Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 1 2014 Dialoog

ophef 14 nr 1Redactioneel

 

In het najaar van 2013 stuurde de Stichting tot bevordering van het wetenschappelijk onderwijs in de judaïstiek via hun secretaris Frits Hoogewoud een brief rond waarin werd uitgenodigd tot een ‘expert-meeting’. Aanleiding hiertoe was hun vaststelling dat de belangstelling voor en studie van de verhouding Jodendom-Christendom tanende is en dat anderzijds de polarisatie over dit onderwerp alleen maar toeneemt. Feitelijk wordt opgeroepen tot een hernieuwde en geïntensiveerde dialoog. Deze brief lag – al dan niet toevallig – ter tafel tijdens een bijeenkomst van onze redactie en leidde ertoe, dat we ons voornamen een thema-nummer te maken over ‘dialoog’, niet per se, maar zeker ook deze dialoog over de verhouding tussen Jodendom en Christendom over het al of niet onopgeefbare karakter daarvan. Soortgelijke overwegingen hadden het Leerhuis Amsterdam Tenach en Evangelie, waarvan ondergetekende momenteel de predikant is, ertoe gebracht in hun voorjaarsprogramma twee avonden aan deze dialoog te wijden en Dick Boer en Anton Wessels uit te nodigen om deze bijeenkomsten in te leiden. Zij waren bereid hun voordracht af te staan voor dit nummer. Dick sprak aan de hand van een aantal stellingen over de onopgeefbare verbondenheid en Anton, als emeritus-hoogleraar godsdienstwetenschappen met als aandachtsgebied de Islam, koppelde daaraan de vraag of en hoe de moslims hun plaats hebben in deze dialoog, die wat hem betreft een trialoog zou moeten zijn. Ook moslims zijn onopgeefbaar verbonden met Israël, en met name met de Tenach, die door de Koran evenzeer als door het Nieuwe Testament wordt verondersteld en bevestigd.

Ook dit voorjaar verscheen over hetzelfde thema (misschien is de belangstelling toch iets minder tanend dan wel werd verondersteld) een nieuw boek van Klaas Smelik, Tussen hoop en catastrofe. Tikva of Nakba over het conflict tussen Israël, de Palestijnen en de Arabische wereld. Marino Camarasa las het boek en schreef erover.

Over de meest eigentijdse dialoog die je in dit individualistische tijdperk maar kunt bedenken, de “dialoog met mijzelf” schrijft Harry Pals. Hij noemt het de “dialoog met de postmoderne mens in mij” en heeft het daarin over de tegenstelling waarin hij als studentenpastor leeft. Dat is die tussen de Barthiaanse traditie, waardoor hij vanuit zijn studie en vanuit Christenen voor het Socialisme is gepokt en gemazeld en die hem ook nog steeds lief is en de spiritualiteit zoekende en postmoderne studentenpopulatie, die hij meent te begrijpen en die hem evenzeer lief is.

Daarna volgen drie artikelen die een beetje een thema binnen het thema vormen. Ze gaan over de doperse theoloog Frits Kuiper (1898-1974), die veertig jaar geleden door een ongeluk om het leven kwam. Je zou misschien wel kunnen zeggen, dat Frits Kuiper de personificatie van de dialoog was.

Hij was tot op het bot betrokken bij de grote dialogen van zijn tijd. De dialoog die werd opgeroepen door de sociale revolutie van 1917 en die grote scheidslijnen trok in maatschappij en kerk. Frits Kuiper was een “rooie dominee” en was daardoor in de kerk (zelfs in zijn doopsgezinde kerk) een buitenbeentje. En hij was een aanhanger van het Zionisme en was dat op een wijze die aanleiding gaf tot intensieve dialogen en polemieken. Zijn veertigste sterfdag was voor het Doopsgezind Seminarie aan de VU aanleiding een symposium te beleggen. Tijdens dit symposium werd de kleine biografie over Frits Kuiper (uitgegeven als het inmiddels negende deeltje van de reeks kleine theologische portretten die door de VTM met Narratio werd geïnitieerd) van Pieter Post gepresenteerd. Drie voordrachten van dit symposium, hebben we opgenomen in dit nummer: het verhaal van Pieter Post, waarin hij een korte samenvatting van zijn boekje geeft, de bijdrage van Rinse Reeling Brouwer, die eindelijk het hele verhaal uit de doeken doet van Kuipers betrokkenheid bij de oprichting van de Beweging Christenen voor het Socialisme, en tenslotte de voordracht van Dick Boer over Frits Kuiper en het Zionisme.

