Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie.

Ophef nr. 3 2017 Bé van Berlijn

 

Redactioneel

Wilken Veen

 

Voor u ligt een andere Ophef dan u van ons gewend bent. We maakten wel eens eerder een special (die voor Dick Boers vijfenzeventigste verjaardag in 2014 bijvoorbeeld), maar die werd door de redactie van Ophef gemaakt. Dit keer hebben we dit Ophef-nummer “uitgeleend” aan Willem van der Meiden (zelf in vroeger jaren ook redacteur van Ophef en haar voorgangster Opstand) om een special te maken over Bé Ruys ter gelegenheid van haar honderdste geboortedag op 27 oktober a.s.

We hebben dit van ganser harte gedaan en zijn ook gelukkig met het resultaat in de wetenschap dat veel van onze lezers in de afgelopen decennia op de een of andere manier in contact zijn gekomen met het Hendrik Kraemer Huis in Berlijn en Bé Ruys als de verpersoonlijking van dat huis. Een verdere inleiding op de inhoud van dit nummer zal Willem van der Meiden formuleren.
Deze beslissing houdt in dat in deze Ophef ook alle ‘vaste’ rubrieken ontbreken: geen Nieuwe Boeken, geen Zwerfvuil, geen Heftig en geen column van de voorzitter van VTM, maar in nummer 4, dat rond de Kerst zal verschijnen, treft u het allemaal weer aan.
In de afgelopen zomer overleed op tweeënzestigjarige leeftijd Jeannette van Beuzekom. Jeannette was vrijwel vanaf het begin lid van Christenen voor het Socialisme en was daarvoor al actief in de NCSV. De meesten van ons moesten het bericht over haar dood in de krant lezen, dat wil zeggen in eerste instantie vermoeden en vervolgens erachter komen, dat het bericht over de vrouw die in Utrecht door ondervoeding was overleden wel Jeannette moest zijn. Velen van ons hadden in de laatste tien jaar geen of sporadisch nog contact met haar en weinigen van ons hadden weet van de weg die ze bewandelde. Wie een foto ziet van de broodmagere Jeannette uit haar laatste periode schrikt zich wezenloos en begrijpt niet, hoe dit zo ver heeft kunnen komen.

Wij denken terug aan de originele en strijdbare vrouw, die een wezenlijke bijdrage leverde aan verschillende werkgroepen van de NCSV en vervolgens aan C.v.S, waarbinnen zij zich vooral heeft ingezet voor de vrouwenstrijd. Toen de NCSV nog op Woudschoten de organisatie en administratie van C.v.S. deed, zat Jeannette daar samen met Willem van der Meiden een periode als secretaris. Voor Opstand en Ophef schreef ze meerdere artikelen (het laatste in 1997), waarin ze vrijwel altijd een uitgesproken en niet onomstreden standpunt innam. Aan het Ban de Baäls-project, waaraan zij de bijdrage over Anita Bryant (wie kent deze fervente anti-homo en antifeminisme-fanate nog) leverde, bewaarde ze haar beste herinneringen. Anders denken, anders leven, anders liefhebben, Jeannette probeerde steeds haar ideeën in praktijk te brengen. Haar gedachtenis zij ons tot zegen.

 

Verantwoording

Willem van der Meiden

 

De tekst van dit themanummer van Ophef over Bé Ruys berust voor een gering gedeelte op mijn eigen geschiedenis met en ervaringen in het Hendrik Kraemerhuis en in de DDR. In het Kraemerhuis logeerde ik enkele malen in de tweede helft van de jaren zeventig en in het begin van de jaren tachtig van de vorige eeuw. Vanaf de tijd dat Dick Boer predikant was in Oost-Berlijn en Wessel ten Boom daar vicaris was, was ik daar regelmatig te gast op conferenties en op vriendenbezoek, doorgaans in Nederlandse gezelschappen.

Dit themanummer is het voorlopige eindproduct van oude plannen voor het schrijven van een biografie van Bé Ruys, eind jaren negentig van de vorige eeuw ter hand genomen door dr. E.D.J. (Dick) de Jongh. Hij voerde over een mogelijke biografie van Bé Ruys gesprekken met Nederlandse mensen die haar hadden meegemaakt en legde die schriftelijk vast. Ik heb er voor deze tekst dankbaar gebruik van gemaakt. Na enkele jaren nam dr. M.E. (Greetje) Witte-Rang het stokje over. Ook zij zag later geen mogelijkheid meer om een biografie te schrijven. Wel maakte ze een biografische tekst over Bé Ruys voor de bundel Bevlogen theologen van Paul Werkman en Rolf van der Woude (2012). Ook van die tekst heb ik graag gebruik gemaakt, evenals van tijdens haar leven verschenen interviews met Bé Ruys in verschillende tijdschriften en kranten.

