Oecumenisch denkplatform voor hartstochtelijke en maatschappelijk betrokken theologie. Ook op twitter en facebook

“Wie omkeert, die komt men tegemoet” – Thomas Kremers

Onder de titel “Wie omkeert, die komt men tegemoet” gaat het artikel van Thomas Kremers in op de vraag ‘Duitsers en Joden, zou het ooit nog weer goed komen?’

Uit: Ophef 2016, 19e jrg., nr.1. Het Ophef-nummer heeft als thema “Denken over Duitsland”.

 

„Wie omkeert, die komt men tegemoet“ – aanzetten van Heinz Kremers voor de christelijk-joodse dialoog in Duitsland.

Thomas Kremers

 

Op ons verzoek maakte Thomas Kremers een ingekorte versie van zijn artikel “Vom Vorurteil zur Partnerschaft. Leben und Werk von Heinz Kremers”, dat hij schreef voor een boek ter nagedachtenis aan zijn vader Heinz Kremers, één van de grondleggers voor de christelijk-joodse dialoog in het naoorlogse Duitsland. Bart Vijfvinkel maakte de door Thomas Kremers geautoriseerde vertaling.

 

Prof. dr. Heinz Kremers1 sloot zijn dankrede naar aanleiding van de toekenning van de Buber-Rozenzweig-penning, voor zijn inzet voor de christelijk-joodse dialoog en voor de  verzoening tussen Duitsers en Israëli’s, op 2 maart 1986 af met de wens, dat „nog veel Duitsers, ouderen en jongeren, de weg zullen gaan van vooroordeel naar partnerschap en daarbij de volgende gelukkig makende ervaring zullen hebben: wie zich omkeert, die komt men tegemoet.“2

 

Als Christen en als Duitser heeft hij zich omgekeerd en heeft hij als gevolg van deze omkeer ervaren dat Joden zoals bijvoorbeeld Robert Raphael Geis, David Flusser, Shmuel Safrai of Yehuda Aschkenasy hem tegemoet gekomen zijn. In deze biografische schets zullen belangrijke fases uit Heinz Kremers’ biografie en belangrijke elementen uit zijn theologie aan bod komen. Ook zijn politieke denkbeelden zullen ter sprake komen omdat in zijn engagement, politiek handelen en theologische overwegingen steeds nauw met elkaar verbonden zijn.

 

  • Een jeugd tussen EC en hakenkruis

 

Heinz Kremers werd op 19 oktober 1926 in Rheydt am Niederrhein geboren. Aan het einde van de 19e eeuw ontstond in Reydt de ‘Jugendbund und Landeskirchliche Gemeinschaft Entschieden für Christus EC’. Deze werd gekenmerkt door een intense vroomheid. In dit op evangelisch jeugdwerk georiënteerde milieu werkte ook Ruth Kamphausen als leidster van een meisjesgroep. Zij trouwden op 25 april 1953 en kregen vier kinderen. Zijn opstelling tegenover het Joodse volk was in belangrijke mate bepaald door zijn ouderlijk huis. Zijn ouders hadden diepe wortels in het ‘heilsgeschichtliche’ denken van het Nederrijns gereformeerde piëtisme. Ze vertelden de vijf kinderen bijna dagelijks verhalen uit de Bijbel en benadrukten daarbij dat de Joden nog altijd het volk Israël zijn.3 De houding van zijn piëtistisch ouderlijk huis tegenover het antisemitisme in het nationaalsocialisme heeft zijn leven fundamenteel bepaald en er wezenlijk toe bijgedragen dat hij immuun was voor het rassenantisemitisme. Dit blijkt uit het volgende verhaal: nadat zijn vader van zijn kinderen de onthutsende berichten over de Reichsprogromnacht van 1938 had aangehoord zei hij: „kinderen, dit rijk zal spoedig ten onder gaan, want in de Bijbel staat: Israël, wie aan jou komt, die komt aan mijn oogappel.“4

 

