Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

De “Nieuwe Boeken”-rubriek uit Ophef 2015/3

In het Ophefnummer 2015/3 worden door Wilken Veen de volgende boeken besproken:

 

Karl Barth, Gesamtausgabe Bd. 49, Vorträge und kleinere Arbeiten 1930-1933, herausgegeben von Michael Beintker, Michael Hüttenhoff und Peter Zocher, Theologischer Verlag Zürich, 2013, XVII + 654 pag., ISBN 978 3 290 17708 9, € 115,00.

 

In 1971 verscheen het eerste deel van de Karl Barth Gesamtausgabe, de briefwisseling tussen Barth en Bultmann. Meer dan veertig jaar later verscheen het hier besproken boek en inmiddels zijn ook Band 50 met niet eerder gepubliceerde teksten over de Kirchliche Dogamtik en Band 51 met de allervroegste preken (uit 1911). Hoeveel delen er nog zullen verschijnen, daarover is vanaf het begin geen volledige duidelijkheid, al is er wel eens gesproken over zeventig delen en zullen er vast mensen zijn, die daar meer vanaf weten dan ik. Ik heb me er ooit op geabonneerd en ben blij met iedere uitgave, maar lang niet altijd kom ik ertoe om ze ook te lezen (en dan eventueel ook mijn leeservaringen met jullie te delen). Dat lag anders met dit deel. Ooit, in 1991, promoveerde ik op een studie over het Duitse protestantisme in 1933 en sloot dat af met een deel over Karl Barth in 1933. Ik deed dat vanzelfsprekend op basis van het destijds beschikbare materiaal. Inmiddels is er veel meer verschenen. Al Barths brieven uit 1933, zijn preken uit dat jaar en de briefwisselingen met Charlotte von Kirschbaum en Eduard Thurneysen. De laatstgenoemde uitgaves (ook in het kader van de GA) werden misschien wel opzettelijk wat opgehouden omdat er heel veel zeer persoonlijke informatie over Barth (met name over zijn verhouding met Charlotte von Kirschbaum) in staat, die zijn kinderen wellicht liever niet bij hun leven gepubliceerd zagen.

Hoe het ook zij: wie geïnteresseerd is in de Duitse Kerkstrijd en de rol die Karl Barth daarin gespeeld heeft, vindt hier een geweldige hoeveelheid materiaal met in het centrum een geheel nieuwe en zeer uitvoerig geannoteerde uitgave van Barths Theologische Existenz heute!, door mij destijds aangeduid als de belangrijkste publicatie uit de Kerkstrijd. Wat minder bekend was, is dat Barth al een paar dagen na afsluiten van deze tekst begon aan een vervolg, door hem aangeduid als Theologische Existenz heute II, dat echter tot nu toe nooit werd gepubliceerd. Ook over die tekst beschikken we nu en krijgen daardoor ook zicht op wat de uitgevers bedoelen met Gesamtausgabe, namelijk dat zo mogelijk alles wat Barth aan het papier heeft toevertrouwd of aan Charlotte von Kirchbaum gedicteerd uiteindelijk gepubliceerd wordt en alles voorzien van grondige historische inleidingen. Ik geniet daarvan, maar besef terdege dat het een gedetailleerdheid is, waarop kerkhistorici wellicht gek zijn, maar die niet aan een ieder besteed is. Daarbij komt dat in de loop der jaren de prijzen als maar gestegen zijn kennelijk in de veronderstelling dat de diehards ze toch wel aanschaffen. Ooit, maar ik vrees dat ik dat niet meer mee zal maken, zal het hele werk van Barth natuurlijk gedigitaliseerd moeten worden, zodat we simpelweg een zoekterm of een jaartal in zouden kunnen voeren om de gewenste tekst op het scherm te krijgen. Vooralsnog zou ik zeggen: voor de liefhebber! Er valt hier veel te genieten.

 

Han Dijk, Op de grens tussen werelden, Artnik Deventer 2015, 200 pag., ISBN 978 94 90548 22 3, € 17,50.

