Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 1 2016 Denken over Duitsland

Ophef 1 2016Redactioneel

 

‘Denk ich an Deutschland in der Nacht, so bin ich um den Schlaf gebracht‘. Het is ongetwijfeld de meest geciteerde dichtregel van Heinrich Heine, die op 17 februari jl. honderdzestig jaar geleden overleed. Die niet zo in het oog springende gedenkdag is natuurlijk niet de reden, dat we een Duitsland-special uitgeven. Dat heeft meer te maken met het feit, dat ‘Duitsland’ het thema was van de Boekenweek, waarschijnlijk net voorbij als jullie deze Ophef in de bus krijgen. In Trouw, NRC, Volkskrant en de Groene en waarschijnlijk in nog veel meer kranten en tijdschriften, op radio en televisie extra aandacht voor Duitsland (ik zag net dat Angela Merkel op de voorpagina staat van de VARA-gids). En wij denken daar nog iets aan toe te kunnen voegen, omdat we misschien net een andere invalshoek hebben of een andere verhouding met Duitsland.

In de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw, toen Nederland nog doorging voor een open tolerante samenleving, kwam een groot aantal jonge theologiestudenten uit Duitsland naar Amsterdam om hier te studeren. Sommigen van hen gingen na hun studie, of soms ook na een enkel studiejaar weer terug, maar anderen bleven en vonden hier een baan in de kerk. Ik heb het niet nagerekend, maar ik sluit niet uit dat de Evangelisch-Lutherse kerk in het Koninkrijk der Nederlanden evenveel predikanten van Duitse afkomst als van Nederlandse komaf heeft.

Twee van hen komen in deze Ophef aan het woord. Anette Sprotte, sinds kort beroepen in Leusden, maar daarvoor vele jaren predikant in Amersfoort-Noord (nota bene in de wijkgemeente waar ik zelf woon, maar meestal ben ik in Amsterdam om te preken en anders ga ik naar de Johanneskerk in het centrum) vertelt in een interview met Bart Vijfvinkel over haar familie, vooral over haar vader en grootouders, die als vluchtelingen kwamen uit de nu Poolse gebieden, die voorheen Duits waren. Zij vertelt de geschiedenis van vluchtelingen en kan heel begrijpelijk niet accepteren, dat we nu een zoveel kleiner aantal vluchtelingen niet aan zouden kunnen.

Annette Melzer is predikant in Didam vlak bij de Duitse grens, waar ze dan ook regelmatig overheen wipt. Zij reflecteert op haar dubbele identiteit en probeert er het positieve uit te halen, maar weet, ze is gespecialiseerd in het contextuele pastoraat, dat je de verscheurdheid die dat ook met zich meebrengt niet moet verdringen.

Ook Tiers Bakker spreekt over het vluchtelingenprobleem en hoe het denken daarover in Duitsland steeds omslaat van welkomstpolitiek naar afwijzing en discriminatie. Als altijd wijst hij weer op denkers, waar wij gewone stervelingen nog nooit van gehoord hebben, maar waarvan we vervolgens denken, daar zou ik eens iets van moeten lezen.

Hans-Peter Gramberg schreef een heel persoonlijk en ook wat melancholisch bericht over zijn kritische verbondenheid met Duitsland. Hij mist – en ik en heel veel andere voormalige Christenen voor het Socialisme die jaarlijks deelnamen aan de ‘Herbstseminare’ in de DDR kunnen dat waarschijnlijk minstens ten dele met hem meevoelen – het Duitsland van Brecht en Berlin Alexanderplatz, van Christa Wolf en Franz-Joseph Degenhardt.

Denken aan Duitsland, we zagen het ook in het verhaal van Anette Sprotte, kan niet zonder aan de oorlog te denken. Titia Lindeboom vertaalde (een selectie uit) één van de mooiste oorlogsdagboeken, die ik ken: Unter dem Schatten deiner Flügel van Jochen Klepper (1903-1942), de dichter van o.a. het prachtige adventslied ‘Die Nacht ist vorgedrungen’ (De nacht is haast ten einde, Liedboek 445). Ze schreef voor deze Ophef een bijdrage over Jochen Klepper.

