Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 3 1999 De a/ANDER

Ophef 1999 3Redactioneel

‘Wees u zelf’ zei ik tot iemand; Maar hij kon niet: hij was niemand.

Zo dichtte De Génestet en het had het motto kunnen zijn voor het laatste nummer met als thematisch deel ‘Identiteit’. Maar verwoordt het niet evenzeer de opmaat voor het thema van dit nummer: de a/Ander…? Verwijst de dichter niet naar de weigering van die ander om zich ‘zelf’ te zijn en zo aan het begrip van de ‘ik’ die ernaar vraagt tegemoet te komen? Hij kan dat niet, hij – of is het een zij? – wenst ‘niemand’ te zijn: ongrijpbaar, n/iemand. Het schuine streepje staat voor een type woordspeling dat deze weigering aanzien wil verschaffen – een type woordspeling overigens dat zich alleen maar typen (afdrukken) laat: het is letterlijk onuitsprekelijk. Dat maakt het ook zo to-the-point: nog eens te onderstrepen hoe onmogelijk het is de a/Ander afdoende onder woorden te brengen. Onmogelijk maar vooral ook ongewenst, ongepast, ontoelaatbaar. De a/Ander is de cultfiguur geworden van een bijkans algemene afkeer van een zich modern dunkende wijze van denken die het juist ideaal vond alles en iedereen op begrip te brengen, die uit was op algehele Verlichting, die heilig geloofde in de maakbaarheid van de samenleving. Een denkwijze die de werkelijkheid onderwierp aan één groots perspectief: de liberale van ‘freedom and democracy’, de sociaaldemocratische van de ‘welfare state’, de communistische van de klasseloze maatschappij, de fascistische van ‘Ein Reich, ein Volk, ein Führer’. Grote woorden die thuishoren in evenzovele Grote Verhalen. Die geleid hebben tot de terreur van het Grote Gelijk, die dus hebben afgedaan. Zoals je nu allerwege hoort zeggen. En ervoor in de plaats gekomen is dus de a/Ander, de alteriteit, het onherleidbare verschil. De noodzaak daarvan valt in te zien. Genoemde Grote Verhalen waren inderdaad van het Goede te veel, lieten het aan de nodige tolerantie ontbreken, hadden geen oog voor het particuliere in zijn ondefinieerbare eigenheid, of bezagen het alleen maar als een afwijking die voor een (harde of zachte, repressieve of therapeutische) behandeling in aanmerking kwam. Maar ondertussen lijkt het tijd geworden om ook de reactie daarop van enige kritische kanttekeningen te voorzien. De Grote Verhalen mogen dan misschien hun tijd hebben gehad, hun vermeende einde (die Fukuyama meteen maar tot het ‘einde van de geschiedenis’ verklaarde) heeft blijkbaar niet de grote ontspanning gebracht die velen ervan verwachtten. Aan de druk van het uniformerende ‘systeem’ ontsnapt, is de wereld gefragmenteerd tot een x-aantal verschillen, onherleidbaar, onoverbrugbaar, onverzoenlijk. Iedereen is anders en wil het ook wezen, geen mens die het jasje van de a/Ander niet past en die het zich graag laat aanmeten. En het –isme dat zich, alle –ismen voorbij, breed maakt – het neoliberalisme – kan met zo’n wereld van verschillen uitstekend uit de voeten: hoe meer alteriteit, hoe meer gaten in de markt die gevuld moeten worden. De auteurs die in het thematische deel van dit nummer aan het woord komen, blijken inderdaad kritische gestemd. Marcel Poorthuis is dat vooral wat de christelijke notie van de ‘naastenliefde’ betreft. Die laat zich gemakkelijk invoegen in het denken in termen van de a/Ander, denk aan Bonhoeffer’s roemruchte formulering van wie Jezus Christus was en wij hebben te zijn: er zijn voor anderen. Maar juist in zijn algemeenheid schiet dat voorbij aan de concrete ander die een beroep op ons doet. Aan de andere kant: heeft de naastenliefde geen grens? In het ‘als jezelf’? Levinas (Her)lezing van dat ‘als jezelf’ blijkt verrassend: ‘Bemin he naaste: dat is jezelf zijn’! En dat is heerlijk – zegt Poorthuis met Moeder Theresa. Een joods-christelijk gesprek dat er wezen mag. Theo de Wit gaat uitvoerig en indringend in op die andere deugd van het respect voor de a/Ander, de tolerantie. Het klinkt goed: Tolerance Unlimited, maar is ‘alles toelaten’, niet: alles accepteren? Dus ook, wat Ricoeur noemt: het onduldbare? Dulden wij dus ook de ‘echte Ander’, “die vrouwen besnijdt” bij voorbeeld? De Wit voert een subtiel pleidooi boor het goed recht van ‘sterke morele overtuigingen’. De spanning tussen de echte ander en het hoge abstractiegehalte van de a/Ander in het vertoog van de alteriteit houdt ook Dick Boer bezig. Is de ambivalentie die per definitie de ander en het andere eigen is wel zo heilzaam als het alteriteitsdenken suggereert? Hij verwijst in dit verband naar het (heilzame) onderscheid dat Karl Barth maakt: tussen God, de Ander die zichzelf ondubbelzinnig heeft uitgesproken, en Zijn schepping die de ander en het andere als het haar eigen te respecteren geheim bewaart. Wij hadden ook graag een artikel gehad over de receptie van de a/Ander in de feministische theologie. Maar toen wij eindelijk een auteur gevonden hadden, deelde die ons mee ‘er niet uit te komen’. Ook dat kan en zegt misschien iets over het thema.