Heinz Kremers kwam steeds opnieuw in conflict met het nationaalsocialistische regime. Zo nam hij als veertienjarige zijn Bijbel mee naar een cursus van de ‘Hitler-Jugend-Führerschule’ in Xanten en weigerde hij deze naar huis terug te sturen toen die ontdekt werd. Hij was ook de enige deelnemer aan de cursus die weigerde om de film ‘Der ewige Jude’ te bekijken. Daarmee kwam zijn carrière als HJ-Führer vroegtijdig ten einde. Dat hij überhaupt aan de cursus heeft deelgenomen laat echter ook iets zien van zijn fascinatie voor enkele aspecten van het nationaalsocialisme en van zijn innerlijke verscheurdheid. Om niet vanwege zijn lengte geselecteerd te worden voor de ‘Leibstandarte’ van Adolf Hitler (Hitlers lijfwachten, later een elitekorps van de SS (vert.)) meldde hij zich vrijwillig voor de officiersopleiding bij de Wehrmacht, al moest hij die afbreken nadat hij bijna wegens opruiing gearresteerd was. Hij pleegde weliswaar geen verzet tegen de nazidictatuur, maar hij toonde wel burgermoed. Deze discrepantie heeft hij zelfkritisch onder woorden gebracht: „Mijn ouders hebben mij er in de nationaalsocialistische tijd voor behoed een nazi of zelfs een antisemiet te worden. De invloed van hun apolitieke piëtistische vroomheid heeft echter ook verhinderd dat ik ook maar op het idee zou zijn gekomen om voor de Joden politiek verzet te plegen. In deze breuk zie ik mijn persoonlijke schuld tegenover het Joodse volk.“5

 

  • Een theologie na Auschwitz

 

In augustus 1945 werd Heinz Kremers uit Engelse krijgsgevangenschap ontslagen. Naar eigen zeggen heeft hij pas na het einde van de oorlog over de barbarij van de concentratie- en vernietigingskampen gehoord. Vooral zijn ervaringen aan het front en zijn krijgsgevangenschap gaven zijn leven een nieuwe richting. Na zijn middelbare school, de bijzondere opleiding voor hen die aan de oorlog hadden deelgenomen, begon hij in 1946 met de studie Evangelische Theologie aan de kerkelijke hogeschool in Wuppertal-Barmen. Daarna studeerde hij verder aan de universiteiten van Tübingen en Göttingen. Hij ontmoette tijdens zijn studie theologen als Hans-Joachim Kraus, Gerhard von Rad, Ernst Wolf en Otto Weber die op de ontwikkeling van zijn theologie een belangrijke invloed uitoefenden. Zijn theologische stellingnames werden ook beïnvloed door de theologie van Dietrich Bonhoeffer wiens verzet tegen het nationaalsocialistische regime in essentie berustte op heftige kritiek, zowel op het antisemitisme van de staat als ook op het kerkelijk antijudaïsme. Kremers’ studie concentreerde zich vooral op het oude testament, het vakgebied waarbinnen hij ook promoveerde. In 1953 verscheen zijn dissertatie waarin hij de theologische betekenis van Baruch opwaardeerde. Met Jeremia heeft Baruch als schrijver van het profetenverhaal „de verdere ontwikkeling van het beeld van de Israëlitische profeet beslissend beïnvloed.“6 Met deze dissertatie nam hij Baruch op „in de rij van de mannen van het oude verbond, die wegbereiders van de Komende, voorboden van Jezus Christus, waren.“7

 

Vanwege een erfelijk bepaalde auditieve handicap, waardoor hij aan het einde van zijn leven bijna volledig doof was, werd Kremers geen gemeentepredikant. Hij was van 1954 tot 1958 als predikant in dienst van de Landeskirche werkzaam als catecheet en docent godsdienstpedagogiek aan het Pädagogisches-Theologisches Institut der Ev. Kirche im Rheinland. In mei 1958 werd hij op verzoek van de Landeskirche docent met als leeropdracht ‘Evangelische Unterweisung’ aan de afdeling Kettwig/Duisburg van de Pädagogische Hochschule Ruhr. In 1959 werd hij benoemd tot hoogleraar ‘Religionslehre und Methodik der Evangelische Unterweisung’. Een beslissende wending had plaats toen hij eind jaren vijftig zijn eerste Joodse gesprekspartners ontmoette. In dialoog met de in het naoorlogse Duitsland levende Joden stelde hij meer en meer zijn christelijke visie op het Jodendom ter discussie. Zo nam hij in verband met de voorbereiding van reizen naar Israël contact op met de rabbijn Robert Raphael Geis die hem een nieuw en dieper inzicht in de geschiedenis en de religie van het Jodendom gaf, en werd hij diens leerling en vriend.

