Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 1 2018 Namen en nummers

Redactioneel

 

Big data, algoritmes, data-technologie. We weten dat het bestaat, maar alfa’s zoals ik begrijpen daar helemaal niets van en de meesten van hen (ik sluit mijzelf daarbij niet uit) hebben de stellige indruk, dat ze daar ook helemaal niets van hoeven te begrijpen. Voor hun computers hebben ze een gebruiksaanwijzing (en als je mazzel hebt een zoon of dochter die er werkelijk iets van begrijpt en je kan redden uit soms acute nood) en verder zijn er de ‘help-functies’ en google waar je om het even welke vraag kunt stellen en in de meeste gevallen nog antwoord krijgt ook.

In 1968 zat ik in Zwolle op de middelbare school. In die tijd verrees in de buurt van mijn school een eerste computercentrum; als ik me goed herinner van de ABN. Je kon als scholier geld verdienen door het slaan van de daarvoor benodigde ponskaarten. In gigantische loodsen stonden gigantische spoelen, die bij elkaar niet meer data en rekenkracht konden bevatten dan ons mobieltje vandaag. Meer nog dan dat, het in de jaren tachtig bij CERN in Genève ontwikkelde internet. Iedereen waar ook ter wereld onmiddellijk bereikbaar. Mijn schoonzoon in Utrecht en een jonge wetenschapper in Seoul werken allebei aan een proefschrift over bijna hetzelfde onderwerp. Moeiteloos kunnen ze de meest ingewikkelde theorieën uitwisselen, waarvan ik overigens helemaal niets begrijp. Want dat de mogelijkheden inmiddels vrijwel eindeloos zijn, betekent nog niet dat iedereen hetzelfde gebruik kan maken van die mogelijkheden en even gemakkelijk toegang heeft.

Misschien is dat wel de belangrijkste uitdaging voor 2018. Naast de al bestaande tweedeling tussen eerste en twee-derde wereld, tussen rijk en arm, is er nu nog een tweedeling, die tussen de mensen die meedoen in de totaal vernieuwde en veranderde digitale maatschappij en degenen die dat niet doen, de digibeten. En het smartelijke is, dat die oude en nieuwe tweedeling grotendeels langs dezelfde scheidslijnen lopen. Diegenen die minder geld en mogelijkheden hadden, zijn  ook degenen die niet mee kunnen komen in de kennismaatschappij; ze hebben minder, ze kunnen minder en ze weten minder. Gesprekken tussen mensen aan weerszijden van de kloof vinden niet plaats of verlopen moeizaam. Ze spreken een andere taal, snappen niet waar de ander het over heeft, delen geen interesses met elkaar, kortom: de ene wereld dreigt twee werelden te worden. En dat is niet alleen de kloof tussen eerste en derde wereld, maar de derde wereld is ook aanwezig in de eerste wereld als een nieuwe onderklasse, zoals de eerste wereld in de derde aanwezig is als geïmporteerde bovenlaag. Is die kloof nog te dichten? Vergis u niet, dit op zijn beloop laten is geen optie, dat kan alleen maar leiden tot steeds grotere en steeds heviger conflicten. Dus om de paradox compleet te maken, moeten we vaststellen, dat in de afgelopen vijftig jaar de bereikbaarheid van de hele wereld gigantisch gegroeid is en dat tegelijkertijd de afstand tussen de bovenliggende en onderliggende partij alleen maar groter is geworden.

Bovenstaande misschien wat sombere ge­dach­­ten hebben meegespeeld bij het besluit van onze redactie om een themanummer over data-technologie te maken. Dat viel niet mee en we hadden ook gehoopt meer artikelen over dit onderwerp af te kunnen drukken, maar zoals de Ophef-auteurs niet zomaar verstand hebben van data-technologie, zo zijn de data-technologen niet zomaar Ophef-auteurs. Je moet ze vinden, je moet in kunnen schatten in hoeverre ze werkelijk een zinvolle bijdrage over dit onderwerp hebben en dan moeten ze ook nog bereid zijn (pro deo) voor je te schrijven! We beginnen dus met een interview (door Bart Vijfvinkel) met een absolute expert, de Maastrichtse hoogleraar Tsjalling Swierstra. Eindeloos veel beter dan ik het kan formuleren, legt hij uit wat de ethische kwesties zijn, die aan de orde komen door de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de data-technologie. Voor het Maastrichtse universiteitsblad Observant, schreef hij er een cynische column over, die we als Heftig over mochten nemen.

Is data-technologie, is de hele wereld van internet en multimedia een nieuwe religie? Daarover gaan de volgende twee bijdrages van Tiers Bakker, filosoof en redactielid van Ophef, en Arre Zuurmond, de ombudsman van de gemeente Amsterdam. Dicht daarbij aansluitend een soort column van de Vlaamse filosoof Lieven de Cauter, die een nieuwe term introduceert: ‘technopantheïsme’. Ik begrijp dat zo: in vroeger tijden, toen we van de meeste processen vrijwel niets begrepen, dachten we dat overal goden aan het werk waren. Rond de Verlichting kwamen we tot het inzicht, dat we met onze Rede alles konden begrijpen en werd de Rede de nieuwe godheid. Tegenwoordig is dat de techniek. Alles is techniek en techniek is alles. We geloven erin en we geloven er des te sterker in, wanneer we er minder van begrijpen, want dat maakt het pas echt geloof.