Waar Dick de Jongh strandde op de controverse over de rol die Ruys heeft gespeeld in het Berlijn van de Koude Oorlog en over haar loyaliteit met de DDR, ook na de val van de Muur, liep Greetje Witte-Rang vast op de verschillende waardering voor Ruys’ inzet in Duitsland en Nederland en op de enorme tijdsinvestering die een biografie zou kosten vanwege de matige kwaliteit van de familiearchieven en het archief van het Kraemerhuis. Dick de Jongh had zijn gesprekpartners benaderd met de vraag: ‘Verdient Bé Ruys een biografie?’ Tal van respondenten zeiden daarop ‘ja’, enkele anderen zeiden pertinent ‘nee’. Na bestudering van wat voor me lag, gaf ik aan mijn opdrachtgevers ook zelf antwoord op deze vraag: ‘nee’. Mijn overwegingen waren de volgende:

1)   Bé Ruys heeft zelf zeer weinig opgeschreven en zij las ook niet veel. Ze was een mensenmens.

2)   Haar leven laat zich beschrijven in een onafzienbare reeks namen van mensen die zij ontmoette, met wie ze werkte en die haar inspireerden en die zij inspireerde. Zo zou een biografie het karakter krijgen van een personenregister.

3)   De archieven – zowel die van haar familie als die van het Kraemerhuis – zijn gebrekkig en de ontsluiting ervan zou veel tijd kosten en waarschijnlijk te weinig opleveren.

4)   Bé Ruys gaat leven in de ervaringen van mensen die haar goed hebben gekend.

5)   Voor een goede biografie moet ook stevig onderzoek worden gedaan in Berlijnse archieven en onder haar Duitse gesprekspartners.

Ik besloot na overleg met mijn opdracht­gevers – enkele Nederlandse vrienden van het Hendrik Kraemerhuis – me te beperken tot een biografische schets en ik besloot om vooral praktische redenen me te beperken tot Nederlandse gesprekspartners over Bé Ruys. Voor een sfeerbeeld van de beleving van mensen uit Berlijn die Bé Ruys ook ver na de Wende nog konden volgen en haar eerden en verzorgden verwijs ik graag naar het boekje uit 1996 met teksten van een van hen, de moedige DDR-theoloog Giselher Hickel, die zich na de Wende vragen stelt over de mislukking van het socialistische project en de lessen voor de toekomst: Theologie im Kontext der Wende – vom Wert der Erfahrung des Scheiterns, vrij vertaald: wat betekent het om als theoloog meegemaakt te hebben dat je politieke droom in duigen is gevallen? Het boekje – een bundel preken en voordrachten uit de eerste jaren na de val van de Muur – is een fraai staaltje van dezelfde soort contextuele theologie die ook levenslang de theologische existentie van Bé Ruys in Berlijn heeft gestempeld. Hickel werd na de Wende aan alle kanten door de nieuwe machthebbers tegengewerkt, weigerde verklaringen te tekenen bij de diaconie, waar hij werkte en koos ervoor niet te zwichten voor deze druk. Hij houdt zich sedertdien bezig met grafverzorging op het Dorotheenstädtischen Friedhof in het centrum van Berlijn. Een principieel mens.

Ook mijn project om deze biografische schets te maken stagneerde helaas vanwege gezondheidsperikelen, maar uiteindelijk kon ik eraan beginnen. Ik las veel en sprak en mailde nog met enkele mensen. Het tijdschrift Ophef – een blad dat met een van zijn voorgangers Opstand in mijn DNA zit – was zo vriendelijk om de ruimte te bieden voor een biografisch themanummer en het mocht zo uitkomen dat deze tekst kan verschijnen aan de vooravond van de 100ste geboortedag van Be Ruys op 27 oktober 2017. Die geboortedatum viel, zoals bekend, vrijwel samen met de Russische Oktoberrevolutie. Op die toevalligheid was Bé zelf trots, evenals op het feit dat haar Nederlandse Oecumenische Gemeente in Berlijn op dezelfde dag werd opgericht als de Duitse Democratische Republiek. Alles is toeval en niets is toevallig.