 

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw schreef hij als godsdienstpedagoog mee aan schoolboeken. Het was voor hem erg belangrijk om een realistisch beeld van de geschiedenis en religie van het Jodendom te geven. Aan de Gesamthochschule Duisburg was hij op het laatst werkzaam als nieuwtestamenticus. In 1974 nam hij deel aan de oprichting van een onderzoeksgroep „Interdisziplinäre fachwissenschaftliche und fachdidaktische Forschungen zur Geschichte und Religion des Judentums“. In de jaren zeventig kwam het vergelijkende onderzoek naar schoolboeken en leerplannen in zijn onderzoek centraal te staan. Jaarlijks hadden onder zijn leiding in het ‘Haus der Begegnung’ in Mülheim an der Ruhr internationale ‘Schulbuchtagungen’ plaats, waarvan de resultaten ook internationaal grote weerklank vonden.

 

  • Religieus Socialist

 

In de jaren vijftig van de vorige eeuw kwam een tweede wezenskenmerk van Heinz Kremers tot bloei: hij verstond zich als religieus socialist die zich voor vrede en gerechtigheid inzette. Zo kreeg hij veel exegetische en politieke inspiratie van Leonard Ragaz die al voor 1933 „uit achting voor het nog altijd uitverkoren godsvolk van de Joden het staken van de Jodenzending en een meer geloofwaardig christelijk getuigenis tegenover de Joden geëist had.“8

Gedurende zijn hele leven was hij betrokken bij vakbonden en politiek. Dit was aan het begin van de jaren zestig niet gebruikelijk omdat in deze restauratieve fase van de Bondsrepubliek, het lidmaatschap van een vakbond voor een hoogleraar in de theologie een uitzondering was. Ook was hij vele jaren lid van de SPD. Hij had intensieve contacten en vriendschappelijke betrekkingen met de beide latere presidenten van de Bondsrepubliek Gustav Heinemann en Johannes Rau. Hij was een uitgesproken politiek denkend en handelend mens die zich verzette tegen de atoombewapening van de Bundeswehr en de herbewapening van de jonge Bondsrepubliek, en die vele initiatieven op het gebied van politieke bewustwording heeft ondersteund.

 

  • Israëlreis als politiek en theologisch engagement 

 

Heinz Kremers stelde zijn studenten aan de Pädagogische Hochschule Kettwig voor om mee naar Israël te gaan om daar in een Kibboets te werken en zo een kleine persoonlijke Wiedergutmachung en een bijdrage aan de verzoening tussen onze volkeren te leveren. De eerste Israëlreis naar kibboets Bror Hayil had plaats in 1960. Bij deze en de daaropvolgende studiereizen stond het verblijf op een kibboets centraal, een verblijf dat gekenmerkt werd door hard werken in de koeienstallen, op de katoenvelden en op de sinaasappelplantages. Uit het samen werken en het delen van het alledaagse leven ontstonden verschillende menselijke ontmoetingen. Deze ervaringen werkten veel dieper door dan welke wetenschappelijke kennis over de Shoah ook. Politieke vorming en theologische reflectie waren hier verbonden met een concrete maatschappelijke praktijk. Excursies waarin het land bekeken werd, dienden om Israël en haar geschiedenis beter te leren kennen. Het Jodendom in zijn vele facetten werd concreet beleefd. In de confrontatie met de realiteiten van Israël bleek de christelijke kijk op het Jodendom een karikatuur. Hij beoordeelde de eerste Israëlreis als een compleet succes: het is gelukt om bij de studenten een existentiële interesse in het Jodendom te wekken en de conforntatie aan te gaan met de pijnlijke historische verantwoordelijkheid als Duitsers.9

 