Ik begon met Heines citaat, een citaat dat eigenlijk alleen maar uit de mond van een Duitse jood kan komen. Duitsers en Joden, zou het ooit nog weer goed komen? Daarover gaat het artikel van Thomas Kremers, hij schreef over zijn vader, Heinz Kremers (1926-1988), de initiatiefnemer van het historische ‘Synodalbeschluss’ van de Rheinische synode over de verhouding tussen joden en christenen (1980).

Ook het Zwerfvuil van Johannes Diepersloot, die zich bij de hoofdredacteur verontschuldigde dat hij geen geiniger stuk had geschreven dit keer, gaat over Duitsland en het themagedeelte wordt afgesloten met een gedicht van Bas van den Berg, een hommage aan (ik veronderstel zijn oom) Willem van den Berg, die in de oorlog in Duitsland omkwam.

Naast het thema nog een aantal bijzondere bijdragen. In de eerste plaats schrijft Dick Boer over het laatste, postuum uitgegeven boek van Hans Groenewegen, oud-redacteur van Opstand en Ophef en zo’n dertig jaar vaste ‘poëzie-medewerker’, die in 2013 overleed. Ontroerend voor wie Hans goed gekend hebben en voor wie hem wat minder goed kenden laat Dick wellicht een andere kant van Hans zien.

Tussen de artikelen uit deze tweede helft treft u drie korte In Memoriam aan van mensen die ons in de afgelopen drie maanden zijn ontvallen. Dick Boer schrijft over Bas Wielenga en ik over Nico Bakker en Henk Vreekamp. En natuurlijk is er ook de vaste column van onze voorzitter Harry Pals.

In de vorige Ophef kondigde ik het veertiende deel van het Verzameld Werk van Miskotte aan en schreef dat er iemand gezocht zou worden om het boek wat uitvoeriger te bespreken. Dat deed Willem Maarten Dekker, redacteur van In de Waagschaal voor ons.

Herman Noordegraaf schreef een bespreking van het nieuwste boek van Theo Salemink en Wessel ten Boom schreef het tweede deel van zijn ‘Pleidooi voor de droefheid, dit keer over Paul Celan.

Zoals gebruikelijk van mij een rubriek Nieuwe Boeken, die (een oprecht sorry aan de penningmeester) wat lang uitgevallen is. Ik wil wel graag iets uitleggen over deze rubriek. Soortgelijke rubrieken worden aangetroffen in diverse tijdschriften en dan betreft het boeken, die door de redactie zijn opgevraagd bij de uitgevers of door de uitgevers, hopend op een recensie, spontaan zijn toegestuurd. Dat geldt niet voor deze rubriek. Ik bespreek boeken, die ik zelf (in de regel in de afgelopen drie maanden) heb aangeschaft en waarvan ik denk, dat ze interessant zijn voor ons lezerspubliek. Daardoor lijkt het soms wel een beetje ‘vriendjespolitiek’, maar dat komt omdat boeken van vrienden vaak voor heel veel lezers van ons blad ‘boeken van vrienden’ zijn, die ze – neem ik aan – graag besproken zien en waar ze op gewezen worden, wanneer het aan hun aandacht ontsnapt is.

Als (bijna) altijd sluiten we af met een Heftig, twee ‘heftigjes’ maar liefst van onze eindredacteur Bart Vijfvinkel, die als altijd tekende voor de illustraties en ook zorgde voor de vertaling van het artikel van Thomas Kremers.

Wilken Veen

 

Inhoud

1.    Een kleine familiegeschiedenis

       Bart Vijfvinkel in gesprek met Anette Sprotte
2.    Dubbele Identiteit – de ene geschonken, de andere verworven

       Annette Melzer

3.    Wilkommen

       Tiers Bakker

4.    Neder-Duits-land

       Hans Peter Gramberg

5.    Het verworden Duitsland van Jochen Klepper

       Titia Lindeboom

6.    “Wie omkeert, die komt men tegemoet”

       Thomas Kremers

7.    …zwerfVUIL…

       Johannes Diepersloot

8.    Zijn naam opschrijven in Hannover

       Bas van den Berg

9.    Voorbij de taal…?

       Dick Boer

10.  Theologie en maatschappij

       Harry Pals

11.  Miskotte als mysticus?

       Willem Maarten Dekker

12.  Op de rug van de tijger

       Herman Noordergraaf

13.  Droefheid zonder einde

       Wessel ten Boom

14.  Nieuwe boeken

       Wilken Veen

15.  HEFTIGJES

       Bart Vijfwinkel

16.  Vakliteratuur bij Narratio