Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie.

Verslagen

*** Hier kunt u verslagen lezen van door de VTM in verschillende vorm gehouden theologisch beraad.

 

====================

Verslag van het Beraad over het speelveld van maatschappij-kritische theologie

Op 30 september 2016 kende de VTM een studiemiddag over de in- en outs van een maatschappij-kritische theologie in onze getergde tijden. De uitnodiging voor dit beraad  kan gelezen worden in het menu Theologisch Beraad/Agenda.

 

Het verslag dat hierna gelezen kan worden is slechts een sobere ‘aantekening’ bij die studiemiddag. Tijdens de studiemiddag zijn er een drietal inleidingen gehouden. Van 2 inleidingen kan hieronder de tekst gelezen worden.

 

Aantekening studiemiddag VTM d.d. 30 september 2016.

 

Op de studiemiddag zijn 26 leden en niet-leden aanwezig. De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen van harte welkom. Er zijn drie inleiders uitgenodigd. Greetje Witte Rang, Ariaan Baan, Udo Doedens. De laatste twee reageren op de inleiding van Greet Witte Rang.

 

De vraag die centraal staat: bestaat maatschappij kritische theologie nog in deze tijd? Greetje geeft daar in haar inleiding vanuit de CvS een antwoord op. Ariaan Verbaan en Udo Doedens gaan daarop in vanuit de meer “traditionele theologie” en vragen zich af of deze tijd nog zit te wachten op maatschappij kritische theologie. Is er niet meer behoefte is aan troost en het vertellen van de verhalen? De samenleving is geïndividualiseerd en dat komt onvermijdelijk terug in de geloofsbeleving.

 

In de discussie daarna komen veel aspecten en vragen aan de orde.

 

  • * Wordt de term geloof wordt niet te gemakkelijk gebruikt?
  • * Weet iedereen dan waar je het over hebt?
  • * De geschiedenis van CvS staat bol van theologie. De samenleving is veranderd, maar is de theologie daar ook op aangepast?
  • * Is de theologie de reden zijn van de teloorgang van CvS.

 

Geconstateerd wordt ook dat er de nodige overeenkomst zitten in de verhalen. Verwezen wordt naar Dietrich Bonhoeffer.

* Hoe kunnen wij over God spreken in een geseculariseerde wereld?

* Is het verhaal van Jezus te begrijpen door de gewone man, zonder het uit te leggen. Zijn de verhalen te vertalen zonder enige vorm van uitleg. Dat zou moeten kunnen omdat de verhalen gaan over het dagelijks leven. Vergeving, wraakzucht, liefde en genezing.

* Dat roept weer de vraag op: geloof, analyse, theologie, wat hebben ze met elkaar te maken?

  • * Blijft staan dat je moet optrekken samen met de mensen die het betreft. De vraag is wat dat betekent voor de VTM? Met welke mensen trekken wij op en hoe bereiken wij die mensen?

 

Inleiding Greetje Witte-Rang: “Vindplaatsen van maatschappelijk geëngageerde theologie”.

 

Voor de tekst van de inleiding van Greetje Witte-Rang kan terugverwezen worden naar haar artikel in het Ophef-nummer nr.2-2012, 19e jrg. over ‘maatschappelijk georiënteerde theologische praktijken’.

 

 

Inleiding Ariaan Verbaan: “Een evaluatief toezien op de ontwikkeling van de maatschappelijke geëngageerde theologie”.

 

Laat ik beginnen met een disclaimer. Het is waar: ik ben één van die jongere theologen, waar Greetje Witte-Rang over schrijft in haar Ophef-artikel. Ik heb een aantal ontmoetingen gehad met leden van Kerk en Vrede. Ik heb prachtige gesprekken over vrede gevoerd met Harry en Greetje, samen met mijn vriend Daniel Drost. Hij, Daniel, is een vertegenwoordiger van die nieuwe groepen waar Greetje over spreekt: hij heeft een achtergrond in de Vrijgemaakte kerk, is naar wat omzwervingen, Baptistisch predikant geworden, schrijft een dissertatie over John Howard Yoder en heeft een aantal jaar in een meegedraaid in een project van Urban Expression. Helaas voor jullie, ben ikzelf wat minder exotisch. Hoewel ik gepromoveerd ben op Stanley Hauerwas, ben ik een gewone gereformeerde jongen gebleven, ik werk als dorpspredikant in Noord Groningen en heb, behalve mijn werk voor de kerk, nauwelijks serieuze ervaring in maatschappelijk engagement. De reden waarom ik toch ben ingegaan op de uitnodiging van Harry om hier te spreken is omdat het mij de gelegenheid biedt om eens goed na te denken over hoe ik me verhoud tot de maatschappelijke geëngageerde theologie en de bewegingen die ontstaan zijn in de jaren zeventig. Ik hoop ook dat wat ik ga zeggen jullie ook iets te denken geeft.