Ook in dit nummer zoekt Johannes Diepersloot weer het nodige Zwerfvuil bij elkaar. We moeten hem overigens berispen. De tijd staat niet stil, kritiek op Poetin, hoe terecht ook naar aanleiding van de schertsvertoning bij de Olympische Winterspelen, moet door het heldhaftige optreden van de NAVO en onze onverschrokken minister van buitenlandse zaken al bijna gezien worden als een bijdrage aan een nieuwe koude oorlog. Kom, ik stook het vuurtje nog wat op: de Krim is altijd aanmerkelijk Russischer geweest, dan Grenada ooit Amerikaans of de Falklands Engels.

Na het verdrietige overlijden van Hans Groenewegen vorig jaar hebben we geen vaste “poëziemedewerker” meer, maar we blijven ons best doen om met grote regelmaat over poëzie te schrijven. Eerder schreef Wessel ten Boom over de poëzie van Brecht, maar Wessel schrijft zelf ook poëzie. zijn tweede bundel Naumburg wordt besproken door Wout van der Spek.

Daarna het dan alweer derde artikel van Dick Boer in dit nummer. Hij mag dan afgetreden zijn als voorzitter van de vereniging, hij leeft en denkt en schrijft nog vrolijk mee en daar zijn we blij mee.

Hij vertaalde voor ons zijn bijdrage aan een feestbundel voor de zestigste verjaardag van Andreas Pangritz, de vroegere medewerker van Helmut Gollwitzer en Friedrich Wilhelm Marquardt in Berlijn, die inmiddels hoogleraar Systematische theologie in Bonn (klinkt op de een of andere manier bekend) is. Pangritz promoveerde ooit op Bonhoeffer en Dick bespreekt de spannende vraag, in hoeverre Bonhoeffer, die als één van de weinige in zijn tijd opkwam voor de Joden, ook in zijn denken een “joodse invloed” heeft ondergaan.

Zelf las ik weer wat boeken voor de rubriek Nieuwe Boeken, daarbij twee dissertaties, stevige stuff dus.

Zoals inmiddels alweer bijna traditie is (in deze tijd van vluchtige contacten en verbondenheden gaat dat snel) sluiten we af met een Heftig van Bart Vijfvinkel, die natuurlijk ook weer tekent voor alle illustraties in dit nummer.

Aan al die artikelen vooraf gaat een kort verslag van Herman Meijer over de voortgang van het project “Met T & M de boer op”. Voorlopig is het met name Herman zelf die hieraan trekt, maar hopelijk melden zich meer activisten aan.

Tenslotte een wat spijtige mededeling. Na betrekkelijk korte tijd gaat Ilona Fritz onze redactie alweer verlaten, omdat ze een beroep heeft aangenomen naar Duitsland (als ik het goed heb begrepen twee dorpen in de omgeving van Darmstadt). Natuurlijk vragen we haar om ons als “correspondent in Duitsland” (we hebben er ook al één in Polen en in België) af en toe een bijdrage te sturen, maar we hebben ook dringend behoefte aan nieuwe redactieleden. Wie zich aangesproken voelt, mag een brief of mail aan mij (adres in het colofon) sturen, dan maken we een afspraak voor een gesprek.

 

Wilken Veen

 

Inhoud:

1. Redactioneel

    Wilken Veen

2. Proefproject: theologen gezocht Herman Meijer (met dank aan Fokje Wierdsma)

3. De onopgeefbare verbondenheid met het volk Israël en het perspectief van een oecumene van Joden, christenen en moslims
    Dick Boer

4. Ook moslims zijn onopgeefbaar met ‘Israël’ verbonden
    Anton Wessels

5. Tussen hoop en catastrofe, tikva of nakba Auteur: Prof. Dr. Klaas A.D. Smelik
    Een impressie door Marino Camarasa

6. Dialoog met de postmoderne mens in mij
    Harry Pals

7. Naar Messiaans Communisme
    Pieter Post

8. Frits Kuiper en Christenen voor het Socialisme
    Rinse Reeling Brouwer

9. Voortrekker en buitenstaander: Frits Kuiper’s visie op het Zionisme en wat de kerk daarover (niet) zei
    Dick Boer

10. …Zwerfvuil…
    Johannes Diepersloot

11. Poëzie en theologie
     Wout van der Spek

12. Was Bonhoeffer een joodse denker?
      Dick Boer

13. Nieuwe boeken
      Wilken Veen

14. Heftig
      Bart Vijfvinkel

15. Vakliteratuur bij Narratio