Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

Ophef nr. 4/5 1998 Triniteit en klassenstrijd

Ophef 4 en 5 1998Redactioneel

Ik zal lofzingen met mijn geest, maar ook lofzingen met mijn verstand (1 Cor. 14)

In dit nummer van Ophef, dat een dubbelnummer is voor in donkere dagen en daarmee het laatste in dit jaar, staan twee grote teksten centraal. De ene tekst is een opstel van John Videc, getiteld De vertolking van de hemel, waarin het gaat over het verbond in God als garant voor het verbond van mensen. De andere tekst, Het spook en de schaduw, is een herlezing en herdenking van het communistisch manifest, nu 150 jaar oud, door Dick Boer en Rinse Reeling Brouwer. Ogenschijnlijk zijn het twee heel verschillende teksten. De ene, sterk dogmatisch, is in feite niets anders dan een warm pleidooi voor het dogma van de triniteit, dat meest intiem-theologische vertoog over Vader, Zoon en Heilige Geest, altoos in rondedans verkerend omwille van de mens – het moet gezegd: een tekst uit ietwat hogere sferen. De andere, sterk politiek, is een openhartige analyse van de oertekst van het communisme, waarbij wordt aangetoond hoe deze zich reeds in zijn eigen revolutionaire strekking dreigt te verslikken en dus iets aankondigt, van iets spreekt, dat in werkelijkheid omgezet wel mislukken móest – een teken dus over 150 jaar aardse praktijken. De één hoort thuis in het dogmatische handboek. De ander mag worden bijgezet bij de politieke geschiedenis van de 19e en 20e eeuw. En toch horen ze naar ons idee samen. Waarom? Beide teksten vragen de nodige denkoefeningen. Er wordt een beroep gedaan op het verstand. (Gelukkig worden de avonden langer, en heeft de winter tijd voor ons) Deze formele overeenkomst zou echter wel eens uitdrukking kunnen zijn van méér: de noodzaak om in deze tijden na te denken. Want iedereen gelooft in God. Dat is het punt niet. Maar Videc houdt opeens een pleidooi voor de kerk, als concrete verzamelplaats. Iedereen heeft wel een gevoel bij de Eeuwige. Maar Videc legt Gods transcendentie uit als een sociale definitie; als een politieke gezamenlijkheid – God in zijn ensemble van drie-in-één. Heeft de minachting die de dogmatiek ten deel valt, de hoon voor dat Grieks logische denken (met daaraan gepaard dat simpele beeld van die ‘goede mens van Nazareth’) misschien toch iets te maken met het verlangen naar een ééndimensionale wereld, waarin wij niet meer worden gestoord door de sociale kwestie, in heel zijn complexiteit? Is onze neiging te bezwijken voor God als de Onnoembare, de Verhevene (of de ander?) een geraffineerde weigering om zijn zaak van de arme en ontrechte ook tot de ónze te maken, en daarover ook eens hartstochtelijk na te denken? Toen de gemeente in Corinthe geheel in tongen begon te praten hield Paulus een pleidooi voor de liefde én voor het verstand. Twee dingen die gemeenschap scheppen, en waarop we elkaar kunnen aanspreken. We komen als vanzelf bij Marx en Engels. Niemand gelooft meer in het communisme. Dat is het punt niet. Maar Boer en Reeling Brouwer willen gedenken, om te begrijpen, om te bewaren dat er in elk geval iets aan de orde is gesteld waarvan we niet zomaar ontslagen zijn. Natuurlijk iedereen voelt wel iets voor rechtvaardigheid. Maar heeft het zin op te komen voor recht, als er geen analyse is van de maatschappelijke verhoudingen? In deze Ophef twee teksten die willen (ge)denken, waar tegenwoordig veelal wordt gezwegen. Dogmatiek en politiek. Triniteit en klassenstrijd. Voor de gemiddelde christenmens natuurlijk al lang out of time. Maar juist in hun combinatie misschien wel ontluisterend hoe het inmiddels met ons is gesteld: zonder adem, zonder moed meer, om het onmogelijke te denken.

