Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 2 2018

Redactioneel

 

Voor u ligt een boekennummer van Ophef. Niet het eerste boekennummer, maar voor een club van bevlogen liefhebbers van het woord, zal dat niet verbazen. God in de literatuur (was het niet al eens boekenweekthema, anders wordt het dat zeker wel een keer). Ooit vanzelfsprekend – zoekt u maar eens naar middeleeuwse literatuur waarin God of religie afwezig is – maar ook een hele periode allerminst voor de hand liggend. Toen Komrij zijn zoveelste druk van duizend en één gedichten samenstelde, was voor hem duidelijk dat hij onmogelijk om Ida Gerhardt, één van onze meest vooraanstaande dichteressen ooit, heen kon. En dus ging hij op zoek naar die gedichten van Gerhardt waarin zo min mogelijk religie aan de orde was (moet nog een hele klus zijn geweest). Ik vermoed dat dit in komende drukken anders zal zijn (al bespeurde ik dat nog niet in de eerste druk die door Ilja Leonard Pfeiffer was samengesteld).
God in de literatuur dus. Het spits wordt afgebeten door de voorzitter van onze vereniging, Harry Pals, die het heeft over De trooster van Esther Gerritsen. Een extra argument om misschien wel te mogen spreken van een ‘comeback van God’ in de literatuur is overigens, dat dit boek, evenals een heel aantal andere boeken die in deze Ophef besproken worden, heel goed verkocht en in de kritieken opvallend positief besproken werden. Daarna komt Harm Dane met twee boeken. Om de bespreking van Oz had ik hem uitdrukkelijk gevraagd, maar hij bood ook een bespreking van Coetzee aan, met de mededeling, dat ik die natuurlijk ook voor later kon bewaren, maar ja, dit is een boekennummer en wanneer we weer een boekennummer maken? ‘Uitzichtloosheid’ noemde Harm Dane het eerste artikel, het tweede noemde hij ‘Ontsnappingskunstenaar’, twee titels met een hoog Kafka-gehalte. Zonder de godverlatenhoud van stille zaterdag geen Pasen en de kinderjaren van Jezus worden eindeloos opnieuw geleefd zonder dat er iets nieuws ontstaat. Het is de condition humaine die in al zijn rauwheid wordt neergezet.

Over Marilynne Robinson werd in de Zaanstreek een leerhuis gehouden en Hanneke van der Korst, die in de Zaanstreek woont, vroeg Kok Klever om hiervan verslag te doen. Afgezien van het feit, dat het een mooi verslag is, vond ik het ook heel zinnig om dit artikel in Ophef te hebben, omdat het verschijnsel ‘leesclub’ (mensen, in de praktijk vreemd genoeg vooral vrouwen, die samen een boek lezen en erover doorpraten) heel populair is. Het is misschien wel een reactie op een tijd, waarin het beeld (t.v., maar veel meer nog computer) het lijkt te winnen van het woord.

Zelf las en besprak ik de laatste roman van Franca Treur over het leven in een Zeeuws gereformeerde gemeente milieu en hoe daarop wordt teruggekeken. Waar de hoofdpersonen in Siebelinks boeken soms toch bijna freaks zijn, zijn het bij Franca Treur herkenbare personen en begrijp ik de oproep van Franca Treur in De Groene om toch vooral het gesprek tussen gelovigen (ook de gergemmers) en niet-gelovigen gaande te houden.

Marino Camarasa hield een interview met Andreas Wöhle. Andreas is Luthers predikant in Amsterdam en een groot liefhebber van (Duitse) literatuur. Er komt een geweldige waslijst auteurs tevoorschijn en ik geniet, want ik houd – net als Wöhle – van de klassieke Duitse literatuur. Tegelijk maakt het duidelijk dat Nederlanders anders omgaan met hun traditie. In Duitsland is het helemaal niet bijzonder om germanistiek en theologie te studeren, in Nederland hebben wij wel onze dichter-dominees, maar dat is toch, met alle respect, van een ander niveau. Wat zou er overblijven van die rijkdom aan Duitse literatuur als straks iedereen alleen nog maar Engels als tweede taal kent?

En dan is er een nieuwe rubriek. In de vorige Ophef stond het laatste Zwerfvuil van Johannes Diepersloot. Vijftien jaar lang veegde hij het voor ons bijeen en ik ben vast niet de enige geweest die er steeds van genoten heeft. Maar aan alles komt een eind en Johannes besloot ermee te stoppen. Het vinden van een columnist die soortgelijke stukjes zou kunnen schrijven, was natuurlijk onbegonnen werk en daarom besloten we dat het waarschijnlijk beter was om met iets heel anders te starten. We hebben toen Adriaan Deurloo (jawel, broer van) gevraagd om voor elke Ophef, zo mogelijk aansluitend bij het thema, een gedicht aan te leveren. Adriaan schrijft al zijn leven lang gedichten, het belandde nooit bij een uitgever, al heeft hij wel wat kleine bundels zelf geniet en uitgedeeld, maar ik ben steeds weer onder de indruk van de raakheid van zijn gedichten. Heel onmodern zweert Adriaan bij metrum en rijm om zijn gedachten onder woorden te brengen. Oordeelt u zelf, in dit nummer zijn eerste bijdrage: credo (want ja bij zo’n eerste optreden moet je wel je geloofsbrieven laten zien).