 

Was het vorige boek al wat belegen, dit is wel helemaal vers van de pers, verschenen in augustus. Ik bestelde het al voor verschijnen en vond het terug van vakantie bij de post. Toen ik het gelezen had was mijn eerste reactie: “Wat een aardig boekje” en vervolgens dacht ik, kun je dat wel zeggen van een boek (zeker van een bevriende auteur), is dat niet een beetje neerbuigend? Maar uiteindelijk denk ik dat het toch wel kan, want het is echt een heel aardig boekje. Het is vlot geschreven, een beetje anekdotisch, raakt soms theologische of politieke thema’s, maar zonder die uitvoerig uit te diepen of te verantwoorden, zodat de enige conclusie kan zijn, zo zit Han Dijk in elkaar: of hij bezig is met het voorbereiden van een kerkdienst, of een gesprek heeft in een kroeg in Amsterdam of Deventer, de politiek en het geloof spelen bijna altijd een rol, want ze maken deel uit van zijn existentie. Dat is ook een beetje het verwarrende van de titel, die een vage herinnering oproept aan een titel van Hendrik Colijn (Op de grens van twee werelden), maar een verwijzing is naar het bestaan van de auteur, die kennelijk zelf de indruk heeft als journalist en predikant in twee werelden te leven. Maar de beide werelden zijn één (de hele wereld is één), overal spelen dezelfde problemen, dat is nu juist wat uit de verhalen naar voren komt. Het boekje voert je moeiteloos niet alleen van Deventer naar Amsterdam en vice versa, de beide plaatsen waar Han Dijk als journalist en predikant woont, maar ook naar Noorwegen, Berlijn, Rome, Cuba en nog veel meer. De typerende eerste indrukken die Han aan het papier toevertrouwt spreken me aan. Niet alleen omdat ik op een groot aantal van die plaatsen ook geweest ben, maar ook omdat zo heel erg duidelijk wordt, hoe verwant we zijn, uit hetzelfde geboortejaar, van afkomst beide Groningers, al spreekt Han het nog vloeiend, terwijl ik het nooit gesproken heb, beide gedreven door vergelijkbare motieven als christenen voor het socialisme. Het roept een zekere melancholie op. Ik bespeur, als ik zijn verhalen over Cuba en de (voormalige) DDR lees, de heimwee naar een tijd, die er misschien nooit echt geweest is. Er is nog een reden, waarom het boekje intrigeert: zonder dat het benoemd wordt, is duidelijk dat Hans reizen een eenzaam avontuur zijn, maar hij maakt tegelijk duidelijk dat juist dit alleen op pad zijn meer mogelijkheden biedt tot steeds nieuwe ontmoetingen. Ja het is echt een heel aardig boekje om heel veel redenen. Of je het in de winkel kunt bestellen weet ik niet, maar ga anders naar www.han-dijk.blogspot.nl, dan kom je er zeker achter.

 

 

Eberhard Busch, Barth – ein Porträt in Dialogen. Von Luther bis Benedikt XVI, Theologischer Verlag Zürich 2015, 308 pag., ISBN 978 3 290 17781 2, € 39,90.

 

De echte grote Barth-biografie (zoals er de Bonhoefferbiografie van Bethge is) is er nooit gekomen, maar inmiddels liggen er een groot aantal boeken, die met elkaar zoiets als een biografie vormen. De meeste van deze boeken zijn van de hand van Eberhard Busch, in de laatste drie jaren van Barths leven zijn secretaris. Al in 1975 schreef hij Karl Barths Lebenslauf, waarin hij diens levensloop schilderde op basis van wat Barth in brieven en andere publicaties over zichzelf geschreven had. In 2011 verscheen Meine Zeit mit Karl Barth, (ook door mij besproken in Ophef) waarin hij verslag doet van zijn eigen bevindingen in de laatste levensjaren van Barth en nu  kiest hij een nieuwe ingang: Hij bespreekt de (echte of gefingeerde) gesprekken die Barth voerde met vele anderen. Want het schijnt dat het Barths gewoonte was om ook in colleges dergelijke gesprekken te voeren. Of hij het van de grote meester had, weet ik niet, maar ik herinner me, dat Frans Breukelman dat ook wel deed, al waren dat volgens mij vooral strijdgesprekken met (niet aanwezige) tegenstanders. De titel maakt overigens duidelijk dat het Busch er daarbij om gaat via deze weg een portret van Barth te schilderen. De “gesprekken” hebben daardoor iets eenzijdigs, in die zin, dat vooral het standpunt van Barth in de discussie wordt uitgewerkt.