 

Ik zal proberen om een bepaalde ontwikkeling die ik ontwaar in de maatschappelijke geëngageerde theologie te analyseren met behulp van wat de Canadese filosoof Charles Taylor over secularisering schrijft. Na die analyse beschrijf ik hoe een eigentijdse theologie er mijns inziens uit zou moeten zien.

 

In zijn magistrale studie A Secular Age beschrijft Charles Taylor een paradoxaal fenomeen: hervorming leidt tot secularisatie. De kiem van secularisatie ligt in de herontdekking van iets dat – als je het OT en NT serieus neemt – deel uitmaakt van het hart van het christelijk geloof: het besef dat ons gehele leven in dienst van God staat. Deze herontdekking vormt de impuls, niet alleen voor de protestantse reformatie en de rooms-katholieke contrareformatie maar voor tal van grote maatschappelijke vernieuwingsbewegingen van de zestiende eeuw tot en met de twintigste. Deze vernieuwingsbewegingen proberen alle mensen ervan te doordringen dat ze leven om God te dienen en trachten het hele maatschappelijk leven in het teken te stellen van de dienst aan God. De paradox is dat deze vernieuwing juist door haar focus op het gewone leven leidt tot verminderde aandacht voor wat Taylor “het heilige” noemt. Deze desacralisering is het begin van een proces van secularisatie: mensen gaan zichzelf begrijpen als individu, autonoom ten opzichte van anderen en van God, ze begrijpen het samenleven als iets dat los van God gebeurt, ze creëren nieuwe, quasi neutrale gebieden zoals economie en kunst. Deze veranderingen werken door tot in onze tijd waarin geloof niet alleen een overtuiging geworden is van een minderheid, maar waarin die minderheid ook steeds meer moeite heeft zichzelf en de werkelijkheid te begrijpen vanuit het geloof in de God van de bijbel.

 

Mijn observatie is dat zich een vergelijkbaar paradoxale fenomeen voordoet in de christelijke maatschappelijk-geëngageerde bewegingen die hun oorsprong hebben in de jaren zeventig. De deelnemers aan deze bewegingen zijn zelf veelal opgegroeid in een burgerlijk christelijk milieu. Hun grote ontdekking is dat het christelijke geloof in wezen op gespannen voet staat met dat burgerlijke christendom van hun jeugd. Ze passen de kritiek die de OT profeten leveren op de gevestigde orde met haar gevestigde belangen toe op hun eigen situatie en zijn diep geïnspireerd door het profetische visioen van vrede en gerechtigheid. Ze voelen zich aangesproken door Jezus’ prediking van het koninkrijk Gods vanwege de ontmaskering van de ongenadige machten van het systeem en ze voelen zich geroepen om te zoeken naar alternatieve, minder geldzuchtige en gewelddadige samenlevingsvormen.

 

Die intellectuele en praktische zoektocht naar alternatieven leidt ze weg uit de oude, vertrouwde christelijke subcultuur. Ze sluiten niet alleen pragmatische bondgenootschappen met anderen die vanuit seculiere levensbeschouwingen ook op zoek blijken te zijn naar een alternatief, ze voelen zich genoodzaakt hun taal te seculariseren. Sommigen doen dat met pijn in ’t hart, omdat je je nu eenmaal voor die bondgenoten begrijpelijk moet kunnen maken. Anderen doen het vol overtuiging omdat ze menen dat het kan en moet: om aantrekkelijk te zijn voor degenen die ze mee willen nemen in hun beweging, om maatschappelijk relevant te zijn, om werkelijk het verschil te maken passen ze hun taal aan. Voor velen verandert met die taal ook het zelfverstaan, kerk en geloof gaan geleidelijk aan een minder grote rol spelen in hun leven, ze beschouwen zichzelf primair als radicaal progressief of links religieus. Voor één is dit meer een bewuste keuze, voor de ander meer een onbewust proces.

 

De paradox is dat een herontdekking van iets dat behoort tot de kern het christelijk geloof leidt tot een beweging waarin het bijzondere van dat geloof steeds minder gearticuleerd wordt. Denk aan de transformatie van het IKV naar het huidige Pax. Denk aan wat Jan Soetewey schrijft over zijn Christenen voor het Socialisme in Vlaanderen: “We hebben de afkalving van de basiskerk en van onze eigen beweging niet kunnen stoppen. Voor een deel is dat normaal als je mensen stimuleert om zich in linkse bewegingen en christelijke organisaties te engageren. Voor velen is CvS een belangrijke maar voorbijgaande fase geweest.” Je ziet het ook aan de liederen van Huub Oorsterhuis: de bijbelse taal is steeds meer ingewisseld voor een algemeen religieuze taal.

 

Taylor staat ambivalent tegenover de christelijke hervormingsbeweging. Hij erkent voluit dat vernieuwing van het leven deel uitmaakt van de kern van het christelijk geloof. Tegelijk signaleert hij dat de neiging om het gehele leven van iedereen te hervormen, haast onherroepelijk leidt tot een steeds verminderend vermogen om aandacht te hebben voor “het heilige”.

