Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook
Browsing articles in "De Voorzitter aan het woord"

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-4

 

Theologie en maatschappij

 

Ik ben in gesprek met twee jonge theologen. Beiden zijn geīnteresseerd in een analytisch gesprek dat verder gaat dan de zaak (buurt, pioniersplek, wijkkerk) waar ze zich voor inzetten, dat ook maatschappelijke ontwikkelingen bedenkt en meeneemt in het werk. Een gesprek dat grotere maatschappelijke verbanden analyseert, met als leidende vraag ‘waarom het gaat zoals het gaat’ – bijv. waarom een buurt achterstandswijk geworden is en blijft, wat mensen opjaagt en zorgt dat iedereen het zo druk heeft. En hoe ‘alledaags verzet’ (concrete strijd van mensen rond hun levensomstandigheden) in gesprekken verbonden kan worden met het zicht op bredere maatschappelijke ontwikkelingen.

Ze verzekeren mij dat er in bredere kring onder jonge, geëngageerde kerkmensen belangstelling is voor zo’n gesprek – bij bewoners van leefgemeenschappen, bij diaconale en pastorale werkers in buurten, bij pioniers. Hier zijn veelal jonge mensen vanuit hun geloof bezig, maar een structurele analyse van en theologische bezinning op hun engagement ontbreekt vaak.

 

Niet lang daarna waren we als VTM-leden in vergadering bijeen (10 november). Ter tafel lag een stuk van het bestuur. Daarin werd geconcludeerd dat de koers van de afgelopen jaren om de VTM aan te bieden als samenwerkingspartner in het veld van kerk en samenleving niet blijkt te werken. De leden zijn daarvoor niet te mobiliseren. En de VTM is geen begerenswaardige partner voor anderen. Het bestuur stelde daarom voor om afscheid te nemen van deze pogingen om onszelf als vereniging op de kaart te zetten.

De ledenvergadering stemde daarmee in. We gaan minder als klassieke vereniging en meer als een netwerkstructuur functioneren. In ieder geval blijven ons blad Ophef en reeks boekjes over theologen. Die vormen een sterk punt van de VTM op dit moment. Via studiedagen georganiseerd door VTM en door andere verwante organisaties kunnen deze beide activiteiten worden aangevuld en versterkt. Via een actief gebruik van sociale media zullen we mensen hierop attent maken. Daarvoor is een goed functionerende website en Facebook-pagina noodzakelijk. We gaan onder de leden actief vrienden werven voor onze Facebook-pagina. En in samenwerking met uitgeverij Narratio onderzoeken we de mogelijkheden om de website te laten uitgroeien tot een platform voor het debat over theologie en/in de samenleving.

Tenslotte: John Videc en Wim Kester traden terug als bestuursleden. Ze werden hartelijk bedankt. John heeft zich jarenlang ingezet voor cursuswerk en website. Wim heeft de financiën van de VTM op orde gebracht – we zoeken nu wel een nieuwe penningsmeester!

 

In de theologenreeks verscheen onlangs een deeltje over de Duitse dogmaticus Friedrich-Wilhelm Marquardt, ‘Denken vanuit de ommekeer’, geschreven door Coen Constandse. Ik heb het boekje op 27 oktober dankbaar in ontvangst genomen. Voor mij is Marquardt één van de vaders van onze vereniging. Ik herinner me nog heel goed de levendige ontmoeting met hem op Hydepark, toen hij tegen ons zei dat het socialisme nu weinig kans krijgt in onze wereld, maar bewaard zal blijven binnen de kerk. Daar ligt ook de inzet van onze vereniging, op zoek naar wat blijvend is aan de erfenis van socialisme en theologische arbeid.

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-3

 

Theologie en maatschappij

 

Mijn column in Ophef van juni 2017 onder de kop ‘Theologie en maatschappij’ eindigde ik met een kritische sneer naar Frits de Lange. Ik had erop gewezen dat kritische theologie tegenwoordig meer cultuurkritisch is dan maatschappijkritisch. Zo kwam ik uit bij De Lange, die ‘met culturele argumenten de hemel afschaft’. Maar ‘waar blijft dan Gods Rijk?’, vroeg ik.

Ik baseerde mijn kritiek op het essay van De Lange in Trouw over het thema van zijn boek ‘Heilige onrust’, nu heb ik het boek erbij gepakt (zie de rubriek ‘Nieuwe boeken’ in hetzelfde nummer van Ophef). Ik verbaas me over zijn onkritische gelijkschakeling van hemel en hiernamaals (tot in het register toe), met afwijzing van beide. Ik begrijp zijn boek als een minimal theology (137), die niet van het geleefde leven weg wil gaan: alleen daar ligt de zin van het leven. Vandaar zijn voorliefde voor het joodse boven het Griekse (136): het eerste is aardsgericht, het tweede zweeft op de vleugels van Plato weg van de aarde, naar een andere werkelijkheid.

