Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 1 2001 Oecumenisch leven

Ophef 1 2001Redactioneel

Eind vorig jaar nam oecumenicus Theo Witvliet afscheid van de Universiteit van Amsterdam. De theologische faculteit waar hij doceerde was ondertussen al opgeheven in een faculteit van Geesteswetenschappen. Een opheffing die, anders dan de filosoof Hegel daarmee bedoelde, géén verheffing op een hoger niveau betekende. Het was de teloorgang van de theologie, die vervolgens – ongeveer samenvallend met het afscheid van Theo Witvliet – zijn beslag kreeg in het geheel beëindigen van de opleiding theologie. Wat vooralsnog blijft is enkel een opleiding religiestudies. Het vertrek van Theo Witvliet was dus tegelijk het einde van de oecumenica als wetenschappelijke discipline aan de Amsterdamse universiteit. Dat is, lijkt mij, geen toeval en het staat ook niet op zichzelf. Want het staat voor wat over de hele linie aan de universiteit gebeurt: de ontkoppeling van wetenschap en engagement. De verbinding daarvan was wat het universitaire werk van Theo Witvliet kenmerkte: de beoefening van de oecumene als engagement op zoek naar kennis. De oecumene was niet object van studie maar motief dat tot denken aanzette. Theorie was voor Theo deel van oecumenisch leven, oecumenisch leven was de praxis waar het in zijn theorie om ging. Dat oecumenisch leven is het thema van dit nummer en het begint daarom met een uitvoerig interview met Theo Witvliet zelf. Daarna volgen twee artikelen, gebaseerd op voordrachten die werden gehouden op het symposium dat afgelopen 15 december ter gelegenheid van Theo’s afscheid plaatsvond. In het eerste artikel komt leerling Rainer Wahl aan het woord. En wat hij geleerd heeft is dat de rechte denker gestoord moet wijn – en niet de onbewogene die het tegenwoordig aan de universiteit voor het zeggen heeft. Het tweede artikel is van collega en zendingswetenschapper Alle Hoekema. Hij nam het laatste boek van Theo mee naar Indonesië en kwam met een aantal dringende vragen terug. Greetje Witte-Rang las van de filosoof Hans Achterhuis “Politiek van goede bedoelingen’ – een zeer kritische verhandeling over intenties van de Westerse politiek, uitgelokt door de oorlog om Kosovo. Met veel van wat Achterhuis zegt is Greetje het eens maar zij vraagt zich ook af of hij niet zelf in goede bedoelingen is blijven steken. De rubrieken. Zoals in het vorige nummer gemeld verzorgt Paula Irik deze jaargang de exegeserubriek. Dit nummer een preek over Jozua 2, de rode draad in het verhaal van Rachab, de hoer die solidair is (nee, niet ondanks). In de poëzierubriek schrijft deze keer niet Hans Groenewegen over de gedichten van een ander maar Wessel ten Boom over de gedichten van Hans Groenewegen. Een dichterlijk theoloog leest poëzie van een niet van theologie gespeende dichter. Het is te merken. Tenslotte ‘Heftig’ waarin Dick Boer evenmin zijn theologisch gemoed onder stoelen of banken steekt. ‘Storm van getuigen’ ontbreek ook dit keer. Het ziet er echter naar uit dat de reeks in de volgende drie nummers kan worden voortgezet.

 

Dick Boer

 

Inhoud:

1. Redactioneel

    Dick Boer

2. Met het oog op het beeldverbod

    Anne Kooi

3. De theoloog als gestoorde denker

    Rainer Wahl

4. Vanuit Aziatisch perspectief

    Alle Hoekema

5. Goede bedoelingen

    Greetje Witte-Rang

6. Uit onverwachte en zeer verdachte hoek

    Paula Irik

7. Getekend: Tamis

8. In den beginne was er zee, zei ze

    Wessel ten Boom

9. Heftig