  • Liefde voor Israël

Als religieus socialist kwam Heinz Kremers in de jaren zestig in een Israël dat nog sterk bepaald was door de socialistische arbeidersbeweging. Zo leverden de arbeiderspartijen in de eerste decennia de regeringen. Ook de vakbonden en de kibboetsbeweging hadden een belangrijke invloed op de jonge staat. De kibboetsiem kenmerkten zich door gemeenschappelijk bezit van de productiemiddelen en basisdemocratie. Zijn enthousiasme voor de staat Israël en voor de socialistische levensvorm van de kibboetsbeweging was een belangrijke bron van kracht voor zijn engagement. Hij had in eerste instantie een euforisch beeld van de Zionistische opbouw van de staat Israël. Zijn opvatting over de staat Israël is in de loop van de tijd genuanceerder geworden en hij heeft ondanks zijn principiële solidariteit met de Joodse staat ook haar schaduwzijde gezien. Hij is er in contact gekomen met Arabische Israëli’s en zag hun achtergestelde positie. Kremers leerde de familie Haddad in Mazra’a kennen, een kleine stad in de omgeving van Nes Ammim. Hij ondersteunde vanuit Duitsland de studie van de drie zonen van dit gezin en maakte voor hen een professionele ontwikkeling mogelijk die ze in Israël niet konden krijgen. Het was voor hem duidelijk dat vrede voor Israël alleen samen met een oplossing van het Palestijnse vraagstuk mogelijk is. Hoe principieel zijn solidariteit met Israël ook was en bleef, het Israëlische optreden in Libanon in 1982 zag hij met pijn in het hart aan. Op grond van diezelfde principiële solidariteit met de staat Israël oefende Heinz Kremers dan ook wel degelijk kritiek op de Israëlische regering, ook als deze kritiek vanwege zijn grote liefde voor Israël voor hem bitter was.

 

  • Nes Ammim

Samen met andere vertegenwoordigers van de Rheinische Kirche zoals bijv. Nikolaus Becker en Horst Dahlhaus stichtte hij op 8 maart 1963 in Velbert de Duitse Ness-Ammim-Vereniging. Nes Ammim betekent ‘teken voor de volkeren’(Jes. 11, 10) en wil na een bijna tweeduizendjarige geschiedenis van uitsluiting en vervolging – tot aan de Shoah toe – van Joden door de christenheid, als christelijke nederzetting in het noorden van Israël een teken van verzoening tussen christenen en Joden zijn. Heinz Kremers benadrukte in het memorandum van 196410 de noodzaak om niet alleen met woorden de schuld van de christenheid tegenover het Joodse volk te belijden; veeleer moesten de christelijke kolonisten uit Nederland, Zwitserland en de Verenigde Staten en later ook uit Duitsland, onder de moeilijke klimatologische, economische en politieke leefomstandigheden en gevaren van Israël leven. Vanuit het alledaagse leven moeten ontmoetingen met Joden plaatsvinden en moet zich een op partnerschap gebaseerde dialoog tussen christenen en Joden ontwikkelen.

 

In het begin van de jaren zestig voerde hij campagne voor het in de regio omstreden christelijke dorp en benadrukte hij in talrijke voordrachten het afzien van iedere vorm van Jodenzending als theologische basis voor Nes Ammim. Dit leverde hem stevige kritiek op van enkele Nes Ammimverenigingen en van enkele bewoners van dit dorp. Nes Ammim ontwikkelde zich tot een internationale nederzetting die in de eerste decennia sterk bepaald werd door de Nederlandse kolonisten. Veel eerder dan de Duitse kerken hadden de protestantse kerken in Nederland consequenties aan hun schuldbelijdenis tegenover het Joodse volk verbonden en de Jodenzending van voorheen in iedere vorm afgewezen. Het contact met Nederlandse theologen had op Heinz Kremer beslissende invloed. Door de intensieve samenwerking en vriendschap met de Nederlandse arts Johan Pilon, de grondlegger van Nes Ammim, of met theologen als Simon Schoon, werden zijn engagement met Israël en zijn theologie verrijkt.