Het nummer bevat verder een drietal boekbesprekingen. De eerste door Carla Bal van Paul Moyaert’s ‘De mateloosheid van het Christendom’. Ook in dat boek gaat het over de naastenliefde: een liefde aan de wet voorbij en daarin grenzeloos. Spannend naast de bijdrage van Poorthuis. De tweede van Gerard van Eck, gaat over het boek van Bram Grandia, ‘Zeven maal zeven’, dat een bijdrage wil zijn aan ‘Jubilee 2000’ (waar onder andere de paus zich sterk voor maakt). Deze gaat hard met Grandia in het gericht: Van Eck betwijfelt of er met economische-sociale concepten uit zo’n andere en voorbij maatschappij als sabbath- en jubeljaar in deze tijd te werken valt. Wij laten het bij deze bespreking biet zitten en willen in een volgend nummer een gesprek over deze materie publiceren (met in elk geval Van Eck en Grandia). Tenslotte bespreekt Wessel ten Boom het laatst verschenen deel van Frans Breukelman’s Bijbelse Theologie.

De rubrieken. Tamis Wever zet zijn exegese-reeks over Prediker voort en laat zien hoe relevant het is – de ‘Zeitgeist’ ten spijt – het economische taalgebruik van Qohelet te zijn en te bedenken. Hans Groenewegen’s poëzie-overweging vergelijkt twee bundels van de dichter Eddy van Vliet en heeft het over dat taalspel dat alles nog eens heel anders zeggen kan (om bij het thema te blijven). De eerste bijdrage in de serie ‘Storm van getuigen’ (In het vorige nummer ingeleid door Franz-Joseph Hirs) is van Hans de Vries. Zijn getuige is Janusz Korczak, kinderarts, pedagoog, directeur van weeshuizen, maar vooral, tot in de gaskamer van Treblinka, van kinderen de bondgenoot. Hij was er inderdaad voor anderen. Z0 concreet dat het onnavolgbaar is betoogt De Vries levert zo nog een gedenkwaardige bijdrage aan het thema. In Gesignaleerd maart Wessel ten Boom attent op een bloemlezing in het Nederlands van de dogmatiek van Marquardt, bijeengebracht door Coen Wessel, In Heftig windt Anne Kooi zich met recht en rede op over de koppelingswet. Het volgende en laatste nummer van dit jaar zal verschijnen voor Kerstmis en een thematisch deel bevatten over ‘economie en de status confessionis’. Houd als het even kan de Kerstdagen dus vrij!

 

Dick Boer

 

Inhoud

1.   Van de redactie

      Dick Boer

2.   Naastenliefde en de filosofie _ Kierkegaard, Hegel, Levinas en de anderen

      Marcel Poorthuis

3.   Tolerance Unlimited? – De trivialisering van de tolerantie

      Theo W.A de Wit

4.   Godzijdank is er nog iets anders – Met een verwijzing naar Karl Barth

      Dick Boer

5.   Kan ethiek zonder religie? – Bespreking van de mateloosheid van het christendom van Paul Moyaert

      Carla Bal

6.   Zeven maal zeven – Over sabbatjaar en jubeljaar als Gods bevrijdende economie

      Gerard van Eck

7.   Dogmatiek en polemiek – Frank Breukelman en het afgebroken gesprek – Bijbelse theologie IV/2

      Wessel ten Boom

8.   In alle eindigheid een roep om vreugde – Een politieke exegese (2) van Prediker 8

      Tamis Wever

9.   Mistel en melancholie – Over twee dichtbundels van Eddy van Vliet

      Hans Groenewegen

10. Getekend: Tamis

11. Storm van getuigen – Een getuige verbeeld: Janus Korczak

      Hans de Vries

12. Heftig

13. Gesignaleerd

14. Prikbord/Mededelingen