Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 3 1998 Zuiver (I)

Ophef 3 1998Redactioneel

Ons verlangen naar zuiverheid.

De stad was zuiver goud, gelijk zuiver glas … (Openb. 21:18)

En wikkelde het in zuiver linnen… (Mat. 27:59)

Die rein is van handen, en zuiver van hart… (Ps. 24:4)

Als Johannes op Patmos tot slot de stad van God ziet nederdalen is het een en al licht en helderheid wat hij ziet. Gods heerlijkheid is als een stralende kracht, waarin alles tot rechtvaardigheid is gekomen, en de achterbaksheid is niet meer. Zag Mozes op de Horeb niet al samen met zijn oudsten de God van Israël “en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid.”(Ex. 24:10)? Dit licht van God is zijn zuiverheid, zijn betrouwbaarheid: God is uit één stuk. Hij haat de zonde en zijn dubbele tong. Daarom dan ook dat er, waar God is, altijd een soort zuivering, loutering plaatsvindt, tot verlichting van alle lasten en verwerping van wat niet deugt. Maar wat mag dat zijn: God is louter licht, na Hiroshima en Nagasaki? En wat mag dat zijn: God als de grote Zuiveraar, aan het einde van deze eeuw met zijn verlangen naar het zuivere ras in Neurenberg, of de partijzuiveringen in Moskou? Ook ons meest oprechte verlangen naar zuiverheid lijkt, net als het verlangen naar licht, niet zó problematisch te zijn als we misschien zouden willen. Hebben we de hemel verward met een Philips-gloeilampenfabriek? Is de duisternis van een Romaans kerkje Gode welgevalliger wellicht dan en Gotische kathedraal met zijn lichtwaterval? Wat is dat eigenlijk: een zuiver hart? We willen niet overdrijven. Maar wie vandaag een ijverig Kind van het Licht wil zijn lijkt voorbestemd om morgen al de brandstapel aan te vuren. En wie gisteren zuiver op de graad was publiceert vandaag zijn eerste traktaat tegen de heidenen of ketters. Grijpen naar het licht is hoe dn ook grijpen naar de macht. En de ware, zuivere leer lijkt altijd het einde van het gebroken, onzuivere leven te willen zijn. Is het Woord daarom misschien vergankelijk, gebroken vlees geworden (en niet, laten we maar zeggen: muziek, of ballet)? Zoals de klederen van de heiligen zijn gewassen in het… bloed? En toch zegt Johannes: God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis. Wat mag dat zijn: ons verlangen naar zuiverheid? Franz-Joseph Hirs heeft zo zijn vragen bij de inmiddels beruchte wervingsactie voor orgaandonatie. Die laten zich eigenlijk wonderwel begrijpen vanuit het verlangen naar zuiverheid, dat de schrijver vermoedt bij vele voorstanders. Ab Kerssies bespreekt onder gebruikmaking van o.a. ‘De mythe van de markt’ van Ewald Engelen het neo-liberalisme als een beweging die gelooft in een ongebroken, zuivere economie, en gaat uitvoerig in op de kritiek die is geleverd op de kerkelijke actie ‘Neem tijd om te leven’. Wessel ten Boom grijpt via Plato naar Herman Gorter, Karl Barth en nog wat mannen, en doet toch maar een goed woordje voor deze mens en zijn verlangen naar het zuivere woord. Ietwat los van het thema, maar er zeker mee in verband staand is de bespreking van de laatste band van de dogmatiek van Friedrich-Wilhelm Marquardt., zijn Utopie. Voor Marquardt immers heeft na de ‘Endlösung’ op de Joden elk laatste oordeel als vorm van zuivering theologisch afgedaan. Viktor Kal zet in een pittig leesstuk duidelijke vraagtekens bij de theopolitieke consequenties die Marquardt hieruit trekt voor Israël. Bij het verlangen naar zuiverheid hoort nog meer. In Ophef 98/5 zullen we opnieuw aandacht geven aan dit heikele onderwerp. Dan zal het o.a. gaan over reinheid/onreinheid, ascese en de nieuwe seksuele moraal, en het fenomeen politieke zuiverheid. In deze Ophef verder aandacht voor de nieuwe liedbundel Hoop voor alle volken, voor de bundeling van feministische opstellen rondom het lichaam Begin with the Body.. Corporality, Religion and Gender en voor het boek Vijf kansen, een praktische theologie aan de hand van Mozes. Erik Borgman kroop met Jezus door de naald, Hans Groenewegen gaat in op Rembrandt en zijn geliefde, en Tamis tekent voort. De column tenslotte is dit keer van de hand van Esther van der Panne. Zo. Door vertraging kon deze Ophef niet meer mee op vakantie, en de zomer wilde ook al niet zo lukken. Wij gaan dus vrolijk de herfst in, en mogen in dit jaar nog twee Opheffen tegemoetzien. Ophef 4 zal grotendeels gewijd zijn aan het belang van het dogma van de triniteit, jawel, belicht door John Videc, met kritische reflecties. Men mocht eens denken dat Kok, Jorritsma en Borst het heilig drietal zouden zijn! Hebt u hart op de tong? Onze column Heftig biedt plaats. En de redactie overigens ook.

Ophef – Denker onder de zuivere theologen.

Ophef – Ecce Omo.

Wessel ten Boom

 

Inhoud:

1.   Redactioneel

      Wessel ten Boom

2.   Het verkeer wordt echt gevaarlijk – Hoe zuiver is de wet op orgaandonatie?

      Franz-Joseph Hirs

3.   Zuiver economisch – Spraakverwarring en begripsverheldering in het gesprek tussen Economen en theologen

      Ab Kerssies

4.   Mannen van het woord – Het verlangen naar het zuivere woord

      Wessel ten Boom

5.   Zingen en zending Bespreking van de liedbundel Hoop van alle volken, zingen met partnerkerken

      Elisabeth Posthumus Meyjes

6.   Theopolitiek en voorbehoud – Over Marquardts Utopie

      Victor Kal

7.   Het oog van de naald – Overdenking bij Luc. 16:13, 14,19-31

      Eric Borgman

8.   Column – Heftig

9.   Tekening van Tamis

10.  Met haar ogen – Rembrandts Zelfportret met Saskia in de gelijkenis van de verloren zoon nader bekeken.

      Hans Groenewegen

11. Begin met het lichaam Bespreking van de bundel Begin with the Body, Corporality, Religion and Gender

      Mirjam Schuilenga

12. Grijp die kansen – Bespreking van het boek Vijf kansen van Maarten den Dulk

      Ineke Zuurmond

Prikbord /Mededelingen