Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 4 2000 De (on)macht van het slachtoffer

Ophef 4 2000Redactioneel

Slachtoffers zijn ‘in. Althans in de excuuscultuur die sinds enige tijd onder ons heerst. Vertegenwoordigers van de daders zijn bereid hun slachtoffers met zoveel woorden te benoemen, schuld te bekennen en eventueel geleden schade financieel te vergoeden. Hoewel zo’n publiek gemaakt schuldbewustzijn meestal tot stand komt onder druk van organisaties van de slachtoffers zelf is de vraag of niet de daders er et best bij wegkomen. Zijn het niet de daders die zich met een ostentatieve schuldverklaring zelf in zonnetje zetten? En vooral: met hun verklaring achter de zaak een punt zetten – alsof zij dat te beslissen hebben? Zodat bij voorbeeld het weer groot geworden Duitsland zich voortaan ‘gewoon’ weer als een grote mogendheid gedragen kan? De Rooms-Katholieke kerk ‘gewoon’ weer de ware kerk wezen kan? Nederland ‘gewoon’ weer in Indonesië orde op zaken Stellen kan? Openbaar schuld belijden als een voortzetting van de aloude arrogantie van de grootmogendheden, de vermogenden, de ‘zijn daden bennen groot’ potentaten, de heersers kortom, met andere middelen? Het slachtofferen gaat immers ‘gewoon’ door. Wat in elk geval meestal doorgaat is de schade die het slachtoffer geleden heeft en die met geen schadevergoeding kan worden goed gemaakt, door geen schuldverklaring uit de wereld geholpen. Die schade is in het algemeen een beschadiging voor altijd, onoverkomelijk, ongeneeslijk. EN de enige die daarover iets te verklaren heeft is het slachtoffer. Maar juist dat slachtoffer is vaak met stomheid geslagen, vindt geen woorden om te uiten wat het is aangedaan, zoekt tevergeefs naar gehoor voor wat schreeuwt om begrip. Maar wat ook vaak – te vaak – doorgaat is het slachtoffer dat de geleden schade verhaalt op een ander die dan op haart beurt het slachtoffer wordt. De vicieuze cirkel van: slachtoffer wordt dader, maakt slachtoffers die weer dader worden, enzovoort en zo verder… Mij schiet daarbij de verzuchting, nee: de schreeuw van Paulus te binnen: “Wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?” (Zijn brief aan de Romeinen 7:24). Dat lichaam is, stel ik mij voor, het lichaam van de mensheid. Dat blijkt gevangen in een dodelijke logica. Waar Paulus zich dan toch niet bij kan neerleggen: wie zal mij verlossen! Spreekt hij daar voor de slachtoffers? vertolkt hij hun schreeuw: uit haar ellende te worden uitgeleid – in een land waar vrouwen, kinderen, mannen wonen kunnen, een wereld waar het slachtofferen voorbij is? Hij vervolgt met: “Gode zij dank door Jezus Christus, onze Heer”. Een groot woord, een geweldig woord. Maar hoe durf je het in de mond te nemen? Vooral als een slachtoffer te kennen geeft hoe gewelddadig zulke woorden kunnen overkomen – ik doel op wat Marthe Link kosian schrijft over het even geweldige ‘Een vaste burcht is onze God’. Het thema van dit nummer is: de (on)macht van het slachtoffer. Daarin schrijft Erik Borgman over een belangrijk protagonist in wat ik de excuuscultuur noemde: de Paus sprekend namens de Kerk. En maakt duidelijk dat de zaak van de dader die schuld belijdt zo eenvoudig niet ligt als hierboven door mij wordt gesuggereerd. Kees Mos geeft een aanzet tot een antwoord op de vraag hoe uit de vicieuze cirkel van ‘Slachtoffer wordt dader’ te geraken. Hij verwijst daarbij naar het verhaal van Jozef, het slachtoffer dat geen dader wordt. Marthe Link kosian getuigt van haar geloof in de mogelijkheid dat het slachtoffer haar plaats als mens binnen de gemeenschap vindt. Barbara Leijnse komt terug op het verhaal van Jozef en de vrouw van Potifar. Met een tegendraadse lezing die de gebruikelijke uitleg van de rol van Potifar’s vrouw ontmaskert als ‘Männerphantasien’. Tamis Wever beëindigt zijn bijdrage aan de exegeserubriek met een uitleg van 1 Johannes 3. Gelukkig blijven zijn tekeningen verschijnen. De rubriek is volgend jaar in handen van Paula Irik, DISK-predikant in Amsterdam. Hans Groenewegen levert in de poëzierubriek zijn dichterlijke tekst bij de (Oost) Duitse dichter Volker Braun. ‘Heftig’ is deze keer van Anne Marie Booij. De draad van de ‘Storm van getuigen’ nemen wij weer op in de volgende jaargang.

 

Dick Boer

 

Inhoud

1. Redactioneel

    Dick Boer

2. De ruimte van de gedachtenis – Een katholieke omgang met de schuld aan Jodenhaat en antisemitisme

    Erik Borgman

3. Wie draagt de last van de Schuld? Kan de vicieuze cirkel doorbroken worden?

    Kees Mos

4. Mens worden – Slachtoffers van seksueel geweld

    Marthe Link kosian

5. Verlangens op drift – Een tegendraadse lezing van Genesis 39

    Barbara Leijnse

6. Het verontruste hart – Tekst en uitleg van 1 Johannes 3

    Tamis Wever

7. getekend: Tamis

8. Val in de nieuwe eeuw – Bij Volker Braun

    Hans Groenewegen

9. Heftig