Het meest verrassende artikel is dat over het “gesprek” van Barth met Rosenzweig. Van Miskottes briefwisseling met Barth weten we dat dit gesprek nooit heeft plaats gevonden en Barth zelfs nooit de moeite heeft genomen om de Stern der Erlösung van Rosenzweig te lezen. Busch poetst dit weg en schrijft in een voetnoot (pag. 163), dat volgens hem Barth tegenover Miskotte koketteert en verborgen houdt, wat hij al lang kende. Ik geloof daar persoonlijk niets van. Dit hoofdstuk gaat eigenlijk over Barths verhouding tot de Patmoskring van Rosenstock en Ehrenberg (ik schreef daarover in mijn bijdrage aan de feestbundel voor Nico Bakker uit 1993 “Barth en Rosenstock”), omdat Barth meende, dat de opvattingen van Rosenzweig wel zouden lijken op die van Rosenstock (met wie hij heel uitvoerig correspondeerde) en Ehrenberg (van wie Rosenzweig een neef was), wat niet het geval was. Kortom: Barth had geen enkele (noch positieve, noch negatieve) relatie met Rosenzweig. Klaarblijkelijk dacht Busch dat bij zo’n reeks gesprekspartners minstens één Jood moest horen. In dat geval had hij voor Rosenstock moeten kiezen, één van de weinige (gedoopte) Joden, met wie hij een (uiterst moeizame) relatie heeft onderhouden. Degene met wie Barth, zowel in theologische kwesties als in zaken van meer persoonlijke aard, het meest en het meest diepgravend in gesprek is geweest, was ongetwijfeld Charlotte von Kirschbaum. Over hun relatie schrijft Busch een ontroerend mooi hoofdstuk. En – daarin wijkt het af van de andere hoofdstukken – hier staat niet Barth maar Von Kirschbaum centraal, die Busch – hij heeft haar nog meegemaakt als student van Barth en bezocht haar zelfs nog in het verpleeghuis na de dood van Barth – met grote liefde beschrijft.

 

Marthe Link, Samen redden wij het wel, Narratio-Gorinchem 2014, 148 pag., ISBN 978 90 5263 482 1, € 15,00.

 

Uit dit boek werd al uitvoerig geciteerd in het artikel van Hanneke Meulink in de vorige Ophef, waarin we haar toespraak bij het afscheid van Marthe Link van de stichting VPSG afdrukten. Ter gelegenheid van datzelfde afscheid verscheen deze prachtige bundel met artikelen, liedteksten en gedichten van Marthe Link. Vijfentwintig jaar werkte Marthe Link met slachtoffers van incest en ander seksueel geweld en al die tijd heeft ze zich daarnaast ingespannen om deze kwestie (die – ook op kerkelijk terrein – steevast weg werd gemoffeld) aan de orde te stellen. Ik trof er ook een artikel in aan waarin Marthe Link haar kritiek uitlegt op de contextuele therapie zoals die door Nagy en zijn volgelingen wordt voorgestaan. Als ik die kritiek goed begrijp, zegt ze dat de noodzakelijke solidariteit met het slachtoffer te kort kan schieten doordat het ondergeschikt wordt gemaakt aan een vermeend groter belang, dat van de gezinssituatie. Ik ben te weinig ingevoerd om dit te kunnen beoordelen, maar had de indruk, dat Hanneke Meulink (misschien wel de belangrijkste woordvoerster van de contextuele therapie in ons land), die in haar artikel niet inging op deze kritiek, met haar begrip voor de schaamte van het slachtoffer de toets van deze kritiek kan doorstaan. Wat me verder (maar nu begeef ik me echt op glad ijs) heel erg goed deed, is dat er in het boek geen generaliserende oordelen worden gesproken. Naast vele mannelijke pastores die er niets van begrepen en probeerden er overheen te praten, vertelt Marthe Link ook over collega’s die de kunst van het luisteren en solidair zijn wel verstonden en zo in staat waren werkelijk hulp te verlenen. Kortom, een mooi en vanwege het onderwerp belangrijk boek.