Dick Boer wees mij erop, dat Theo Witvliet een ‘In memoriam’ had geschreven voor James Cone, misschien wel meer nog dan King de grondlegger van wat wij ‘black theology’ zijn gaan noemen. Dat mochten we vast wel overnemen. Dat was ook zo. Het lukt ons als kwartaalblad niet vaak om echt actueel te zijn, maar dit moest echt. Zelf had Dick Boer het boek van Andreas Pangritz over theologie en antisemitisme gelezen. Dat hoort natuurlijk niet meer bij het themagedeelte, maar bij de ‘overige stukken’ waarvoor we altijd ook graag plaats in willen ruimen. Toen René Süss zijn dissertatie over Luthers antisemitisme schreef, viel de hele Lutherse wereld (en niet alleen de Lutherse) over hem heen. Nu toont deze met recht zeer geleerde hoogleraar uit Bonn, vroegere assistent van Marquardt en samensteller van het verzameld werk van Gollwitzer, die promoveerde op één van de beste boeken die over Bonhoeffer werden geschreven, met een indrukwekkende hoeveelheid bewijsplaatsen en bijpassende literatuurlijst aan, dat René Süss volstrekt gelijk had en dat het antisemitisme van Luther niet een door de tijd en context waarin het geschreven werd bepaalde nevenlijn was, maar deel uitmaakte van de kern van zijn denken.

De reeks “Dichters bij de dood van God” is nog steeds niet afgerond. Ze ontstond in een aantal series voordrachten over dit onderwerp voor het Leerhuis Amsterdam en het grootste gedeelte hebben we nu, in acceptabele porties opgeknipt, in Ophef gepubliceerd. Dit keer schrijft Wessel ten Boom over Nijhoff. Een dichter die over dichters schrijft. Hans Groenewegen deed het voor ons en nu al weer heel veel jaren Wessel ten Boom. Dat Wessel ernstig ziek is, is nu een ieder dat in zijn eigen blad ‘In de Waagschaal’ heeft kunnen lezen, geen geheim meer. Het snijdt ons door het hart. Van Ophef – als opvolger van Opstand – was Wessel één van de grondleggers.

De term ‘hartstochtelijke theologie’ is van hem afkomstig en is nog steeds de ondertitel van ons blad. Hartstocht voor theologie, voor het nadenken en spreken over God en maatschappij, dat hoort bij ons blad, dat hoort ook heel erg bij Wessel, die we geen beterschap kunnen wensen, maar wel sterkte en geloof (maar daaraan ontbreekt het hem God zij dank niet).

Op verzoek van een buurman, die een filosofisch blad uitgeeft, schreef Greetje Witte een verhaal over Oikos, de kerkelijke ontwikkelingsorganisatie, die na vijfentwintig jaar ten onder ging en waarvoor Greetje al die jaren heeft gewerkt. Toen het af was stelde haar man Harry vast, dat het misschien ook wel wat voor Ophef was. En dat is het! Zo krijgen we soms de prachtigste artikelen in de schoot geworpen en we zijn er blij mee. Het is bijna vergeten, maar als het in de jaren zeventig en tachtig ging over progressieve politiek in de kerk ging het bijna altijd ook over ontwikkelingssamenwerking. Het was een onlosmakelijk onderdeel van linkse politiek en linkse theologie. Hoe dat gekomen is en vooral, hoe dat verloren is gegaan, daarover gaat Greetjes artikel.

Ook in dit nummer mijn rubriek ‘Nieuwe boeken’. Het zijn er maar drie. Het nieuwe boek van Martien Brinkman, Dicht bij het onuitsprekelijke, dat net is uitgekomen blijft liggen voor het volgende nummer, want daar wil ik wat meer tijd voor nemen.

Tenslotte is er de column van onze voorzitter, waarin hij wat meer uitlegt over de komende ledenvergadering, waarvoor u hieronder de uitnodiging vindt. Graag wens ik u een goede zomer met veel leesplezier. 

Wilken Veen

 

Inhoud

1.   Redactioneel

      Wilken Veen

2.   God als trooster bij imperfectie

      Harry Pals

3.   Uitzichtloos

      Harm Dane over Judas van Amos Oz

4.   Ontsnappingskunstenaar

      Harm Dane

5.   Waar komt de wind vandaan, en waarom gebeurt alles zoals het gaat?

      Kok Klever

6.   Franca Treur, een stem die gehoord mag worden

      Wilken Veen

7.   Over God en de wereld… en de literatuur

      Marino Camarasa in gesprek met dr. Andres Wöhle

8.   Credo

      Adriaan Deurloo

9.   In memoriam: bevrijdingstheoloog James H. Cone

      Theo Witvliet

10. Geen genade voor Joden

      Dick Boer

11. O zoontje in me, o woord ongeschreven

      Wessel ten Boom

12. Ontwikkeling blijft thuiswerk

      Greetje Witte Rang

13. Nieuwe Boeken

      Wilken Veen

14. Theologie en maatschappij

      Harry Pals

15. Vakliteratuur bij Narratio