 

Ik heb een zelfde soort ambivalentie tegenover de maatschappijkritische bewegingen en hun theologie. Aan de ene kant zie ik dat deze beweging voortgekomen is uit een herontdekking van iets dat ook mijns inziens behoort tot de kern van het evangelie. Ik zeg het in mijn eigen woorden: het kruis van Christus bevrijdt ons uit de beklemmende machten van Manon en Leviathan en maakt een manier van leven mogelijk vrij van die machten. Die manier van leven staat op gespannen voet met de wijze waarop de heersers van deze eeuw willen dat we leven. Ik geloof ook dat het evangelie noopt tot een zoektocht naar alternatieve manieren van samenleven: niet alleen in het klein maar ook in het groot. En ik kan ook van harte instemmen met het aangaan van bondgenootschappen. De Geest van Christus werkt immers ook buiten de kerk.

 

Aan de andere kant denk ik dat de aanpassing van de taal binnen deze beweging heeft geleid tot een verminderd vermogen om aandacht te hebben voor het bijzondere, het onvergelijkbare, van het evangelie: dat God in Christus met ons is. Ja ik denk dat de beweging te weinig aandacht gehad voor nare kanten van het proces van secularisering waar Taylor over spreekt: dat het in onze cultuur steeds moeilijker is om te benoemen hoe God in ons leven en in onze wereld kan werken. De beweging was geen verzetshaard tegen die verschaling van de taal, ze heeft op haar eigen manier meegewerkt aan die verschraling. En bovendien had de beweging niet of nauwelijks aandacht voor het feit dat, helemaal aan de andere kant van het kerkelijke spectrum er wel van die verzetshaarden waren: de taal van het geloof werd bewaard in de orthodoxie van de Vrijgemaakte, Christelijke en Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Bond en de Confessionele Vereniging.

 

Ik geef onmiddellijk toe: het is achteraf gemakkelijk praten. Als je er zelf middenin zit, is dat heel anders. Ik probeer zo scherp mogelijk te analyseren om iets te leren voor de toekomst. Volgens Taylor is secularisatie een contingent proces. Dat het zo gegaan is wil niet zeggen dat het noodzakelijkerwijs zo gaan moest en evenmin dat er nu geen andere mogelijkheden denkbaar zijn. Je kan zijn boek zelfs lezen als een apologie tegenover degenen die menen dat het christelijk geloof door de secularisatie achterhaalt is. Taylors impliciete boodschap is dat het nog steeds mogelijk om als hedendaags, weldenkend mens in de God van de bijbel te geloven.

 

Ik zou hier expliciet willen zeggen dat de paradox niet noodzakelijk is. De kunst is om tegelijk vrijmoedig over de God van de bijbel te spreken en maatschappijkritisch te denken en te handelen. Mijn vriend Daniel Drost heeft zich die kunst eigen gemaakt toen ze met een aantal gezinnen in een oude stadswijk in Amersfoort gingen wonen en daar een gemeente stichtten die ze de Vriendenkerk noemde. Paus Franciscus gebruikt die kunst in zijn politiek om de RKK te transformeren in een kerk voor de armen en in zijn publieke uitspraken.

 

Ik geloof dat je onwillekeurig ook uitkomt bij een wat andere theologie. Een theologie die meer de nadruk legt op de kerk, de kerk als die gemeenschap die in de liturgie een taal spreekt die benoemt hoe God ons bevrijdt van de machten en krachten in deze wereld en zo mensen oefent vrij die machten te leven.

 

 

 

Verslag studiedag over de theologie van Tom Naastepad 9 sept. 2012

Op zaterdag 29 september 2012 werd in Rotterdam (waar anders) een studiedag gehouden over de theologie van Tom Naastepad (1921-1996) met als titel: Lezen is horen, horen is doen. Indirecte aanleiding voor deze studiedag was de verschijning het jaar daarvoor (toen ten onrechte onderbelicht gebleven) van het boekje van Ineke van der Vlis over Naastepad, Laat ons de woorden wagen van ’t Woord dat is geschied. (deeltje van de VTM-theologenserie, eerder besproken in Ophef2011/4). Zo’n vijfentwintig mensen, vooral uit de voormalige Arauna-gemeente van Naastepad, haalden herinneringen op en luisterden naar korte inleidingen van Dick Boer, Ineke van der Vlis en Wout van der Spek. De inleidingen zijn gepubliceerd in het Ophef-nr.4 December 2012. De inleiding van Ineke van der Vlis, schrijfster van het boekje ove Tom Naastepad, kan ook hier op de site nagelezen worden; ga daarvoor naar Ophef Online > Artikelen uit Ophef.

Verslag ledenvergadering 18 juni 2011

Op 18 juni 2011 vond de jaarlijkse ledenvergadering van de VTM plaats. Op die vergadering werd door Hub Crijns, directeur van DISK, een inleiding gehouden over het armoedevraagstuk onder de titel Armoede en politieke keuzen. Zijn verhaal is eerst verschenen in Ophef nr.3 van 2011.

De inleiding kan nagelezen worden op deze website onder Ophef Online > Artikelen uit Ophef.