De nullen en de enen van onze digitale samenleving zijn relatief jong (vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw) maar getallen hebben altijd een zekere magie betekend, die werd er althans aan toegekend. Tellen betekent ook ‘controleren’, in je greep krijgen. Als keizer Augustus de hele wereld (zijn hele wereld) geteld en ingeschreven wil hebben, doet hij dat om zijn macht compleet te maken, belastingen op te kunnen leggen en bestuursmodellen te verfijnen. In de Schrift is er benul van het gevaar van deze (volks)tellingen. Dat is al aan de orde in het bijbelboek dat Numeri (getallen of tellingen) heet. Wout van der Spek gaat erop in. Daarnaast bestaat er ook zoiets als getallensymboliek. We vinden die al bij sommige Griekse filosofen, maar ook bij Joodse kabbalisten. Els van Swol legt ons uit, dat ook de grote Bach gebruik maakte van deze getallensymboliek.

Dat voor wat betreft het thema-gedeelte van deze Ophef. Daarnaast nog een keur van andere artikelen, waarvan één, nota bene de kortste, er uitspringt: het zwerfvuil. Meer dan vijftien jaar schreef Johannes Diepersloot voor ons zijn zwerfvuil, waarbij hij op Tucholsky-achtige wijze de draak stak met dikdoenerij en plechtig gepresenteerde kletskoek. Hij heeft heel wat bij elkaar geveegd in de loop der jaren. Vandaag vult hij de zestigste column met Zwerfvuil en vindt het wel welletjes. Johannes, we hebben genoten al die jaren. We respecteren je besluit (wat moeten we anders), maar wat ons betreft had je wel door mogen gaan. Hoe het ook zij: Bedankt!

Beatrice de Graaf, terrorisme-deskundige, schreef op verzoek van de synode van de PKN een studie over vrede en veiligheid, waarbij ze ook nadrukkelijk haar eigen geloof betrok. Greetje Witte-Rang, VTM-lid en lid van de theologische commissie van Kerk en Vrede schreef een uitvoerig commentaar, dat ze op ons verzoek aanbood ter publicatie.

In de rubriek ‘Nieuwe boeken’ van het vorige nummer gaf ik al kort aandacht aan het twaalfde boekje in de theologenserie van VTM, Coen Constandse over Friedrich-Wilhelm Marquardt. Bij de presentatie vorige herfst, hield Wessel ten Boom een toespraak, die wij hier graag afdrukken. Dus nu even geen poëzie-bijdrage maar dit artikel van Wessel.

Van langer geleden is het verhaal van Harm Dane over het recht van klagen. Het was ons al eens eerder door Harm aangeboden, maar toen was er geen plaats. Maar nu dan toch en we zijn er blij mee. Harm was lid van C.v.S. en vervolgens VTM vanaf het begin. Was bestuurslid van C.v.S., zette zich in voor WOEP (de Werkgroep Oost Europa Verkenningen van de NCSV, wie kent het nog), was de laatste algemeen secretaris van de Gereformeerde Kerken in Nederland, voordat die deel uit gingen maken van de PKN. Promoveerde als socioloog op een theologisch proefschrift aan de V.U. en was directeur van het Bezinningscentrum van de PKN. Wie zo veelzijdig is en relativerend kan denken, blijft niet steken in de vaststelling dat Nederland een land van klagers en mopperkonten is, maar denkt erover na en weet er zowaar iets zinnigs over te zeggen. Als u dus nog een prachtig verhaal hebt liggen, waarvan u denkt: misschien is het wat voor Ophef, stuur het in. Soms hebben we ruimte over en zijn blij met een artikel, ook als het niet aansluit bij ons thema. Tenslotte las ik weer een aantal nieuwe boeken, die ik graag bij u introduceer. Bij wijze van advertentie attendeer ik u tenslotte (hiernaast) op de cursus over Agamben, die Rinse Reeling Brouwer in Amsterdam geeft. Van harte aanbevolen. We leven niet in revolutionaire tijden, maar we blijven nadenken over onze samenleving, analyseren onze werkelijkheid en zoeken naar mogelijkheden van verzet tegen een oppermachtig lijkende neoliberale bovenlaag. Want ja, er komen ook weer verkiezingen aan (al geweest als u dit leest) en zelfs als die (wat helaas te verwachten is) niet brengen, wat we hopen, dan nog is niet alles verloren.

Wilken Veen

 

Inhoud

 

1.    Redactioneel

       Wilken Veen

2.    Over de invloed van algoritmes Gesprek met Tsjalling Swierstra

       Bart Vijfvinkel

3.    Data theologie

       Tiers Bakker

4.    Moderne ict en religie?

       Arre Zuurmond

5.    Technopantheïsme

       Lieven de Cauter

6.    Numeri, het boek van de tellingen

       Wout van der Spek

7.    Mensen tot rede zingen – getallensymboliek bij Joh. Seb. Bach

       Els van Swol

8.    …zwerfVUIL…

      Johannes Diepersloot

9.    Heilige strijd: meer zelfreflectie is nodig

       Greetje Witte-Rang

10.  ‘Im Tiefsten um Israëls willen’: Marquardt in de 21e eeuw

       Wessel ten Boom

11.  Klagen

       Harm Dane

12.  Theologie en maatschappij

       Harry Pals

13.  Nieuwe boeken

       Wilken Veen

14.  Vakliteratuur bij Narratio