers werken bewust met een beperkte voorraad woorden, de meest voorkomende. Zij kunnen er dus niets aan doen dat daarbij het woordje ‘duur’ hoort, en niet het woordje ‘kostbaar’. Ofwel: ‘kostbaar’ is wat iets ‘kost’ (inspanning, pijn), ‘duur’ is het als de waarde alleen als waar gedefinieerd kan worden, dus in geldbegrippen. De vertalers hebben begrepen dat het zo werkt in onze samenleving – maar ze ontkrachten wel wat het bijbelverhaal daar tegenin te brengen heeft.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2015-1

 

Theologie en Maatschappij

 

Wat is het verschil tussen Halbe Zijlstra en Jezus? Beiden zeiden: Wie zonder zonde is werpe de eerste steen! Maar Jezus kwam op voor een vrouw, die uitgestoten werd vanwege een harde mannenmoraal, Halbe voor een partijgenoot die zich goed neo-liberaal verrijkt had met geld van de gemeenschap. Pas op als de VVD aan bevrijdingstheologie gaat doen – dan klinkt er Veel Valse Dogmatiek (zoals iemand samenvatte)! Zijlstra overleefde zijn misplaatste bescherming overigens, maar toch anders dan Jezus…

 

Hoe relevant is theologie in de maatschappij? De Vereniging waarvan dit blad uitgaat heeft deze verbinding in haar naam: Theologie en Maatschappij. Welke relatie ligt er tussen die twee? Ze zijn zo nauw verbonden dat ze eerder in elkaar verstrengeld liggen – je kunt het woord ‘relatie’ eigenlijk niet gebruiken, want die veronderstelt twee aparte partners. Het verbindingswoordje ‘en’ is ook te oppervlakkig, alsof het de vereniging erom zou gaan beide zaken naast elkaar als onderzoeksveld te beschouwen.

Ik zou liever spreken van maatschappelijk betrokken theologie: theologie die haar betrokkenheid in en op de maatschappij bedenkt (alle theologie is maatschappelijk betrokken, maar dan vaak onbewust). Of nog liever van maatschappijkritische theologie – daar zit een keuze achter van de dragers van deze theologie om zich kritisch op te stellen tegenover de bestaande maatschappij. Voor mij is zo’n theologie alleen denkbaar vanuit de bijbelse religiekritiek – waarbij ik religie breed opvat: alle maatschappelijke systemen waaraan mensen vertrouwen ontlenen en die dus macht over mensen uitoefenen.

 

Een vereniging voor maatschappijkritische theologie heeft dus bestaansrecht. Maar zoals de meeste lezers van dit blad bekend zal zijn is de positie van de VTM wankel. De inkomsten zijn schaars, en de betrokkenheid van de leden schraal; we zoeken naarstig naar nieuwe bestuursleden.

We zijn bezig om een beraad te organiseren over de mogelijkheden en de positie van de VTM. Welke (nieuwe) rol zou ze kunnen spelen? Kan ze functioneren als een soort platform voor maatschappijkritische theologie? Of als een verbindingsschakel tussen uiteenlopende initiatieven? Welke bondgenoten zijn dan in het spel? Instituten als Kerk&Vrede, de (stedelijke, regionale en landelijke) dienstencentra van de kerken, buurtpastores, Dominicaans Studiecentrum, Nieuwwij, De Nieuwe Liefde. Allemaal ‘instituten’ met een verschillende plaats, achtergrond en taakstelling – maar ze hebben elkaar iets te melden en kunnen elkaar versterken. Ligt daar een rol voor de VTM?

Deze weg wordt verkend in een trainingsopzet in samenwerking met het Kor Schippers Instituut in Rotterdam. Twee-VTM-leden hebben zich daar laten scholen voor theologie-in-de-stad, en na de zomer hopen we zo een bijdrage te kunnen leveren aan een nascholing voor predikanten en pastores.

 

Theologie in de samenleving is blijvend actueel. Als ik bijvoorbeeld het volgende constateer: het zijn altijd weer de mensen die zich in de politiek graag naar Jezus noemen (liefst ‘Christus-lijk’, met mooie toevoegingen als ‘Appèl’, ‘Unie’ of ‘Gereformeerd’) die opkomen voor het aanschaffen van nieuw wapentuig – nu weer de JSF, met kernwapens en al. Alsof Jezus nooit bestaan heeft. Alsof Jezus niet ons mensen uitdaagde om alternatieven voor het geweld aan te durven. Dit is toch veel erger dan een verwarde dominee die opeens gelooft dat Jezus nooit geleefd heeft. Hier gaat het om Jezus-ontkenning in de praktijk. Kan de kerk hier ook wat van vinden?

 

Harry Pals

(voorzitter VTM)