Staat de tekst over het manifest op zich, rondom de triniteit is een klein symposium georganiseerd. Trees Verstegen, Françoise Ollivier en AB Kerssies/Laurens Tuinema bereflecteren als ex-leerlingen elk een aantal aspecten van Videcs verhandelingen over Gods socialiteit, en laten – zoals het een goed leerling betaamt – niet na ook de nodige vragen te stellen. Dat doet ook Anne Kooi, vanuit een waarschijnlijk typisch protestantse invalshoek. Dan volgen een interview met Anne Marijke Spijkerboer over de oprichting van het Flesseman-van Leer gezelschap dat een brug wil slaan tussen dogmatiek en feministische theologie, en een bespreking van Kuiters laatste pennenvrucht, Jezus. Nalatenschap van het christendom. Dogmatiek kan, behalve een tikkeltje mannelijk, inderdaad ook dodelijk zijn. De vrije kunsten. Jona zocht bescherming onder de ricinusboom, en Ninive kreeg die. Eric Borgman bericht daarover. Het veeleer onzegbare vinden we bij een nieuwe tekening van Tamis Wever, terwijl Hans Groeneberg juist schrijft over genezende kracht van de eenzaamheid van de dichter Lucebert. Naast een lezing van Dick Boer over ‘spiritualiteit en seks€’ en de column over sport dit keer van Karel Blanksma vindt u nog twee prachtige boekbesprekingen: Willem van der Meiden bespreekt de prachtige nieuwe kinderbijbel Om te beginnen, en Christ Mataheru tot slot geeft een grondige lezing van het nieuw verschenen deel van de (posthume) hand van Frans Breukelman, Debharim, wat door velen als zijn belangrijkste boek wordt beschouwd. Nu binnen afzienbare tijd de kerkelijke opleiding aan de Amsterdamse theologische faculteit, die al was omgebouwd tot religiekunde, zal verdwijnen is het met de ‘Amsterdamse School’ gedaan – tenzij natuurlijk Breukelman voortspreekt als in dit boek over Gods zijn als een zijn in de daad, zijn verbondsgeschiedenis met de mens. En daarmee zijn we weer terug bij dat verbond in God…

Hans Peter Gramberg, die de afgelopen tijd heeft gezorgd voor de foto’s, heeft met ingang van dit nummer zijn taak overgedragen aan Will Verhoef. En in ons volgende nummer, dat begin 1999 zal verschijnen, opnieuw aandacht voor zuiverheid in lichaam en geest, bij o.a. Donna Haraway en religieuzen, met ook weer de nodige praktijk-verhalen. Een vrolijke kerst!

Ophef – met het hart tussen de oren.

Wessel ten Boom

 

Inhoud:
1.   Redactioneel

      Wessel ten Boom

2.   De verlokking van de hemel, Een essay waarin een uitwerking wordt gegeven van de sociale definitie God

      John J. Videc

3.   Take it or leave it – De theologie van John Videc vanuit het perspectief van de-identificatie van vrouw/en

      Trees Verstegen

4.   Who the hell are ‘we’? Een kritische kanttekening bij John Videcs “verlokkingen van de hemel”

      Anne Kooi

5.   Over godsbeelden gesproken –  Eenheid en verschil in “de verlokkingen van de hemel”

      Françoise Ollivier

6.   De hemel lokt als mogelijke aarde – Reactie op Videcs essay met een excurs naar Hinkelammert

      Ab Kerssies en Laurens Tuinema

7.   Wij willen onze wortels kwijt – gesprek met A.M. Spijkerboer over het Flesseman – van Leer gezelschap

      Ineke Zuurmond

8.   Harry speelt gevaarlijk spel – Terug naar God bij H.M. Kuitert

      Wessel ten Boom

9.   Jona onder de ricinusboom – Overdenking bij Jona 3:3-5 en 3:10 -4:11

      Eric Borgman

10. getekend: Tamis

11. Amulet – Hans Groenewegen laat met Octavio Paz zijn licht op Lucebert schijnen

      Hans Groenewegen

12. Het spook en de schaduw – Het Communistisch Manifest herlezen en herdacht

      Dick Boer en Rinse Reeling Brouwer

13. Welke geest is er in ons (mannen) gevaren? – Lezing voor een symposium over ‘spiritualiteit en sexe’

      Dick Boer

14. Lida van de Keulen – Bespreking van de kinderbijbel Om te Beginnen van Bara van Pelt

      Willem van der Meiden

15. Heftig

16. Gesignaleerd: Moeder natuur en haar recalcitrante dochters

      Esther van der Panne

17. Debharim –  Bespreking van het belangrijkste deel van het opus magnum van Frans Breukelman

      Chris Mataheru

18. Prikbord/Medelingen