Heel goed, maar ik denk er dan bij: wij zijn met het joodse geloven verbonden door Jezus. Die mis ik in het boek van De Lange. Jezus’ primaire boodschap is dat Gods Rijk nabij is, vlakbij, aan te raken, te doen. Is dat niet een voor zijn tijd en omstandigheden geactualiseerde verwoording van het Joodse ‘het leven van de eeuw die komt’, waar De Lange als invulling van het Joodse geloof in het eeuwige leven naar verwijst (ook blz. 136)? Dat Rijk van de Messias kan elke seconde onze werkelijkheid binnentreden, zegt Jezus. Het ligt niet in een verre toekomst, niet na onze dood in een hemels hiernamaals; met wat Jezus in gang heeft gezet is het vlakbij gekomen, als vervulling van profetische verlangens naar vrede en gerechtigheid. Zo ontdekken we onze eigen eenvoud, als pelgrims. Maar die wordt gevuld door wat vanuit de toekomst van Jezus op ons toe komt.

 

Deze discussie over De Lange werd aangescherpt door de kritische tegenstem van Wilken Veen in de genoemde boekbespreking. Daar is de VTM voor, met vooral haar blad Ophef. De VTM is allereerst een vereniging van schrijven, lezen en discussiëren. Het bestuur heeft gezocht naar de mogelijkheden om als vereniging een eigen rol te spelen in het veld van kerk en samenleving, als aanvullende kritische partner van geestverwante organisaties, binnen en buiten de kerk. Maar dan moeten er leden zijn die dit kunnen en willen dragen. We hebben geprobeerd die leden daarvoor te motiveren en te activeren, maar moeten vaststellen dat dat niet of nauwelijks lukt.

De verenigingsvorm zit ons ook dwars. Die vorm past niet meer bij deze tijd van ‘meet ups’ en platforms. We moeten misschien naar een andere vorm zoeken om kritische stemmen te faciliteren.

Deze voorlopige conclusie willen we graag in iets uitgewerkte vorm voorleggen aan de leden van de VTM. Hoe kunnen we Ophef, theologenreeks en website toekomstbestendig maken? Welke vormen zijn daarvoor nodig? En wie dragen die vormen? En: waar kunnen we bij aansluiten? Wat zien jongere theologen in ons?De ledenvergadering wordt gehouden op vrijdagmiddag 10 november, van 14.00 – 17.00 u., in het gebouw van de EUG, Oudegracht 33, Utrecht (loopafstand van Utrecht CS). We hopen veel leden te kunnen begroeten.

 

Harry Pals    

 

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-2

 

Theologie en maatschappij

 

Wordt dit een kabinetsformatie die hoopvol stemt? Een nieuwe regering moet de tijd lezen en de hoop van de burgers verstaan. Essentieel is: mensen willen mee mogen doen in de samenleving. Dat is de wens van hen die bang zijn voor globalisering en van hen die er gretig op inspelen. Daarvoor moeten gedurfde keuzes gemaakt worden, zonder zich achter de buitenwereld te verschuilen: de miljarden die bedrijven niet betalen aan belasting innen; de omslag naar duurzaamheid die ook grote bedrijven lucratief gaan vinden doorzetten; de werkdruk die alom tot uitval leidt spreiden; in onderwijs en zorg de uitvoerders ruimte geven; compassie met gevluchte mensen en diplomatie in het buitenlandbeleid voorrang geven. Geen uitruilend kruidenierskabinet willen we, maar een regering met lef en hoop. Wie schrijft zo’n programma en welke partijen doen dan mee?

 

Hoe staat het met de formatie van een herboren VTM? Ik vind het een serieuze vraag of de VTM als eigenstandige organisatie een bijdrage kan leveren aan de vernieuwing van kerk en theologie en samenleving. Ik vind het moeilijk om een duidelijk eigen actueel profiel te presenteren dat aanspreekt.

Het ledenbestand van de VTM bestaat vooral uit 60-plussers. Het lijkt wel alsof het ons niet gelukt is het belang van op de samenleving betrokken theologie over te brengen op de generatie meteen na ons. Die was wel druk met gemeente- en parochiewerk, maar toch vooral aan de hand van individualistisch georiënteerde pastorale theologie en gemeenteopbouw-theorieën. De maatschappijkritische analytische insteek van Christenen voor het Socialisme en VTM ontbrak veelal. Misschien was het ook een noodzakelijke slingerbeweging dat de volgende generatie zich aan protestantse kant verenigde in een predikantenbeweging als Op Goed Gerucht, met een ‘liberale theologie’, open voor van alles.