 

Ik dank mijn voorgangers Dick de Jongh en Greetje Witte-Rang voor hun inzet en voor het materiaal dat ze voor me achtergelaten hebben. Hieronder de lijst van gesprekspartners van Dick de Jongh in 1999 en die van mij in de laatste jaren:

 

Dick Boer, 18-3-’99 en 22-1-‘16

Wessel ten Boom, 19-4-’99 (schriftelijk) en 17-3-‘16

Karl Derksen († 2012), 8-2-’99

Jur ten Have († sterfjaar onbekend), 20-4-’99

Albert van den Heuvel, 3-2-’99 en 8-4-‘16

Auke Hofman, 17-3-‘99

Johanna Hooysma, 21-7-’17 (mail)

Wil Jacobs, 11-7-’17 (mail)

Pim Ligtvoet, 9-2-‘99

Wichert Hoekert († 2006), 7-4-’99

Rinse Reeling Brouwer, 9-2-’99 en 14-3-‘16

Ger van Roon († 2014), 5-4-’99

Bert ter Schegget († 2001), 20-4-’99

Kiki Schrier, 6-8-’17 (mail)

Rimco Spanjer, 15-4-‘99

Wilken Veen, 18-3-‘99

Els van Vemde, 27-29-7-’17 (mail en schriftelijk)

Rochus Zuurmond, 7-4-‘99

 

Bé Ruys (1917-2014) heeft zelf een uitvoerige autobiografische schets geschreven (of samengesteld uit bestaande teksten), die in 1997 gepubliceerd wordt in de feestbundel voor haar 80ste verjaardag, Der Geschichte ins Gesicht sehen. In een tekst van ruim honderd bladzijden kijkt ze terug op haar leven. Ze heeft een schrijfstijl die ze zelf locker zou noemen: opgewekt, opbeurend. Ze hijst zichzelf niet op een sokkel en heeft zeker ook aandacht voor de momenten waar het in haar leven en haar werk schuurt of zelfs niet goed gaat. Maar waar haar weg afwijkt van wat haar aanvankelijk voor ogen stond, zoekt ze de reden daarvoor gewoonlijk buiten zichzelf: onverwachte politieke gebeurtenissen en anderen die in gebreke blijven. De vorming en ontvouwing van haar eigen ideeën en denkbeelden presenteert ze als een ontwikkeling met een strakke logica en haar achtereenvolgende stellingnamen als consequent. Mogen de eerste hoofdstukken die haar leven beschrijven tot aan het kanteljaar 1961 nog met recht autobiografisch heten, in de latere hoofdstukken laat ze zich zelden meer in haar ziel kijken en is eerder sprake van een opsomming van activiteiten en ontmoetingen. Zo kijkt haar tekst niet echt ‘de eigen geschiedenis in het gezicht’, zoals de titel belooft, met een verwijzing naar een uitspraak van de Tsjechische theoloog Hromádka, en ik gebruik haar schets dan ook graag, maar omzichtig.

 

Natuurlijk was een gesprek met een bijna 100-jarige Bé Ruys voor deze bijdrage aan prachtig sluitstuk geweest. Maar Bé Ruys is in 2014 overleden en een gesprek met haar was de laatste jaren van haar leven niet meer mogelijk. Moge deze tekst een bijdrage zijn aan de nagedachtenis van een sprankelende, betekenisvolle, complexe en ook omstreden vrouw met een veelbewogen leven.

 

Inhoud

1.   Redactioneel

2.   Verantwoording

3.   Proloog

4.   Engelen

5.   De lokroep van de oecumene

6.   De oorlog die bleef

7.   Brandpunt van de Koude Oorlog

8.   Dialoog en verwijdering

9.   Pastor voor iedereen

10. De naglans van Amsterdam 1948

11. Een wig in de stad en grensverkeer

12. Verder naar het oosten

13. Bruggenbouwers

14. Golf van progressiviteit

15. Alles is politiek in Berlijn

16. Verpletterende lente

17. Toenaderingspolitiek

18. Sfeerbeelden van het werk

19. Loden tijd

20. De vredesbeweging in de schijnwerpers

21. In de gaten gehouden

22. Tulp

23. Bonbons en parfum

24. Altijd dialoog

25. Verharding

26. Diskrediet

27. Mannenvrouw

28. Pensioen

29. De val

30. Verwerking

31. Levensavond

32. Ten slotte

33. Gebruikte literatuur