Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 3 2000 de heelheid van de schepping

Ophef 3 2000Redactioneel

Het lijkt alweer een eeuwigheid geleden, het conciliair proces met zijn programma ‘gerechtigheid, vrede en de heelheid van de schepping’. In het jargon van het neoliberale vertoog gesproken: een voormoderne onderneming. Waar een modern mens uiteraard niet van weten wil – van weten mag? Die hij zich hoogstens herinnert: ach ja, das war einmal. Wij zijn (weer eens) zo ‘unzeitgemäss’ één aspect van dat conciliair proces uit de vergetelheid te halen. Het thema van dit nummer is ‘de heelheid van de schepping’. Het milieu dus: de natuur en die bedreigd. Bedreigd door de winzucht van een economie die geen grenzen kent, en door de vraatzucht, de reislust en de pretcultuur die zij ons bezorgt. Bedreigd ondertussen ook doordat het zogenaamde milieubewustzijn voldoende emplooi vindt in het gescheiden verzamelen van afval en het lidmaatschap van een het geweten sussende organisatie (hoeveel papier er tegenwoordig opgaat aan acceptgiro’s). Om maar niet te spreken van de energie die opgaat in het duurzaam gebruik van de computers waarop redactionelen als deze geschreven worden. En nieuwe verworvenheden als gratis kranten op alle stations van Nederland voor alle mensen die daar langs komen met alle rotzooi die dat betekent – en de veroorzaker van deze vervuiling verklaart dat het probleem wie deze rommel opruimt een zaak is tussen de NS en de firma die de stations schoon moet houden. Over de natuur willen wij het hebben: over de schepping dus? Wat heeft het begrip ‘schepping’ hier te zoeken? Omdat het ‘natuurlijk’ slaat op wat wij natuur noemen? en tegelijk duidelijk maakt dat voor ons christen de natuur een religieuze dimensie heeft? Zodat de destructieve omgang ermee een kwestie is die ons geloof raakt en het redden ervan derhalve van Godswegen geboden? Luidt het gebod in het zogenaamde tweede scheppingsverhaal (Genesis 2) niet: de aarde te bewerken en te bewaren? kan dat iets anders betekenen dan wat in de Duitse versie van het programma van het conciliair proces heet: ‘gerechtigheid’, vrede en het bewaren van de schepping’? Toch valt daar wel iets tegen in te brengen. In het (eerste, eigenlijke) scheppingsverhaal van Genesis 1 is een pointe dat het (de schepping) ‘goed’, ja, als de mens geschapen is, ‘zeer goed’ is. Kun je dat van de natuur op zichzelf zeggen? Is dit niet ook ontzettend bedreigend? Wat voor God zou je moeten vermoeden achter het oer geweld van een tornado of een vulkaanuitbarsting? Moet dat wat de natuur van zich uit te bieden heeft allemaal bewaard blijven? Gerrit de Groot legt aan de hand van Genesis 1 uit dat schepping niet natuur is en wat daarvan de goede zin is. Over de natuur willen wij het hebben en dat wil wat ons betreft zeggen: over economie. Want ‘de’ natuur bestaat allang niet meer – zij is van oudsher verbonden met een mensheid die haar bewerkt en er zo op zijn manier in huishoudt. De ‘Wet’ van dat huishouden (economie = de nomons van de oikos = de wet van het huis) bepaalt wat er van de natuur terechtkomt. In zoverre is het naast elkaar zetten van ‘gerechtigheid, vrede en de heelheid van schepping’ niet onbedenkelijk. Alsof het hier om afzonderlijke thema’s gaat die eventueel ook tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Wij brengen artikelen die juist het verband ‘bewaren’. Ab Kerssies zet de spanningsrelatie tussen economie en ecologie in het perspectief van een ‘ekklesia van leven’ – en maakt daarmee attent op een interessant theologisch proefschrift van Birgit Verstappen. Hans-Dirk van Hoogstraten laat zijn gedachten gaan over ‘deep ecology’, een natuurbeschouwing in de USA die alles zet op de kaart van de ecologie. Hij verdiept deze tot een ‘deep economy’ die de vervuiling aanpakt door de vervuiler in het licht van de kritiek te plaatsen. In dezelfde richting gaat ook de bijdrage van Ewald Engelen. Daarin gaat het over een fundamentele voorwaarde voor een verantwoordelijke omgang met de natuur: de betrokkenen de middelen te verschaffen om daadwerkelijk verantwoordelijk te zijn. Anne Kooi geeft het woord aan een boerin die de spanningsrelatie tussen economie en ecologie aan den lijve ondergaat. En interviewt Vader Sergei, Russisch orthodox priester, over de schoonheid van de schepping – of is het de natuur? Will Verhoef bespreekt – kritisch want betrokken – het proefschrift van Denise Dijk. In de vaste rubrieken slaan wij ‘Storm van getuigen’ voor één keer over. Tamis Wever exegetiseert |Prediker 1,1-12 – en tekent voor een tekening -, Hans Groenewegen schriijft over de poëzie van H.H. ter Balkt en Dick Boer windt zich op in ‘Heftig’. In het colofon ontbreekt de naam van Lucien van Liere. Zijn lidmaatschap van de redactie was tot onze spijt kort maar gelukkig ook ‘heftig ‘ (Ophef 99/4), Wij verheugen ons over het toetreden tot de redactie van Anne Marie Booij en Ronald Heins die Will Verhoef opvolgt als fotoredacteur.

 

Dick Boer

 

Inhoud

1.   Redactioneel

      Dick Boer

2.   Tijd en ruimte om te leven

      Gerrit de Groot

3.   De aarde bewerken en bewaren

      Ab Kerssies

4.   Uit de diepten roep u tot U, o Heer

      Hans-Dirk van Hoogstraten

5.   Een goed milieu begint bij … het grootbedrijf!

      Ewald Engelen

6.   Dilemma’s van het boeren <-> bedrijf

      Anne Kooi

7.   Hartstochtelijke theologie in de orthodoxie

      Anne Kooi

8.   Mijn/haar/zijn/onze … (m/v) die in de hemel zijt

      Will Verhoef

9.   Is er echt niets nieuws onder de zon?

      Tamis Wever

10. Getekend: Tamis

11. Gift van taal

      Hans Groenewegen

12. Heftig