De tijd van de grote verwachtingen is gesmoord in een neoliberale revolutie, die in de 90-er jaren onze samenleving overspoelde. In onze eigen hoekjes bleven wij stug doorgaan, maar gaandeweg voelden we toch wel het verlies dat insleet. Er was een soort linkse rouwverwerking ter zake van de houding tegenover socialisme en Oost-Europa, maar hebben we dat ooit breder en dieper gedaan? Misschien moeten we daar binnen de VTM nog eens mee bezig, en dan dicht op onze huid, dichtbij hoe we hiermee leefden en leven, evaluerend en vooruit kijkend. En dan uitkomen bij de vraag: wat is ons ‘erfgoed’ dat overblijft, dat we door willen geven? Waar streden we voor? En dan ook: waar zien we dit weer opduiken?

Ik zie in onze tijd zeker wel kritische theologie, maar die is meer cultuurkritisch dan maatschappijkritisch. Op dit gebied zijn er allerlei nieuwe (ook online) platforms – ik denk aan NieuwWij, de Nieuwe Liefde, de Theoloog des Vaderlands, Lazarus, kritische evangelicale theologen en bladen. Soms popt er zomaar even iets op: Occupy (met in de VS een sterk godsdienstige/theologische inbreng), de religieuze insteek van de Vluchtkerk, de leefgemeenschappen die her en der opduiken met radicale maatschappelijke inslag, een documentaire als ‘Hier ben ik’ (met Ad van Nieuwpoort).

Maar Frits de Lange die met culturele argumenten de hemel afschaft? – nee. Waar blijft Gods Rijk?

 

Harry Pals

De voorzitter van de VTM aan het woord in het Ophef-nr. 2017-1

 

Theologie en maatschappij

 

In mijn bijdrage in het vorige nummer moest ik nog gniffelen om het onverwachte verlies van de heersende orde aan Trump c.s. Inmiddels is ook mij het lachen wel vergaan. Trump klaagt het heersende neoliberale vertoog in de parlementen en de media aan (vandaar dat hij wel moet werken met zijn ‘alternatieve feiten’, die buiten dat frame vallen). Maar hij is zelf een neoliberaal in overtreffende trap, die de overheid als een bedrijf wil runnen en collectieve voorzieningen tot onder het minimum wil terugdringen. Die vorm van bedrijfsvoering wordt gekenmerkt door de werkwijze van het investeringsfonds achter Kraft Heinz, het bedrijf dat Unilever wil(de) overnemen. Daar geldt als belangrijkste regel: houd werknemers scherp door consequent elk jaar de 10 % slechtst functionerende arbeidskrachten te ontslaan. Rauw kapitalisme dus, dat mensen tot concurrenten van elkaar maakt, opjaagt tot levensbedreigende prestaties en een verwoestende invloed heeft op ons samenleven. En Trump in het Witte Huis brengt deze drijfveer achter ons economische systeem onbarmhartig aan het licht.

 

Afgoderij, heet dit in het bijbels geloven. Bijbels gefundeerde theologie analyseert hoe deze afgoderij in de haarvaten van ons samenleven is doorgedrongen. Daar wil de VTM graag haar bijdrage aan leveren. We zoeken naar samenwerking met allerlei instellingen die kerk en samenleving verbinden. Ik ervaar dat als een taai, langdurig proces. Iedereen is druk, druk, druk – bezet door vele taken, VTM-leden ook. Tijd voor analyse en reflectie schiet er zomaar bij in. En wie zit er dan op kritische theologie te wachten?

We willen graag concreet meedoen en –denken. Pas dan kan kritische theologische inbreng haar waarde bewijzen. Dat betekent dat we bereid moeten zijn om het werkveld van bijvoorbeeld de grote stad, de nieuwbouwwijk, de bedreigde middenklasse, de middelbare leeftijders in te duiken en mee te verkennen, samen met wie daar werken. Heeft de verbinding van maatschappijanalyse en bijbelse theologie dan iets te bieden? Dat is voor mij een open vraag.

Vanuit het bestuur zoeken we naar goede mogelijkheden om de openbaarheid te zoeken en de sociale media te kunnen inzetten als discussieplatform

Meedenken van leden is bij dit alles zeer welkom.

 

Als deze bijdrage verschijnt is de verkiezingsuitslag in ons land bekend. Identiteit was een centraal woord in het jargon van onze politici op stemmenjacht. Daar bleek winst uit te halen, vooral als identiteit verbonden wordt met normaliteit en als die wordt gedefinieerd door anderen uit te sluiten. Maar identiteit is in de bijbelse traditie niet iets wat vanzelfsprekend in onszelf ligt, wat ieder wel zogenaamd ‘aanvoelt’. Het spreekt niet vanzelf, het moet ons toegesproken worden, we  hebben  de anderen en de Ander nodig: de ruimte van het verhaal dat wij niet onze eigen vrijheid bewerkt hebben, maar bevrijd werden tot vrijheid. Door dat te bedenken en te vieren worden en blijven we vrije mensen.

 

Harry Pals

 

P.S. In mijn column in het vorige nummer van Ophef heb ik de naam van één van de inleiders op de studiedag van VTM verhaspeld: de achternaam van Ariaan is niet Verbaan, maar Baan. Het spijt me dat dit gebeurd is.