 

In de buurt van Nes Ammim ligt de kibboets Lohamei HaGethaot waar overlevenden van de heldhaftige Joodse opstand tegen de SS in het getto van Warschau wonen en het eerste Holocaust-museum in Israël hebben opgebouwd. Deze kibboets had zich er begrijpelijkerwijs tegen verzet, dat Duitsers zich in Nes Ammim mochten vestigen. Door taaie onderhandelingen, door de geloofwaardigheid van zijn theologische opstelling en ook door zijn politieke engagement heeft Heinz Kremers uiteindelijk bereikt dat hij in 1968 met zijn gezin als eerste Duitser vier maanden in Nes Ammim mocht wonen.

 

  • Aanzetten tot een niet-anti Joodse Christologie

Een centrale vraag voor Heinz Kremers was de formulering van een Christologie, die zich niet door anti-Joodse elementen kenmerkt, maar die er rekening mee houdt dat Jezus een Jood was die zijn leven lang diep in het Jodendom verworteld bleef. Door Joodse wetenschappers werd de groep van de Galilese chassidim weer ontdekt. Een door Heinz Kremers gemaakte vergelijking van Jezus’ ethiek met de ethische gedachten van de chassidim laat zien dat Jezus’ radicalisering van de cultische geboden in de traditie stond van de chassidim (waartoe Jezus waarschijnlijk behoorde). Daarom eiste hij ook een noodzakelijke correctie van het gangbare „nieuwtestamentisch onderzoek, want het zou uniek en nergens toe te herleiden zijn geweest als Jezus de morele geboden zou hebben geradicaliseerd terwijl hij tegelijkertijd de cultische geboden relativeerde.“13

 

Hij noemt zes stellingen als centrale ideeën van een niet anti-Joodse theologie

  1. Het Nieuwe testament is geen leerboek. Wij moeten als theologen leren opnieuw te ontdekken: Het Nieuwe Testament is een geschiedenisboek! (…). Omdat het Nieuwe testament een geschiedenisboek is, wijst het erop dat de levende Christus niet hetzelfde is als het beeld dat wij van hem maken. Jezus Christus is niet identiek aan welke christologie ook.
  2. Het Nieuwe Testament getuigt van het ‘Christusgebeuren’ als het in het Oude testament beloofde ‘Heilsgebeuren’ en getuigt van Jezus als de in het Oude Testament beloofde Messias.
  3. Het Nieuwe Testament is net als de Talmoed een typisch Joods boek omdat het Gods openbaring en de verkondiging van zijn wil niet in één systeem dwingt, maar uiteenlopende en verschillende uitspraken, ook met elkaar strijdige uitspraken over Jezus, bevat.
  4. Op meerdere plaatsen in het Nieuwe Testament wordt zichtbaar dat Jezus voor Joden en niet-Joden een verschillende betekenis kan hebben, waardoor wij onze christologie, die ons begrip van Jezus en zijn betekenis voor ons beschrijft, niet mogen maken tot de maatstaf voor de Joodse pogingen om Jezus te begrijpen.
  5. Alle christologieën in het Nieuwe Testament zijn naar voren, naar de toekomst toe open.
  6. In het Nieuwe Testament is de Messias nooit alleen. Een menigte van messiaanse mensen hoort wezenlijk bij de Messias (…) Omdat de Messias nooit zonder de Messiaanse gemeente is moeten christenen hun bewering ‘Jezus is de Messias’ tegenover Joden door hun messiaanse bestaan verificeren.14

Deze aanzetten tot de ontwikkeling van een niet anti-Joodse christologie vooronderstellen een kritisch onderzoek naar de sleutelmomenten van de christelijke theologie. Ze konden echter vanwege Heinz Kremers’ vroege dood niet gesystematiseerd en verder verdiept worden maar werden door theologen als Bertold Klappert, Peter von der Osten-Sacken, Johann Michael Schmidt, Friedrich-Wilhelm Marquardt en Klaus Wengst verder ontwikkeld.

 

  • Van en met Joden leren

De eerste ervaringen in Israël waren richtinggevend voor zijn verdere theologische werk. Hij begreep hoe weinig hij als christen van het Jodendom wist. Heinz Kremers engageerde zich op vele gebieden: kerk, samenleving, politieke vorming. Hij onderhield internationale contacten met verrassend veel Joodse gesprekspartners zonder wie het niet tot zijn nieuwe theologische benadering zou zijn gekomen. De dialoog met Joodse wetenschappers (v/m) heeft de christelijke theologie zowel onzekerder gemaakt als ook verrijkt. Niet in het gesprek over Joden, maar in de dialoog met hen beleefde Heinz Kremers een diepgaande verrijking van zijn leven als Christen en kreeg hij aanzetten tot de ontwikkeling van zijn theologische gedachten. Deze dialoog was af en toe verwarrend en pijnlijk omdat zijn Joodse gesprekspartners het geding vrij hard aangingen. Heinz Kremers, de begenadigde leraar, werd weer scholier; zijn leraren waren Joden. Op 15 mei 1988 hield hij samen met de auteur in het kader van een serie voordrachten over de werkingsgeschiedenis van Duits-Joodse kunstenaars en geleerden een referaat over Karl Marx en diens invloed op de christelijke theologie.15 Enkele uren later overleed hij, volledig onverwacht, aan hartfalen.

 

Noten:

  • 1 Leven en werk van Heinz Kremers werden door de auteur uitvoerig belicht in het net verschenen boek: Heinz Kremers – Vom Judentum lernen. Impulse für eine Christologie im jüdischen Kontext VJl) uitg. door Thomas Kremers / Görge K. Hasselhoff / Bertold Klappert. Neukirchen-Vluyn 2015, pag. 3-23.
  •  2 Dankrede van Heinz Kremers ter gelegenheid van de toekenning van de Buber-Rosenzweig-Medaille 1986, in: Heinz Kremers – Liebe und Gerechtigkeit (LuG), uitgegeven door Adam Weyer in samenwerking met Thomas Kremers-Sper, Neukirchen-Vluyn 1990, pag. 4.
  • 3 Vgl. Heinz Kremers: „Mein Leben mit dem jüdischen Volk“, in: Hans-Joachim Barkenings/ Edna Brocke/ Jürgen Seim (Hrsg.): Aber auch wir selbst sind wieder ganz auf die Anfänge des Verstehens zurückgeworfen.“ (Dietrich Bonhoeffer), Eine Freundesgabe für Eberhard Bethge zum 75. Geburtstag am 28.8.1984, zonder doorlopende paginatelling, pag. 1.
  • 4 Ibid. pag. 1.
  • 5 Ibid. pag. 2
  • 6 Heinz Kremers, Der leidende Prophet. Das Prophetenbild der Prosaüberlieferung des Jeremiabuches und seine Bedeutung innerhalb der Prophetie Israels. Diss. theol. masch., Göttingen 1952, pag. 145. VJl, 71
  • 7 Ibid. Pag. 71
  • 8 Heinz Kremers: Judenmission heute? Von der Judenmission zur brüderlichen Solidarität und zum ökumenischen Dialog, Neukirchen-Vluyn 1979, pag. 11.
  • 9 Vgl. Heinz Kremers, „Die réflexion éngagée in der politischen Bildung“, LuG 237-241.
  • 10 Vgl. Heinz Kremers samen met R. Bakker und Jacobus Minnaar: Memorandum, in: Simon Schoon/ Heinz Kremers (Hrsg.): Nes Ammim – Ein christliches Experiment in Israel, Neukirchen-Vluyn 1978, pag. 174-176.
  • 11 Vgl. Synodalbeschluss zur Erneuerung des Verhältnisses von Christen und Juden, Handreichung 39, Düsseldorf 1985, pag 9.
  • 12 Vgl. Heinz Kremers (Hrsg.): Die Juden und Martin Luther – Martin Luther und die Juden, Neukirchen-Vluyn 1985.14 Heinz Kremers: „Der Beitrag des neuen Testaments zu einer nicht-antijüdischen Christologie“, LuG, pag. 123-133.
  • 13 „Die Ethik der galiläischen Chassidim und die Ethik Jesu“, LuG, pag. 142.
  • 14 Heinz Kremers: „Der Beitrag des neuen Testaments zu einer nicht-antijüdischen Christologie“, LuG, pag. 123-133.
  • 15 Heinz Kremers / Thomas Kremers-Sper: „Karl Marx – Einflüsse eines atheistischen Philosophen auf die christliche Theologie“, LuG, pag. 277-290.